HANDELINGEN

Handelingen 14

Πράξεις τῶν Ἀποστόλων
Hoofdstukken (28)
12345678910111213141516171819202122232425262728
Getuigen
Interlineair
1
εγενετοδεενικονιωκατατοαυτοεισελθειναυτουςειςτηνσυναγωγηντωνιουδαιωνκαιλαλησαιουτωςωστεπιστευσαιιουδαιωντεκαιελληνωνπολυπληθος
STATEN

En het geschiedde te Ikónium, dat zij te zamen gingen in de synagoge der Joden, en alzo spraken, dat een grote menigte, beiden van Joden en Grieken, geloofde.

2
οιδεαπειθουντεςιουδαιοιεπηγειρανκαιεκακωσανταςqυχαςτωνεθνωνκατατωναδελφων
STATEN

Maar de Joden, die ongehoorzaam waren, verwekten en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders.

3
ικανονμενουνχρονονδιετριqανπαρρησιαζομενοιεπιτωκυριωτωμαρτυρουντιτωλογωτηςχαριτοςαυτουκαιδιδοντισημειακαιτεραταγινεσθαιδιατωνχειρωναυτων
STATEN

Zij verkeerden dan aldaar een langen tijd, vrijmoediglijk sprekende in den Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord Zijner genade, en gaf, dat tekenen en wonderen geschiedden door hun handen.

4
εσχισθηδετοπληθοςτηςπολεωςκαιοιμενησανσυντοιςιουδαιοιςοιδεσυντοιςαποστολοις
STATEN

En de menigte der stad werd verdeeld, en sommigen waren met de Joden, en sommigen met de apostelen.

5
ωςδεεγενετοορμητωνεθνωντεκαιιουδαιωνσυντοιςαρχουσιναυτωνυβρισαικαιλιθοβολησαιαυτους
STATEN

En als er een oploop geschiedde, beiden van heidenen en van Joden, met hun oversten, om hun smaadheid aan te doen, en hen te stenigen,

6
συνιδοντεςκατεφυγονειςταςπολειςτηςλυκαονιαςλυστρανκαιδερβηνκαιτηνπεριχωρον
STATEN

Zijn zij, alles overlegd hebbende, gevlucht naar de steden van Lykaónië, namelijk Lystre en Derbe, en het omliggende land;

7
κακειησανευαγγελιζομενοι
STATEN

En verkondigden aldaar het Evangelie.

8
καιτιςανηρενλυστροιςαδυνατοςτοιςποσινεκαθητοχωλοςεκκοιλιαςμητροςαυτουυπαρχωνοςουδεποτεπεριεπεπατηκει
STATEN

En een zeker man, te Lystre, zat onmachtig aan de voeten, kreupel zijnde van zijner moeders lijf, die nooit had gewandeld.

9
ουτοςηκουεντουπαυλουλαλουντοςοςατενισαςαυτωκαιιδωνοτιπιστινεχειτουσωθηναι
STATEN

Deze hoorde Paulus spreken; welke de ogen op hem houdende, en ziende, dat hij geloof had om gezond te worden,

10
ειπενμεγαλητηφωνηαναστηθιεπιτουςποδαςσουορθοςκαιηλλετοκαιπεριεπατει
STATEN

Zeide met grote stem: Sta recht op uw voeten! En hij sprong op en wandelde.

11
οιδεοχλοιιδοντεςοεποιησενοπαυλοςεπηραντηνφωνηναυτωνλυκαονιστιλεγοντεςοιθεοιομοιωθεντεςανθρωποιςκατεβησανπροςημας
STATEN

En de scharen, ziende, hetgeen Paulus gedaan had, verhieven hun stemmen, en zeiden in het Lycaónisch: De goden zijn den mensen gelijk geworden, en tot ons nedergekomen.

12
εκαλουντετονμενβαρναβανδιατονδεπαυλονερμηνεπειδηαυτοςηνοηγουμενοςτουλογου
STATEN

En zij noemden Bárnabas Júpiter, en Paulus Mercúrius, omdat hij het woord voerde.

13
οδειερευςτουδιοςτουοντοςπροτηςπολεωςαυτωνταυρουςκαιστεμματαεπιτουςπυλωναςενεγκαςσυντοιςοχλοιςηθελενθυειν
STATEN

En de priester van Júpiter, die voor hun stad was, als hij ossen en kransen aan de voorpoorten gebracht had, wilde hij offeren met de scharen.

14
ακουσαντεςδεοιαποστολοιβαρναβαςκαιπαυλοςδιαρρηξαντεςταιματιααυτωνεισεπηδησανειςτονοχλονκραζοντες
STATEN

Maar de apostelen Bárnabas en Paulus, dat horende, scheurden hun klederen, en sprongen onder de schare, roepende,

15
καιλεγοντεςανδρεςτιταυταποιειτεκαιημειςομοιοπαθειςεσμενυμινανθρωποιευαγγελιζομενοιυμαςαποτουτωντωνματαιωνεπιστρεφεινεπιτονθεοντονζωνταοςεποιησεντονουρανονκαιτηνγηνκαιτηνθαλασσανκαιπανταταεναυτοις
STATEN

En zeggende: Mannen, waarom doet gij deze dingen? Wij zijn ook mensen van gelijke bewegingen als gij, en verkondigen ulieden, dat gij u zoudt van deze ijdele dingen bekeren tot den levenden God, Die gemaakt heeft den hemel, en de aarde, en de zee, en al hetgeen in dezelve is;

16
οςενταιςπαρωχημεναιςγενεαιςειασενπανταταεθνηπορευεσθαιταιςοδοιςαυτων
STATEN

Welke in de verledene tijden al de heidenen heeft laten wandelen in hun wegen;

17
καιτοιγεουκαμαρτυρονεαυτοναφηκεναγαθοποιωνουρανοθενημινυετουςδιδουςκαικαιρουςκαρποφορουςεμπιπλωντροφηςκαιευφροσυνηςταςκαρδιαςημων
STATEN

Hoewel Hij nochtans Zichzelven niet onbetuigd gelaten heeft, goed doende van den hemel, ons regen en vruchtbare tijden gevende, vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid.

18
καιταυταλεγοντεςμολιςκατεπαυσαντουςοχλουςτουμηθυειναυτοις
STATEN

En dit zeggende, wederhielden zij nauwelijks de scharen, dat zij hun niet offerden.

19
επηλθονδεαποαντιοχειαςκαιικονιουιουδαιοικαιπεισαντεςτουςοχλουςκαιλιθασαντεςτονπαυλονεσυρονεξωτηςπολεωςνομισαντεςαυτοντεθναναι
STATEN

Maar daarover kwamen Joden van Antiochíë en Ikónium, en overreedden de scharen, en stenigden Paulus, en sleepten hem buiten de stad, menende, dat hij dood was.

20
κυκλωσαντωνδεαυτοντωνμαθητωνανασταςεισηλθενειςτηνπολινκαιτηεπαυριονεξηλθενσυντωβαρναβαειςδερβην
STATEN

Doch als hem de discipelen omringd hadden, stond hij op, en kwam in de stad; en des anderen daags ging hij met Bárnabas uit naar Derbe.

21
ευαγγελισαμενοιτετηνπολινεκεινηνκαιμαθητευσαντεςικανουςυπεστρεqανειςτηνλυστρανκαιικονιονκαιαντιοχειαν
STATEN

En als zij derzelve stad het Evangelie verkondigd en vele discipelen gemaakt hadden, keerden zij weder naar Lystre, en Ikónium, en Antiochíë;

22
επιστηριζοντεςταςqυχαςτωνμαθητωνπαρακαλουντεςεμμενειντηπιστεικαιοτιδιαπολλωνθλιqεωνδειημαςεισελθεινειςτηνβασιλειαντουθεου
STATEN

Versterkende de zielen der discipelen, en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.

23
χειροτονησαντεςδεαυτοιςπρεσβυτερουςκατεκκλησιανπροσευξαμενοιμετανηστειωνπαρεθεντοαυτουςτωκυριωειςονπεπιστευκεισαν
STATEN

En als zij in elke Gemeente, met opsteken der handen, ouderlingen verkoren hadden, gebeden hebbende met vasten, bevalen zij hen den Heere, in Welken zij geloofd hadden.

24
καιδιελθοντεςτηνπισιδιανηλθονειςπαμφυλιαν
STATEN

En Pisídië doorgereisd hebbende, kwamen zij in Pamfylië.

25
καιλαλησαντεςενπεργητονλογονκατεβησανειςατταλειαν
STATEN

En als zij te Perge het Woord gesproken hadden, kwamen zij af naar Attálië.

26
κακειθεναπεπλευσανειςαντιοχειανοθενησανπαραδεδομενοιτηχαριτιτουθεουειςτοεργονοεπληρωσαν
STATEN

En van daar scheepten zij af naar Antiochíë, van waar zij der genade Gods bevolen waren geweest tot het werk, dat zij volbracht hadden.

27
παραγενομενοιδεκαισυναγαγοντεςτηνεκκλησιανανηγγειλανοσαεποιησενοθεοςμεταυτωνκαιοτιηνοιξεντοιςεθνεσινθυρανπιστεως
STATEN

En daar gekomen zijnde, en de Gemeente vergaderd hebbende, verhaalden zij, wat grote dingen God met hen gedaan had, en dat Hij den heidenen de deur des geloofs geopend had.

28
διετριβονδεεκειχρονονουκολιγονσυντοιςμαθηταις
STATEN

En zij verkeerden aldaar geen kleinen tijd met de discipelen.