Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 9

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ֭/מְנַצֵּחַ עַלְמ֥וּת לַבֵּ֗ן מִזְמ֥וֹר לְ/דָוִֽד׃
STATEN

Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Mûth-Labben.

2
אוֹדֶ֣ה יְ֭הוָה בְּ/כָל לִבִּ֑/י אֲ֝סַפְּרָ֗ה כָּל נִפְלְאוֹתֶֽי/ךָ־־׃
STATEN

Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.

3
אֶשְׂמְחָ֣ה וְ/אֶעֶלְצָ֣ה בָ֑/ךְ אֲזַמְּרָ֖ה שִׁמְ/ךָ֣ עֶלְיֽוֹן׃
STATEN

In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!

4
בְּ/שׁוּב אוֹיְבַ֥/י אָח֑וֹר יִכָּשְׁל֥וּ וְ֝/יֹאבְד֗וּ מִ/פָּנֶֽי/ךָ־׃
STATEN

Omdat mijn vijanden achterwaarts gekeerd, gevallen en vergaan zijn van Uw aangezicht.

5
כִּֽי עָ֭שִׂיתָ מִשְׁפָּטִ֣/י וְ/דִינִ֑/י יָשַׁ֥בְתָּ לְ֝/כִסֵּ֗א שׁוֹפֵ֥ט צֶֽדֶק־׃
STATEN

Want Gij hebt mijn recht en mijn rechtzaak afgedaan; Gij hebt gezeten op den troon, o Rechter, der gerechtigheid.

6
גָּעַ֣רְתָּ ג֭וֹיִם אִבַּ֣דְתָּ רָשָׁ֑ע שְׁמָ֥/ם מָ֝חִ֗יתָ לְ/עוֹלָ֥ם וָ/עֶֽד׃
STATEN

Gij hebt de heidenen gescholden, den goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos.

7
הָֽ/אוֹיֵ֨ב תַּ֥מּוּ חֳרָב֗וֹת לָ֫/נֶ֥צַח וְ/עָרִ֥ים נָתַ֑שְׁתָּ אָבַ֖ד זִכְרָ֣/ם הֵֽמָּה׀׃
STATEN

O vijand! zijn de verwoestingen voleind in eeuwigheid, en hebt gij de steden uitgeroeid? Hunlieder gedachtenis is met hen vergaan.

8
וַֽ֭/יהוָה לְ/עוֹלָ֣ם יֵשֵׁ֑ב כּוֹנֵ֖ן לַ/מִּשְׁפָּ֣ט כִּסְאֽ/וֹ׃
STATEN

Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte.

9
וְ/ה֗וּא יִשְׁפֹּֽט תֵּבֵ֥ל בְּ/צֶ֑דֶק יָדִ֥ין לְ֝אֻמִּ֗ים בְּ/מֵישָׁרִֽים־׃
STATEN

En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden.

10
וִ֘/יהִ֤י יְהוָ֣ה מִשְׂגָּ֣ב לַ/דָּ֑ךְ מִ֝שְׂגָּ֗ב לְ/עִתּ֥וֹת בַּצָּרָֽה׃
STATEN

En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor den verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid.

11
וְ/יִבְטְח֣וּ בְ֭/ךָ יוֹדְעֵ֣י שְׁמֶ֑/ךָ כִּ֤י לֹֽא עָזַ֖בְתָּ דֹרְשֶׁ֣י/ךָ יְהוָֽה־׃
STATEN

En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.

12
זַמְּר֗וּ לַ֭/יהוָה יֹשֵׁ֣ב צִיּ֑וֹן הַגִּ֥ידוּ בָ֝/עַמִּ֗ים עֲלִֽילוֹתָֽי/ו׃
STATEN

Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 9

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 9 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →