Ga naar inhoud
NEVIIM

1 Samuël 25

שְׁמוּאֵל א
Hoofdstukken (31)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יָּ֣מָת שְׁמוּאֵ֔ל וַ/יִּקָּבְצ֤וּ כָל יִשְׂרָאֵל֙ וַ/יִּסְפְּדוּ ל֔/וֹ וַ/יִּקְבְּרֻ֥/הוּ בְּ/בֵית֖/וֹ בָּ/רָמָ֑ה וַ/יָּ֣קָם דָּוִ֔ד וַ/יֵּ֖רֶד אֶל מִדְבַּ֥ר פָּארָֽן־־־׃ס
STATEN

En Samuël stierf; en gans Israël vergaderde zich, en zij bedreven rouw over hem, en begroeven hem in zijn huis te Rama. En David maakte zich op, en toog af naar de woestijn Paran.

2
וְ/אִ֨ישׁ בְּ/מָע֜וֹן וּ/מַעֲשֵׂ֣/הוּ בַ/כַּרְמֶ֗ל וְ/הָ/אִישׁ֙ גָּד֣וֹל מְאֹ֔ד וְ/ל֛/וֹ צֹ֥אן שְׁלֹֽשֶׁת אֲלָפִ֖ים וְ/אֶ֣לֶף עִזִּ֑ים וַ/יְהִ֛י בִּ/גְזֹ֥ז אֶת צֹאנ֖/וֹ בַּ/כַּרְמֶֽל־־׃
STATEN

En er was een man te Maon, en zijn bedrijf was te Karmel; en die man was zeer groot, en hij had drie duizend schapen, en duizend geiten; en hij was in het scheren zijner schapen te Karmel.

3
וְ/שֵׁ֤ם הָ/אִישׁ֙ נָבָ֔ל וְ/שֵׁ֥ם אִשְׁתּ֖/וֹ אֲבִגָ֑יִל וְ/הָ/אִשָּׁ֤ה טֽוֹבַת שֶׂ֨כֶל֙ וִ֣/יפַת תֹּ֔אַר וְ/הָ/אִ֥ישׁ קָשֶׁ֛ה וְ/רַ֥ע מַעֲלָלִ֖ים וְ/ה֥וּא כ/לב/ו־׃ כָלִבִּֽי
STATEN

En de naam des mans was Nabal, en de naam zijner huisvrouw was Abigáil; en de vrouw was goed van verstand, en schoon van gedaante; maar de man was hard en boos van daden, en hij was een Kalebiet.

4
וַ/יִּשְׁמַ֥ע דָּוִ֖ד בַּ/מִּדְבָּ֑ר כִּֽי גֹזֵ֥ז נָבָ֖ל אֶת צֹאנֽ/וֹ־־׃
STATEN

Als David hoorde in de woestijn, dat Nabal zijn schapen schoor,

5
וַ/יִּשְׁלַ֥ח דָּוִ֖ד עֲשָׂרָ֣ה נְעָרִ֑ים וַ/יֹּ֨אמֶר דָּוִ֜ד לַ/נְּעָרִ֗ים עֲל֤וּ כַרְמֶ֨לָ/ה֙ וּ/בָאתֶ֣ם אֶל נָבָ֔ל וּ/שְׁאֶלְתֶּם ל֥/וֹ בִ/שְׁמִ֖/י לְ/שָׁלֽוֹם־־׃
STATEN

Zo zond David tien jongelingen; en David zeide tot de jongelingen: Gaat op naar Karmel, en als gij tot Nabal komt, zo zult gij hem in mijn naam naar den welstand vragen;

6
וַ/אֲמַרְתֶּ֥ם כֹּ֖ה לֶ/חָ֑י וְ/אַתָּ֤ה שָׁלוֹם֙ וּ/בֵיתְ/ךָ֣ שָׁל֔וֹם וְ/כֹ֥ל אֲשֶׁר לְ/ךָ֖ שָׁלֽוֹם־׃
STATEN

En zult alzo zeggen tot dien welvarende: Vrede zij u, en uw huize zij vrede, en alles, wat gij hebt, zij vrede!

7
וְ/עַתָּ֣ה שָׁמַ֔עְתִּי כִּ֥י גֹזְזִ֖ים לָ֑/ךְ עַתָּ֗ה הָ/רֹעִ֤ים אֲשֶׁר לְ/ךָ֙ הָי֣וּ עִמָּ֔/נוּ לֹ֣א הֶכְלַמְנ֗וּ/ם וְ/לֹֽא נִפְקַ֤ד לָ/הֶם֙ מְא֔וּמָה כָּל יְמֵ֖י הֱיוֹתָ֥/ם בַּ/כַּרְמֶֽל־־־׃
STATEN

En nu, ik heb gehoord, dat gij scheerders hebt; nu, de herders, die gij hebt, zijn bij ons geweest; wij hebben hun geen smaadheid aangedaan, en zij hebben ook niets gemist al de dagen, die zij te Karmel geweest zijn.

8
שְׁאַ֨ל אֶת נְעָרֶ֜י/ךָ וְ/יַגִּ֣ידוּ לָ֗/ךְ וְ/יִמְצְא֨וּ הַ/נְּעָרִ֥ים חֵן֙ בְּ/עֵינֶ֔י/ךָ כִּֽי עַל י֥וֹם ט֖וֹב בָּ֑נוּ תְּנָ/ה נָּ֗א אֵת֩ אֲשֶׁ֨ר תִּמְצָ֤א יָֽדְ/ךָ֙ לַ/עֲבָדֶ֔י/ךָ וּ/לְ/בִנְ/ךָ֖ לְ/דָוִֽד־־־־׃
STATEN

Vraag het uw jongelingen, en zij zullen het u te kennen geven. Laat dan deze jongelingen genade vinden in uw ogen, want wij zijn op een goeden dag gekomen; geef toch uw knechten, en uw zoon David, hetgeen uw hand vinden zal.

9
וַ/יָּבֹ֨אוּ֙ נַעֲרֵ֣י דָוִ֔ד וַ/יְדַבְּר֧וּ אֶל נָבָ֛ל כְּ/כָל הַ/דְּבָרִ֥ים הָ/אֵ֖לֶּה בְּ/שֵׁ֣ם דָּוִ֑ד וַ/יָּנֽוּחוּ־־׃
STATEN

Toen de jongelingen van David gekomen waren, en in Davids naam naar al die woorden tot Nabal gesproken hadden, zo hielden zij stil.

10
וַ/יַּ֨עַן נָבָ֜ל אֶת עַבְדֵ֤י דָוִד֙ וַ/יֹּ֔אמֶר מִ֥י דָוִ֖ד וּ/מִ֣י בֶן יִשָׁ֑י הַ/יּוֹם֙ רַבּ֣וּ עֲבָדִ֔ים הַ/מִּתְפָּ֣רְצִ֔ים אִ֖ישׁ מִ/פְּנֵ֥י אֲדֹנָֽי/ו־־׃
STATEN

En Nabal antwoordde den knechten van David, en zeide: Wie is David, en wie is de zoon van Isaï? Er zijn heden vele knechten, die zich afscheuren, elk van zijn heer.

11
וְ/לָקַחְתִּ֤י אֶת לַחְמִ/י֙ וְ/אֶת מֵימַ֔/י וְ/אֵת֙ טִבְחָתִ֔/י אֲשֶׁ֥ר טָבַ֖חְתִּי לְ/גֹֽזְזָ֑/י וְ/נָֽתַתִּי֙ לַֽ/אֲנָשִׁ֔ים אֲשֶׁר֙ לֹ֣א יָדַ֔עְתִּי אֵ֥י מִ/זֶּ֖ה הֵֽמָּה־־׃
STATEN

Zou ik dan mijn brood, en mijn water, en mijn geslacht vlees nemen, dat ik voor mijn scheerders geslacht heb, en zou ik het den mannen geven, die ik niet weet, van waar zij zijn?

12
וַ/יַּהַפְכ֥וּ נַעֲרֵֽי דָוִ֖ד לְ/דַרְכָּ֑/ם וַ/יָּשֻׁ֨בוּ֙ וַ/יָּבֹ֔אוּ וַ/יַּגִּ֣דוּ ל֔/וֹ כְּ/כֹ֖ל הַ/דְּבָרִ֥ים הָ/אֵֽלֶּה־׃
STATEN

Toen keerden zich de jongelingen van David naar hun weg; en zij keerden weder, en kwamen, en boodschapten hem achtervolgens al deze woorden.

Op De Naamdragers

Blogs over 1 Samuël 25

Nog geen artikelen die specifiek naar 1 Samuël 25 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →