Aleph — de stille eerste
Aleph opent het Hebreeuwse alfabet maar draagt geen eigen klank; het is de adem die de klinker mogelijk maakt. Elke Psalm 119-stanza die met א begint (vers 1-8) spreekt van de volmaakte wandel in de wet van YHWH — alsof God het alfabet laat openen met het zwijgen dat alle woorden voorafgaat: "Gelukkig zij wier weg onberispelijk is" (Ps 119:1). De eerste letter van de Tora, בְּ van bereshit, is níet een aleph — een oud rabbijns raadsel: Gods stem begint niet met zijn eigen nummer één.