Hoofdstukken (24)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i STATEN i KJV i VULGATE i LUTHER i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i YLT i JPS1917 i
וַ/יֵּצֵ֞א הַ/גּוֹרָ֤ל הַ/שֵּׁנִי֙ לְ/שִׁמְע֔וֹן לְ/מַטֵּ֥ה בְנֵֽי שִׁמְע֖וֹן לְ/מִשְׁפְּחוֹתָ֑/ם וַֽ/יְהִי֙ נַֽחֲלָתָ֔/ם בְּ/ת֖וֹךְ נַחֲלַ֥ת בְּנֵֽי יְהוּדָֽה־־׃
STATEN
Daarna ging het tweede lot uit voor Simeon, voor den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen; en hun erfdeel was in het midden van het erfdeel der kinderen van Juda.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יְהִ֥י לָ/הֶ֖ם בְּ/נַֽחֲלָתָ֑/ם בְּאֵֽר שֶׁ֥בַע וְ/שֶׁ֖בַע וּ/מוֹלָדָֽה־׃
STATEN
En zij hadden in hun erfdeel: Beër-séba, en Séba, en Mólada,
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/חֲצַ֥ר שׁוּעָ֛ל וּ/בָלָ֖ה וָ/עָֽצֶם׃
STATEN
En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/אֶלְתּוֹלַ֥ד וּ/בְת֖וּל וְ/חָרְמָֽה׃
STATEN
En Elthólad, en Bethul, en Horma,
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/צִֽקְלַ֥ג וּ/בֵית הַמַּרְכָּב֖וֹת וַ/חֲצַ֥ר סוּסָֽה־׃
STATEN
En Ziklag, en Beth-hammerchabôth, en Hazar-Suza,
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/בֵ֥ית לְבָא֖וֹת וְ/שָֽׁרוּחֶ֑ן עָרִ֥ים שְׁלֹשׁ עֶשְׂרֵ֖ה וְ/חַצְרֵי/הֶֽן־׃
STATEN
En Beth-Lebaôth, en Sarûhen; dertien steden en haar dorpen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
עַ֥יִן רִמּ֖וֹן וָ/עֶ֣תֶר וְ/עָשָׁ֑ן עָרִ֥ים אַרְבַּ֖ע וְ/חַצְרֵי/הֶֽן׀׃
STATEN
Aïn, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/כָל הַֽ/חֲצֵרִ֗ים אֲשֶׁ֤ר סְבִיבוֹת֙ הֶֽ/עָרִ֣ים הָ/אֵ֔לֶּה עַד בַּֽעֲלַ֥ת בְּאֵ֖ר רָ֣אמַת נֶ֑גֶב זֹ֗את נַחֲלַ֛ת מַטֵּ֥ה בְנֵֽי שִׁמְע֖וֹן לְ/מִשְׁפְּחֹתָֽ/ם־־־׃
STATEN
En al de dorpen, die rondom deze steden waren, tot Báalath-Beër, dat is Ramath tegen het zuiden. Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מֵ/חֶ֨בֶל֙ בְּנֵ֣י יְהוּדָ֔ה נַחֲלַ֖ת בְּנֵ֣י שִׁמְע֑וֹן כִּֽי הָיָ֞ה חֵ֤לֶק בְּנֵֽי יְהוּדָה֙ רַ֣ב מֵ/הֶ֔ם וַ/יִּנְחֲל֥וּ בְנֵֽי שִׁמְע֖וֹן בְּ/ת֥וֹךְ נַחֲלָתָֽ/ם־־־׃פ
STATEN
Het erfdeel der kinderen van Simeon is onder het snoer der kinderen van Juda; want het erfdeel der kinderen van Juda was te groot voor hen; daarom erfden de kinderen van Simeon in het midden van hun erfdeel.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֨עַל֙ הַ/גּוֹרָ֣ל הַ/שְּׁלִישִׁ֔י לִ/בְנֵ֥י זְבוּלֻ֖ן לְ/מִשְׁפְּחֹתָ֑/ם וַ/יְהִ֛י גְּב֥וּל נַחֲלָתָ֖/ם עַד שָׂרִֽיד־׃
STATEN
Daarna kwam het derde lot op voor de kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; en de landpale van hun erfdeel was tot aan Sarid.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/עָלָ֨ה גְבוּלָ֧/ם לַ/יָּ֛מָּ/ה וּ/מַרְעֲלָ֖ה וּ/פָגַ֣ע בְּ/דַבָּ֑שֶׁת וּ/פָגַע֙ אֶל הַ/נַּ֔חַל אֲשֶׁ֖ר עַל פְּנֵ֥י יָקְנְעָֽם׀־־׃
STATEN
En hun landpale gaat opwaarts naar het westen en Mar-ála, en reikt tot Dabbáseth, en reikt tot aan de beek, die voor aan Jokneam is.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/שָׁ֣ב מִ/שָּׂרִ֗יד קֵ֚דְמָ/ה מִזְרַ֣ח הַ/שֶּׁ֔מֶשׁ עַל גְּב֥וּל כִּסְלֹ֖ת תָּבֹ֑ר וְ/יָצָ֥א אֶל הַ/דָּֽבְרַ֖ת וְ/עָלָ֥ה יָפִֽיעַ־־׃
STATEN
En zij wendt zich van Sarid oostwaarts tegen den opgang der zon, tot de landpale van Chislôth-Thabor, en zij komt uit te Dobrath, en gaat opwaarts naar Jafía.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 18 ← → navigeer Hoofdstuk 20 →