Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 10

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לָ/מָ֣ה יְ֭הוָה תַּעֲמֹ֣ד בְּ/רָח֑וֹק תַּ֝עְלִ֗ים לְ/עִתּ֥וֹת בַּצָּרָֽה׃
STATEN

O HEERE! waarom staat Gij van verre? waarom verbergt Gij U in tijden van benauwdheid?

2
בְּ/גַאֲוַ֣ת רָ֭שָׁע יִדְלַ֣ק עָנִ֑י יִתָּפְשׂ֓וּ בִּ/מְזִמּ֖וֹת ז֣וּ חָשָֽׁבוּ׀׃
STATEN

De goddeloze vervolgt hittiglijk in hoogmoed den ellendige; laat hen gegrepen worden in de aanslagen, die zij bedacht hebben.

3
כִּֽי הִלֵּ֣ל רָ֭שָׁע עַל תַּאֲוַ֣ת נַפְשׁ֑/וֹ וּ/בֹצֵ֥עַ בֵּ֝רֵ֗ךְ נִ֘אֵ֥ץ יְהוָֽה־־׀׃
STATEN

Want de goddeloze roemt over den wens zijner ziel; hij zegent den gierigaard, hij lastert den HEERE.

4
רָשָׁ֗ע כְּ/גֹ֣בַהּ אַ֭פּ/וֹ בַּל יִדְרֹ֑שׁ אֵ֥ין אֱ֝לֹהִ֗ים כָּל מְזִמּוֹתָֽי/ו־־׃
STATEN

De goddeloze, gelijk hij zijn neus omhoog steekt, onderzoekt niet; al zijn gedachten zijn, dat er geen God is.

5
יָ֘חִ֤ילוּ דרכ/ו בְּ/כָל עֵ֗ת מָר֣וֹם מִ֭שְׁפָּטֶי/ךָ מִ/נֶּגְדּ֑/וֹ כָּל צ֝וֹרְרָ֗י/ו יָפִ֥יחַ בָּ/הֶֽם דְרָכָ֨י/ו׀־־׃
STATEN

Zijn wegen maken te allen tijde smarte; Uw oordelen zijn een hoogte, verre van hem; al zijn tegenpartijders, die blaast hij aan.

6
אָמַ֣ר בְּ֭/לִבּ/וֹ בַּל אֶמּ֑וֹט לְ/דֹ֥ר וָ֝/דֹ֗ר אֲשֶׁ֣ר לֹֽא בְ/רָֽע־־׃
STATEN

Hij zegt in zijn hart; Ik zal niet wankelen; want ik zal van geslacht tot geslacht in geen kwaad zijn.

7
אָלָ֤ה פִּ֣י/הוּ מָ֭לֵא וּ/מִרְמ֣וֹת וָ/תֹ֑ךְ תַּ֥חַת לְ֝שׁוֹנ֗/וֹ עָמָ֥ל וָ/אָֽוֶן׃
STATEN

Zijn mond is vol van vloek, en bedriegerijen, en list; onder zijn tong is moeite en ongerechtigheid.

8
יֵשֵׁ֤ב בְּ/מַאְרַ֬ב חֲצֵרִ֗ים בַּֽ֭/מִּסְתָּרִים יַהֲרֹ֣ג נָקִ֑י עֵ֝ינָ֗י/ו לְֽ/חֵלְכָ֥ה יִצְפֹּֽנוּ׀׃
STATEN

Hij zit in de achterlage der hoeven, in verborgene plaatsen doodt hij den onschuldige; zijn ogen verbergen zich tegen den arme.

9
יֶאֱרֹ֬ב בַּ/מִּסְתָּ֨ר כְּ/אַרְיֵ֬ה בְ/סֻכֹּ֗/ה יֶ֭אֱרֹב לַ/חֲט֣וֹף עָנִ֑י יַחְטֹ֥ף עָ֝נִ֗י בְּ/מָשְׁכ֥/וֹ בְ/רִשְׁתּֽ/וֹ׀׃
STATEN

Hij legt lagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lagen, om den ellendige te roven; hij rooft den ellendige, als hij hem trekt in zijn net.

10
ו/דכה יָשֹׁ֑חַ וְ/נָפַ֥ל בַּ֝/עֲצוּמָ֗י/ו חלכאים יִדְכֶּ֥ה חֵ֣יל כָּאִֽים׃
STATEN

Hij duikt neder, hij buigt zich; en de arme hoop valt in zijn sterke poten.

11
אָמַ֣ר בְּ֭/לִבּ/וֹ שָׁ֣כַֽח אֵ֑ל הִסְתִּ֥יר פָּ֝נָ֗י/ו בַּל רָאָ֥ה לָ/נֶֽצַח־׃
STATEN

Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid.

12
קוּמָ֤/ה יְהוָ֗ה אֵ֭ל נְשָׂ֣א יָדֶ֑/ךָ אַל תִּשְׁכַּ֥ח עניים־׃ עֲנָוִֽים
STATEN

Sta op, HEERE God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 10

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 10 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →