Ga naar inhoud
KETUVIM

Daniël 4

דָּנִיֵּאל
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
אֲנָ֣ה נְבוּכַדְנֶצַּ֗ר שְׁלֵ֤ה הֲוֵית֙ בְּ/בֵיתִ֔/י וְ/רַעְנַ֖ן בְּ/הֵיכְלִֽ/י׃
STATEN

De koning Nebukadnézar aan alle volken, natiën en tongen, die op den gansen aardbodem wonen: uw vrede worde vermenigvuldigd!

2
חֵ֥לֶם חֲזֵ֖ית וִֽ/ידַחֲלִנַּ֑/נִי וְ/הַרְהֹרִין֙ עַֽל מִשְׁכְּבִ֔/י וְ/חֶזְוֵ֥י רֵאשִׁ֖/י יְבַהֲלֻנַּֽ/נִי־׃
STATEN

Het behaagt mij te verkondigen de tekenen en wonderen, die de allerhoogste God aan mij gedaan heeft.

3
וּ/מִנִּ/י֙ שִׂ֣ים טְעֵ֔ם לְ/הַנְעָלָ֣ה קָֽדָמַ֔/י לְ/כֹ֖ל חַכִּימֵ֣י בָבֶ֑ל דִּֽי פְשַׁ֥ר חֶלְמָ֖/א יְהֽוֹדְעֻנַּֽ/נִי־׃
STATEN

Hoe groot zijn Zijn tekenen! en hoe machtig Zijn wonderen! Zijn Rijk is een eeuwig Rijk, en Zijn heerschappij is van geslacht tot geslacht.

4
עָלִּ֗ין כַּשְׂדָּאֵ֖/י בֵּ/אדַ֣יִן עללין חַרְטֻמַיָּ/א֙ אָֽשְׁפַיָּ֔/א כשדי/א וְ/גָזְרַיָּ֑/א וְ/חֶלְמָ֗/א אָמַ֤ר אֲנָה֙ קֳדָ֣מֵי/ה֔וֹן וּ/פִשְׁרֵ֖/הּ לָא מְהוֹדְעִ֥ין לִֽ/י־׃
STATEN

Ik, Nebukadnézar, gerust zijnde in mijn huis, en in mijn paleis groenende,

5
וְ/עַ֣ד אָחֳרֵ֡ין עַל֩ קָֽדָמַ֨/י דָּנִיֵּ֜אל דִּֽי שְׁמֵ֤/הּ בֵּלְטְשַׁאצַּר֙ כְּ/שֻׁ֣ם אֱלָהִ֔/י וְ/דִ֛י רֽוּחַ אֱלָהִ֥ין קַדִּישִׁ֖ין בֵּ֑/הּ וְ/חֶלְמָ֖/א קָֽדָמ֥וֹ/הִי אַמְרֵֽת־־׃
STATEN

Zag een droom, die mij vervaarde, en de gedachten, die ik op mijn bed had, en de gezichten mijns hoofds beroerden mij.

6
בֵּלְטְשַׁאצַּר֮ רַ֣ב חַרְטֻמַיָּ/א֒ דִּ֣י אֲנָ֣ה יִדְעֵ֗ת דִּ֠י ר֣וּחַ אֱלָהִ֤ין קַדִּישִׁין֙ בָּ֔/ךְ וְ/כָל רָ֖ז לָא אָנֵ֣ס לָ֑/ךְ חֶזְוֵ֨י חֶלְמִ֧/י דִֽי חֲזֵ֛ית וּ/פִשְׁרֵ֖/הּ אֱמַֽר׀־־־׃
STATEN

Daarom is er een bevel van mij gesteld, dat men voor mij zou inbrengen al de wijzen van Babel, opdat zij mij de uitlegging van dien droom zouden bekend maken.

7
וְ/חֶזְוֵ֥י רֵאשִׁ֖/י עַֽל מִשְׁכְּבִ֑/י חָזֵ֣ה הֲוֵ֔ית וַ/אֲל֥וּ אִילָ֛ן בְּ/ג֥וֹא אַרְעָ֖/א וְ/רוּמֵ֥/הּ שַׂגִּֽיא־׃
STATEN

Toen kwamen in de tovenaars, de sterrekijkers, de Chaldeeën en de waarzeggers; en ik zeide den droom voor hen; maar zij maakten mij zijn uitlegging niet bekend;

8
רְבָ֥ה אִֽילָנָ֖/א וּ/תְקִ֑ף וְ/רוּמֵ/הּ֙ יִמְטֵ֣א לִ/שְׁמַיָּ֔/א וַ/חֲזוֹתֵ֖/הּ לְ/ס֥וֹף כָּל אַרְעָֽ/א־׃
STATEN

Totdat ten laatste Daniël voor mij inkwam, wiens naam Béltsazar is, naar den naam mijns gods, in wien ook de geest der heilige goden is; en ik vertelde den droom voor hem, zeggende:

9
יְדוּרָן֙ עָפְיֵ֤/הּ שַׁפִּיר֙ וְ/אִנְבֵּ֣/הּ שַׂגִּ֔יא וּ/מָז֨וֹן לְ/כֹ֖לָּ/א בֵ֑/הּ תְּחֹת֜וֹ/הִי תַּטְלֵ֣ל חֵיוַ֣ת בָּרָ֗/א וּ/בְ/עַנְפ֨וֹ/הִי֙ ידרון צִפֲּרֵ֣י שְׁמַיָּ֔/א וּ/מִנֵּ֖/הּ יִתְּזִ֥ין כָּל בִּשְׂרָֽ/א־׀־׃
STATEN

Béltsazar, gij overste der tovenaars! dewijl ik weet, dat de geest der heilige goden in u is, en geen verborgenheid u zwaar is, zo zeg de gezichten mijns drooms, dien ik gezien heb, te weten zijn uitlegging.

10
חָזֵ֥ה הֲוֵ֛ית בְּ/חֶזְוֵ֥י רֵאשִׁ֖/י עַֽל מִשְׁכְּבִ֑/י וַ/אֲלוּ֙ עִ֣יר וְ/קַדִּ֔ישׁ מִן שְׁמַיָּ֖/א נָחִֽת־־׃
STATEN

De gezichten nu mijns hoofds op mijn leger waren deze: Ik zag, en ziet, er was een boom in het midden der aarde, en zijn hoogte was groot.

11
קָרֵ֨א בְ/חַ֜יִל וְ/כֵ֣ן אָמַ֗ר גֹּ֤דּוּ אִֽילָנָ/א֙ וְ/קַצִּ֣צוּ עַנְפ֔וֹ/הִי אַתַּ֥רוּ עָפְיֵ֖/הּ וּ/בַדַּ֣רוּ אִנְבֵּ֑/הּ תְּנֻ֤ד חֵֽיוְתָ/א֙ מִן תַּחְתּ֔וֹ/הִי וְ/צִפְּרַיָּ֖/א מִן עַנְפֽוֹ/הִי־־׃
STATEN

De boom werd groot en sterk; en zijn hoogte reikte aan den hemel, en hij werd gezien tot aan het einde der ganse aarde;

12
בְּרַ֨ם עִקַּ֤ר שָׁרְשׁ֨וֹ/הִי֙ בְּ/אַרְעָ֣/א שְׁבֻ֔קוּ וּ/בֶֽ/אֱסוּר֙ דִּֽי פַרְזֶ֣ל וּ/נְחָ֔שׁ בְּ/דִתְאָ֖/א דִּ֣י בָרָ֑/א וּ/בְ/טַ֤ל שְׁמַיָּ/א֙ יִצְטַבַּ֔ע וְ/עִם חֵיוְתָ֥/א חֲלָקֵ֖/הּ בַּ/עֲשַׂ֥ב אַרְעָֽ/א־־׃
STATEN

Zijn loof was schoon, en zijn vruchten vele, en er was spijze aan denzelven voor allen; onder hem vond het gedierte des velds schaduw, en de vogelen des hemels woonden in zijn takken, en alle vlees werd daarvan gevoed.

Op De Naamdragers

Blogs over Daniël 4

Nog geen artikelen die specifiek naar Daniël 4 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →