HANDELINGEN

Handelingen 15

Πράξεις τῶν Ἀποστόλων
Hoofdstukken (28)
12345678910111213141516171819202122232425262728
Getuigen
Interlineair
1
καιτινεςκατελθοντεςαποτηςιουδαιαςεδιδασκοντουςαδελφουςοτιεανμηπεριτεμνησθετωεθειμωυσεωςουδυνασθεσωθηναι
STATEN

En sommigen, die afgekomen waren van Judéa, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.

2
γενομενηςουνστασεωςκαισυζητησεωςουκολιγηςτωπαυλωκαιτωβαρναβαπροςαυτουςεταξαναναβαινεινπαυλονκαιβαρναβανκαιτιναςαλλουςεξαυτωνπροςτουςαποστολουςκαιπρεσβυτερουςειςιερουσαλημπεριτουζητηματοςτουτου
STATEN

Als er dan geen kleine wederstand en twisting geschiedde bij Paulus en Bárnabas tegen hen, zo hebben zij geordineerd, dat Paulus en Bárnabas, en enige anderen uit hen, zouden opgaan tot de apostelen en ouderlingen naar Jeruzalem, over deze vraag.

3
οιμενουνπροπεμφθεντεςυποτηςεκκλησιαςδιηρχοντοτηνφοινικηνκαισαμαρειανεκδιηγουμενοιτηνεπιστροφηντωνεθνωνκαιεποιουνχαρανμεγαληνπασιντοιςαδελφοις
STATEN

Zij dan, van de Gemeente uitgeleid zijnde, reisden door Fenícië en Samaría, verhalende de bekering der heidenen; en deden al den broederen grote blijdschap aan.

4
παραγενομενοιδεειςιερουσαλημαπεδεχθησανυποτηςεκκλησιαςκαιτωναποστολωνκαιτωνπρεσβυτερωνανηγγειλαντεοσαοθεοςεποιησενμεταυτων
STATEN

En te Jeruzalem gekomen zijnde, werden zij ontvangen van de Gemeente, en de apostelen, en de ouderlingen; en zij verkondigden, wat grote dingen God met hen gedaan had.

5
εξανεστησανδετινεςτωναποτηςαιρεσεωςτωνφαρισαιωνπεπιστευκοτεςλεγοντεςοτιδειπεριτεμνειναυτουςπαραγγελλειντετηρειντοννομονμωυσεως
STATEN

Maar, zeiden zij, er zijn sommigen opgestaan van die van de sekte der farizeeën, die gelovig zijn geworden, zeggende, dat men hen moet besnijden, en gebieden de wet van Mozes te onderhouden.

6
συνηχθησανδεοιαποστολοικαιοιπρεσβυτεροιιδεινπεριτουλογουτουτου
STATEN

En de apostelen en de ouderlingen vergaderden te zamen, om op deze zaak te letten.

7
πολληςδεσυζητησεωςγενομενηςανασταςπετροςειπενπροςαυτουςανδρεςαδελφοιυμειςεπιστασθεοτιαφημερωναρχαιωνοθεοςενημινεξελεξατοδιατουστοματοςμουακουσαιταεθνητονλογοντουευαγγελιουκαιπιστευσαι
STATEN

En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven.

8
καιοκαρδιογνωστηςθεοςεμαρτυρησεναυτοιςδουςαυτοιςτοπνευματοαγιονκαθωςκαιημιν
STATEN

En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons;

9
καιουδενδιεκρινενμεταξυημωντεκαιαυτωντηπιστεικαθαρισαςταςκαρδιαςαυτων
STATEN

En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof.

10
νυνουντιπειραζετετονθεονεπιθειναιζυγονεπιτοντραχηλοντωνμαθητωνονουτεοιπατερεςημωνουτεημειςισχυσαμενβαστασαι
STATEN

Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?

11
αλλαδιατηςχαριτοςκυριουιησουχριστουπιστευομενσωθηναικαθοντροπονκακεινοι
STATEN

Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.

12
εσιγησενδεπαντοπληθοςκαιηκουονβαρναβακαιπαυλουεξηγουμενωνοσαεποιησενοθεοςσημειακαιτεραταεντοιςεθνεσινδιαυτων
STATEN

En al de menigte zweeg stil, en zij hoorden Bárnabas en Paulus verhalen, wat grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.

13
μεταδετοσιγησαιαυτουςαπεκριθηιακωβοςλεγωνανδρεςαδελφοιακουσατεμου
STATEN

En nadat deze zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende: Mannen broeders, hoort mij.

14
συμεωνεξηγησατοκαθωςπρωτονοθεοςεπεσκεqατολαβεινεξεθνωνλαονεπιτωονοματιαυτου
STATEN

Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.

15
καιτουτωσυμφωνουσινοιλογοιτωνπροφητωνκαθωςγεγραπται
STATEN

En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is:

16
μεταταυτααναστρεqωκαιανοικοδομησωτηνσκηνηνδαβιδτηνπεπτωκυιανκαιτακατεσκαμμενααυτηςανοικοδομησωκαιανορθωσωαυτην
STATEN

Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten,

17
οπωςανεκζητησωσινοικαταλοιποιτωνανθρωπωντονκυριονκαιπανταταεθνηεφουςεπικεκληταιτοονομαμουεπαυτουςλεγεικυριοςοποιωνταυταπαντα
STATEN

Opdat de overblijvende mensen den Heere zoeken, en al de heidenen, over welken Mijn Naam aangeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.

18
γνωστααπαιωνοςεστιντωθεωπανταταεργααυτου
STATEN

Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend.

19
διοεγωκρινωμηπαρενοχλειντοιςαποτωνεθνωνεπιστρεφουσινεπιτονθεον
STATEN

Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere;

20
αλλαεπιστειλαιαυτοιςτουαπεχεσθαιαποτωναλισγηματωντωνειδωλωνκαιτηςπορνειαςκαιτουπνικτουκαιτουαιματος
STATEN

Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.

21
μωσηςγαρεκγενεωναρχαιωνκαταπολιντουςκηρυσσονταςαυτονεχειενταιςσυναγωγαιςκαταπανσαββατοναναγινωσκομενος
STATEN

Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen.

22
τοτεεδοξεντοιςαποστολοιςκαιτοιςπρεσβυτεροιςσυνολητηεκκλησιαεκλεξαμενουςανδραςεξαυτωνπεμqαιειςαντιοχειανσυντωπαυλωκαιβαρναβαιουδαντονεπικαλουμενονβαρσαβανκαισιλανανδραςηγουμενουςεντοιςαδελφοις
STATEN

Toen heeft het den apostelen en den ouderlingen, met de gehele Gemeente, goed gedacht, enige mannen uit zich te verkiezen, en met Paulus en Bárnabas te zenden naar Antiochíë: namelijk Judas, die toegenaamd wordt Bársabas, en Silas, mannen, die voorgangers waren onder de broeders.

23
γραqαντεςδιαχειροςαυτωνταδεοιαποστολοικαιοιπρεσβυτεροικαιοιαδελφοιτοιςκατατηναντιοχειανκαισυριανκαικιλικιαναδελφοιςτοιςεξεθνωνχαιρειν
STATEN

En zij schreven door hen dit navolgende: De apostelen, en de ouderlingen, en de broeders wensen den broederen uit de heidenen, die in Antiochíë, en Syrië, en Cilícië zijn, zaligheid.

24
επειδηηκουσαμενοτιτινεςεξημωνεξελθοντεςεταραξανυμαςλογοιςανασκευαζοντεςταςqυχαςυμωνλεγοντεςπεριτεμνεσθαικαιτηρειντοννομονοιςουδιεστειλαμεθα
STATEN

Nademaal wij gehoord hebben, dat sommigen, die van ons uitgegaan zijn, u met woorden ontroerd hebben en uw zielen wankelende gemaakt, zeggende, dat gij moet besneden worden, en de wet onderhouden; welken wij dat niet bevolen hadden;

25
εδοξενημινγενομενοιςομοθυμαδονεκλεξαμενουςανδραςπεμqαιπροςυμαςσυντοιςαγαπητοιςημωνβαρναβακαιπαυλω
STATEN

Zo heeft het ons eendrachtelijk te zamen zijnde, goed gedacht, enige mannen te verkiezen, en tot u te zenden, met onze geliefden, Bárnabas en Paulus.

26
ανθρωποιςπαραδεδωκοσινταςqυχαςαυτωνυπερτουονοματοςτουκυριουημωνιησουχριστου
STATEN

Mensen, die hun zielen overgegeven hebben voor den Naam van onzen Heere Jezus Christus.

27
απεσταλκαμενουνιουδανκαισιλανκαιαυτουςδιαλογουαπαγγελλονταςτααυτα
STATEN

Wij hebben dan Judas en Silas gezonden, die ook met den mond hetzelfde zullen verkondigen.

28
εδοξενγαρτωαγιωπνευματικαιημινμηδενπλεονεπιτιθεσθαιυμινβαροςπληντωνεπαναγκεςτουτων
STATEN

Want het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen:

29
απεχεσθαιειδωλοθυτωνκαιαιματοςκαιπνικτουκαιπορνειαςεξωνδιατηρουντεςεαυτουςευπραξετεερρωσθε
STATEN

Namelijk, dat gij u onthoudt van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij; van welke dingen, indien gij uzelven wacht, zo zult gij weldoen. Vaart wel.

30
οιμενουναπολυθεντεςηλθονειςαντιοχειανκαισυναγαγοντεςτοπληθοςεπεδωκαντηνεπιστολην
STATEN

Dezen dan, hun afscheid ontvangen hebbende, kwamen te Antiochíë; en de menigte vergaderd hebbende, gaven zij den brief over.

31
αναγνοντεςδεεχαρησανεπιτηπαρακλησει
STATEN

En zij, dien gelezen hebbende, verblijdden zich over de vertroosting.

32
ιουδαςδεκαισιλαςκαιαυτοιπροφηταιοντεςδιαλογουπολλουπαρεκαλεσαντουςαδελφουςκαιεπεστηριξαν
STATEN

Judas nu en Silas, die ook zelven profeten waren, vermaanden de broeders met vele woorden, en versterkten hen.

33
ποιησαντεςδεχρονοναπελυθησανμετειρηνηςαποτωναδελφωνπροςτουςαποστολους
STATEN

En als zij daar een tijd lang vertoefd hadden, lieten hen de broeders wederom gaan met vrede, tot de apostelen.

34

εδοξεν δε τω σιλα επιμειναι αυτου

STATEN

Maar het dacht Silas goed aldaar te blijven.

35
παυλοςδεκαιβαρναβαςδιετριβονεναντιοχειαδιδασκοντεςκαιευαγγελιζομενοιμετακαιετερωνπολλωντονλογοντουκυριου
STATEN

En Paulus en Bárnabas onthielden zich te Antiochíë, lerende en verkondigende met nog vele anderen, het Woord des Heeren.

36
μεταδετιναςημεραςειπενπαυλοςπροςβαρναβανεπιστρεqαντεςδηεπισκεqωμεθατουςαδελφουςημωνκαταπασανπολινεναιςκατηγγειλαμεντονλογοντουκυριουπωςεχουσιν
STATEN

En na enige dagen zeide Paulus tot Bárnabas: Laat ons nu wederkeren, en bezoeken onze broeders in elke stad, in welke wij het Woord des Heeren verkondigd hebben, hoe zij het hebben.

37
βαρναβαςδεεβουλευσατοσυμπαραλαβειντονιωαννηντονκαλουμενονμαρκον
STATEN

En Bárnabas ried, dat zij Johannes, die genaamd is Markus, zouden medenemen.

38
παυλοςδεηξιουτοναποσταντααπαυτωναποπαμφυλιαςκαιμησυνελθοντααυτοιςειςτοεργονμησυμπαραλαβειντουτον
STATEN

Maar Paulus achtte billijk, dat men dien niet zoude medenemen, die van Pamfylië af van hen was afgeweken, en met hen niet was gegaan tot het werk.

39
εγενετοουνπαροξυσμοςωστεαποχωρισθηναιαυτουςαπαλληλωντοντεβαρναβανπαραλαβοντατονμαρκονεκπλευσαιειςκυπρον
STATEN

Er ontstond dan een verbittering, alzo dat zij van elkander gescheiden zijn, en dat Bárnabas Markus medenam, en naar Cyprus afscheepte;

40
παυλοςδεεπιλεξαμενοςσιλανεξηλθενπαραδοθειςτηχαριτιτουθεουυποτωναδελφων
STATEN

Maar Paulus verkoos Silas, en reisde heen, der genade Gods van de broederen bevolen zijnde.

41
διηρχετοδετηνσυριανκαικιλικιανεπιστηριζωνταςεκκλησιας
STATEN

En hij doorreisde Syrië en Cilícië, versterkende de Gemeenten.