Ga naar inhoud
KETUVIM

Daniël 5

דָּנִיֵּאל
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
בֵּלְשַׁאצַּ֣ר מַלְכָּ֗/א עֲבַד֙ לְחֶ֣ם רַ֔ב לְ/רַבְרְבָנ֖וֹ/הִי אֲלַ֑ף וְ/לָ/קֳבֵ֥ל אַלְפָּ֖/א חַמְרָ֥/א שָׁתֵֽה׃
STATEN

De koning Bélsazar maakte een groten maaltijd voor zijn duizend geweldigen, en hij dronk wijn voor die duizend.

2
בֵּלְשַׁאצַּ֞ר אֲמַ֣ר בִּ/טְעֵ֣ם חַמְרָ֗/א לְ/הַיְתָיָה֙ לְ/מָאנֵי֙ דַּהֲבָ֣/א וְ/כַסְפָּ֔/א דִּ֤י הַנְפֵּק֙ נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר אֲב֔/וּהִי מִן הֵיכְלָ֖/א דִּ֣י בִ/ירוּשְׁלֶ֑ם וְ/יִשְׁתּ֣וֹן בְּ/ה֗וֹן מַלְכָּ/א֙ וְ/רַבְרְבָנ֔וֹ/הִי שֵׁגְלָתֵ֖/הּ וּ/לְחֵנָתֵֽ/הּ׀־׃
STATEN

Als Bélsazar den wijn geproefd had, zeide hij, dat men de gouden en zilveren vaten voorbrengen zou, die zijn vader Nebukadnézar uit den tempel, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; opdat de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen en zijn bijwijven uit dezelve dronken.

3
בֵּ/אדַ֗יִן הַיְתִיו֙ מָאנֵ֣י דַהֲבָ֔/א דִּ֣י הַנְפִּ֗קוּ מִן הֵֽיכְלָ֛/א דִּֽי בֵ֥ית אֱלָהָ֖/א דִּ֣י בִ/ירֽוּשְׁלֶ֑ם וְ/אִשְׁתִּ֣יו בְּ/ה֗וֹן מַלְכָּ/א֙ וְ/רַבְרְבָנ֔וֹ/הִי שֵׁגְלָתֵ֖/הּ וּ/לְחֵנָתֵֽ/הּ־־׃
STATEN

Toen bracht men voor de gouden vaten, die men uit den tempel van het huis Gods, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; en de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen, en zijn bijwijven dronken daaruit.

4
אִשְׁתִּ֖יו חַמְרָ֑/א וְ֠/שַׁבַּחוּ לֵֽ/אלָהֵ֞י דַּהֲבָ֧/א וְ/כַסְפָּ֛/א נְחָשָׁ֥/א פַרְזְלָ֖/א אָעָ֥/א וְ/אַבְנָֽ/א׃
STATEN

Zij dronken den wijn, en prezen de gouden, en de zilveren, de koperen, de ijzeren, de houten en de stenen goden.

5
בַּ/הּ שַׁעֲתָ֗/ה נפקו אֶצְבְּעָן֙ דִּ֣י יַד אֱנָ֔שׁ וְ/כָֽתְבָן֙ לָ/קֳבֵ֣ל נֶבְרַשְׁתָּ֔/א עַל גִּירָ֕/א דִּֽי כְתַ֥ל הֵיכְלָ֖/א דִּ֣י מַלְכָּ֑/א וּ/מַלְכָּ֣/א חָזֵ֔ה פַּ֥ס יְדָ֖/ה דִּ֥י כָתְבָֽה־־־־׃ נְפַ֨קָה֙
STATEN

Ter zelfder ure kwamen er vingeren van eens mensen hand voort, die schreven tegenover den kandelaar, op de kalk van den wand van het koninklijk paleis, en de koning zag het deel der hand, die daar schreef.

6
אֱדַ֤יִן מַלְכָּ/א֙ זִיוֺ֣/הִי שְׁנ֔וֹ/הִי וְ/רַעיֹנֹ֖/הִי יְבַהֲלוּנֵּ֑/הּ וְ/קִטְרֵ֤י חַרְצֵ/הּ֙ מִשְׁתָּרַ֔יִן וְ/אַ֨רְכֻבָּתֵ֔/הּ דָּ֥א לְ/דָ֖א נָֽקְשָֽׁן׃
STATEN

Toen veranderde zich de glans des konings, en zijn gedachten verschrikten hem; en de banden zijner lendenen werden los, en zijn knieën stieten tegen elkander aan.

7
קָרֵ֤א מַלְכָּ/א֙ בְּ/חַ֔יִל לְ/הֶֽעָלָה֙ לְ/אָ֣שְׁפַיָּ֔/א כשדי/א וְ/גָזְרַיָּ֑/א עָנֵ֨ה מַלְכָּ֜/א וְ/אָמַ֣ר לְ/חַכִּימֵ֣י בָבֶ֗ל דִּ֣י כָל אֱ֠נָשׁ דִּֽי יִקְרֵ֞ה כְּתָבָ֣/ה דְנָ֗ה וּ/פִשְׁרֵ/הּ֙ יְחַוִּנַּ֔/נִי אַרְגְּוָנָ֣/א יִלְבַּ֗שׁ ו/המונכ/א דִֽי דַהֲבָ/א֙ עַֽל צַוְּארֵ֔/הּ וְ/תַלְתִּ֥י בְ/מַלְכוּתָ֖/א יִשְׁלַֽט כַּשְׂדָּאֵ֖/י וְ/הַֽמְנִיכָ֤/א׀־־־־׃ס
STATEN

Zodat de koning met kracht riep dat men de sterrekijkers, de Chaldeeën en de waarzeggers inbrengen zou; en de koning antwoordde en zeide tot de wijzen van Babel: Alle man, die dit schrift lezen, en deszelfs uitlegging mij te kennen zal geven, die zal met purper gekleed worden, met een gouden keten om zijn hals, en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.

8
אֱדַ֨יִן֙ עללין כֹּ֖ל חַכִּימֵ֣י מַלְכָּ֑/א וְ/לָֽא כָהֲלִ֤ין כְּתָבָ/א֙ לְ/מִקְרֵ֔א ו/פשר/א לְ/הוֹדָעָ֥ה לְ/מַלְכָּֽ/א עָֽלִּ֔ין וּ/פִשְׁרֵ֖/הּ־׃
STATEN

Toen kwamen al de wijzen des konings in; maar zij konden dit schrift niet lezen, noch den koning deszelfs uitlegging bekend maken.

9
אֱ֠דַיִן מַלְכָּ֤/א בֵלְשַׁאצַּר֙ שַׂגִּ֣יא מִתְבָּהַ֔ל וְ/זִיוֺ֖/הִי שָׁנַ֣יִן עֲל֑וֹ/הִי וְ/רַבְרְבָנ֖וֹ/הִי מִֽשְׁתַּבְּשִֽׁין׃
STATEN

Toen verschrikte de koning Bélsazar zeer, en zijn glans werd aan hem veranderd, en zijn geweldigen werden verbaasd.

10
מַלְכְּתָ֕/א לָ/קֳבֵ֨ל מִלֵּ֤י מַלְכָּ/א֙ וְ/רַבְרְבָנ֔וֹ/הִי לְ/בֵ֥ית מִשְׁתְּיָ֖/א עללת עֲנָ֨ת מַלְכְּתָ֜/א וַ/אֲמֶ֗רֶת מַלְכָּ/א֙ לְ/עָלְמִ֣ין חֱיִ֔י אַֽל יְבַהֲלוּ/ךְ֙ רַעְיוֹנָ֔/ךְ וְ/זִיוָ֖י/ךְ אַל יִשְׁתַּנּֽוֹ עַלַּ֑ת־־׃
STATEN

Om deze woorden des konings en zijner geweldigen, ging de koningin in het huis des maaltijds. De koningin sprak en zeide: O koning, leef in eeuwigheid! laat u uw gedachten niet verschrikken, en uw glans niet veranderd worden.

11
אִיתַ֨י גְּבַ֜ר בְּ/מַלְכוּתָ֗/ךְ דִּ֠י ר֣וּחַ אֱלָהִ֣ין קַדִּישִׁין֮ בֵּ/הּ֒ וּ/בְ/יוֹמֵ֣י אֲב֗/וּךְ נַהִיר֧וּ וְ/שָׂכְלְתָנ֛וּ וְ/חָכְמָ֥ה כְּ/חָכְמַת אֱלָהִ֖ין הִשְׁתְּכַ֣חַת בֵּ֑/הּ וּ/מַלְכָּ֤/א נְבֻֽכַדְנֶצַּר֙ אֲב֔/וּךְ רַ֧ב חַרְטֻמִּ֣ין אָֽשְׁפִ֗ין כַּשְׂדָּאִין֙ גָּזְרִ֔ין הֲקִימֵ֖/הּ אֲב֥/וּךְ מַלְכָּֽ/א־׃
STATEN

Er is een man in uw koninkrijk, in wien de geest der heilige goden is, want in de dagen uws vaders is bij hem gevonden licht, en verstand, en wijsheid, gelijk de wijsheid der goden is; daarom stelde hem de koning Nebukadnézar, uw vader, tot een overste der tovenaars, der sterrekijkers, der Chaldeeën, en der waarzeggers, uw vader, o koning!

12
כָּ/ל קֳבֵ֡ל דִּ֣י ר֣וּחַ יַתִּירָ֡ה וּ/מַנְדַּ֡ע וְ/שָׂכְלְתָנ֡וּ מְפַשַּׁ֣ר חֶלְמִין֩ וַֽ/אַֽחֲוָיַ֨ת אֲחִידָ֜ן וּ/מְשָׁרֵ֣א קִטְרִ֗ין הִשְׁתְּכַ֤חַת בֵּ/הּ֙ בְּ/דָ֣נִיֵּ֔אל דִּֽי מַלְכָּ֥/א שָׂם שְׁמֵ֖/הּ בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר כְּעַ֛ן דָּנִיֵּ֥אל יִתְקְרֵ֖י וּ/פִשְׁרָ֥/ה יְהַֽחֲוֵֽה־׀־־׃פ
STATEN

Omdat een voortreffelijke geest, en wetenschap, en verstand van een, die dromen uitlegt, en der aanwijzing van raadselen, en van een, die knopen ontbindt, gevonden werd in hem, in Daniël, dien de koning den naam van Béltsazar gaf; laat nu Daniël geroepen worden, die zal de uitlegging te kennen geven.

Op De Naamdragers

Blogs over Daniël 5

Nog geen artikelen die specifiek naar Daniël 5 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →