Ga naar inhoud
NEVIIM

Jozua 17

יְהוֹשֻׁעַ
Hoofdstukken (24)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֤י הַ/גּוֹרָל֙ לְ/מַטֵּ֣ה מְנַשֶּׁ֔ה כִּי ה֖וּא בְּכ֣וֹר יוֹסֵ֑ף לְ/מָכִיר֩ בְּכ֨וֹר מְנַשֶּׁ֜ה אֲבִ֣י הַ/גִּלְעָ֗ד כִּ֣י ה֤וּא הָיָה֙ אִ֣ישׁ מִלְחָמָ֔ה וַֽ/יְהִי ל֖/וֹ הַ/גִּלְעָ֥ד וְ/הַ/בָּשָֽׁן־־׃
STATEN

De stam van Manasse had ook een lot, omdat hij de eerstgeborene van Jozef was: te weten Machir, de eerstgeborene van Manasse, de vader van Gilead; omdat hij een krijgsman was, zo had hij Gilead en Bazan.

2
וַ֠/יְהִי לִ/בְנֵ֨י מְנַשֶּׁ֥ה הַ/נּוֹתָרִים֮ לְ/מִשְׁפְּחֹתָ/ם֒ לִ/בְנֵ֨י אֲבִיעֶ֜זֶר וְ/לִ/בְנֵי חֵ֗לֶק וְ/לִ/בְנֵ֤י אַשְׂרִיאֵל֙ וְ/לִ/בְנֵי שֶׁ֔כֶם וְ/לִ/בְנֵי חֵ֖פֶר וְ/לִ/בְנֵ֣י שְׁמִידָ֑ע אֵ֠לֶּה בְּנֵ֨י מְנַשֶּׁ֧ה בֶּן יוֹסֵ֛ף הַ/זְּכָרִ֖ים לְ/מִשְׁפְּחֹתָֽ/ם־־־־׃
STATEN

Ook hadden de overgebleven kinderen van Manasse een lot, naar hun huisgezinnen; te weten de kinderen van Abiézer, en de kinderen van Helek, en de kinderen van Asriël, en de kinderen van Sechem, en de kinderen van Hefer, en de kinderen van Semída. Dit zijn de mannelijke kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, naar hun huisgezinnen.

3
וְ/לִ/צְלָפְחָד֩ בֶּן חֵ֨פֶר בֶּן גִּלְעָ֜ד בֶּן מָכִ֣יר בֶּן מְנַשֶּׁ֗ה לֹא הָ֥יוּ ל֛/וֹ בָּנִ֖ים כִּ֣י אִם בָּנ֑וֹת וְ/אֵ֨לֶּה֙ שְׁמ֣וֹת בְּנֹתָ֔י/ו מַחְלָ֣ה וְ/נֹעָ֔ה חָגְלָ֥ה מִלְכָּ֖ה וְ/תִרְצָֽה־־־־־־׃
STATEN

Zeláfead nu, de zoon van Hefer, den zoon van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, had geen zonen, maar dochters; en dit zijn de namen zijner dochteren: Machla en Noa, Hogla, Milka en Tirza.

4
וַ/תִּקְרַ֡בְנָה לִ/פְנֵי֩ אֶלְעָזָ֨ר הַ/כֹּהֵ֜ן וְ/לִ/פְנֵ֣י יְהוֹשֻׁ֣עַ בִּן נ֗וּן וְ/לִ/פְנֵ֤י הַ/נְּשִׂיאִים֙ לֵ/אמֹ֔ר יְהוָה֙ צִוָּ֣ה אֶת מֹשֶׁ֔ה לָֽ/תֶת לָ֥/נוּ נַחֲלָ֖ה בְּ/ת֣וֹךְ אַחֵ֑י/נוּ וַ/יִּתֵּ֨ן לָ/הֶ֜ם אֶל פִּ֤י יְהוָה֙ נַֽחֲלָ֔ה בְּ/ת֖וֹךְ אֲחֵ֥י אֲבִי/הֶֽן׀־־־־׃
STATEN

Dezen dan traden toe voor het aangezicht van Eleázar, den priester, en voor het aangezicht van Jozua, den zoon van Nun, en voor het aangezicht der oversten, zeggende: De HEERE heeft Mozes geboden, dat men ons een erfdeel geven zou in het midden onzer broederen. Daarom gaf hij haar, naar den mond des HEEREN, een erfdeel in het midden der broederen van haar vader.

5
וַ/יִּפְּל֥וּ חַבְלֵֽי מְנַשֶּׁ֖ה עֲשָׂרָ֑ה לְ/בַ֞ד מֵ/אֶ֤רֶץ הַ/גִּלְעָד֙ וְ/הַ/בָּשָׁ֔ן אֲשֶׁ֖ר מֵ/עֵ֥בֶר לַ/יַּרְדֵּֽן־׃
STATEN

En aan Manasse vielen tien snoeren toe, behalve het land Gilead en Bazan, dat op gene zijde van de Jordaan is.

6
כִּ֚י בְּנ֣וֹת מְנַשֶּׁ֔ה נָחֲל֥וּ נַחֲלָ֖ה בְּ/ת֣וֹךְ בָּנָ֑י/ו וְ/אֶ֨רֶץ֙ הַ/גִּלְעָ֔ד הָיְתָ֥ה לִ/בְנֵֽי מְנַשֶּׁ֖ה הַ/נּֽוֹתָרִֽים־׃
STATEN

Want de dochteren van Manasse erfden een erfdeel in het midden zijner zonen; en het land Gilead hadden de overgebleven kinderen van Manasse.

7
וַ/יְהִ֤י גְבוּל מְנַשֶּׁה֙ מֵֽ/אָשֵׁ֔ר הַֽ/מִּכְמְתָ֔ת אֲשֶׁ֖ר עַל פְּנֵ֣י שְׁכֶ֑ם וְ/הָלַ֤ךְ הַ/גְּבוּל֙ אֶל הַ/יָּמִ֔ין אֶל יֹשְׁבֵ֖י עֵ֥ין תַּפּֽוּחַ־־־־׃
STATEN

Zodat de landpale van Manasse was van Aser af tot Michmetâth, die voor aan Sichem is; en deze landpale gaat ter rechterhand tot aan de inwoners van En-Tappûah.

8
לִ/מְנַשֶּׁ֕ה הָיְתָ֖ה אֶ֣רֶץ תַּפּ֑וּחַ וְ/תַפּ֛וּחַ אֶל גְּב֥וּל מְנַשֶּׁ֖ה לִ/בְנֵ֥י אֶפְרָֽיִם־׃
STATEN

Manasse had wel het land van Tappûah, maar Tappûah zelve, aan de landpale van Manasse, hadden de kinderen van Efraïm.

9
וְ/יָרַ֣ד הַ/גְּבוּל֩ נַ֨חַל קָנָ֜ה נֶ֣גְבָּ/ה לַ/נַּ֗חַל עָרִ֤ים הָ/אֵ֨לֶּה֙ לְ/אֶפְרַ֔יִם בְּ/ת֖וֹךְ עָרֵ֣י מְנַשֶּׁ֑ה וּ/גְב֤וּל מְנַשֶּׁה֙ מִ/צְּפ֣וֹן לַ/נַּ֔חַל וַ/יְהִ֥י תֹצְאֹתָ֖י/ו הַ/יָּֽמָּ/ה׃
STATEN

Daarna komt de landpale af naar de beek Kana tegen het zuiden der beek. Deze steden zijn van Efraïm in het midden der steden van Manasse; en de landpale van Manasse is aan het noorden der beek, en haar uitgangen zijn aan de zee.

10
נֶ֣גְבָּ/ה לְ/אֶפְרַ֗יִם וְ/צָפ֨וֹנָ/ה֙ לִ/מְנַשֶּׁ֔ה וַ/יְהִ֥י הַ/יָּ֖ם גְּבוּל֑/וֹ וּ/בְ/אָשֵׁר֙ יִפְגְּע֣וּ/ן מִ/צָּפ֔וֹן וּ/בְ/יִשָּׂשכָ֖ר מִ/מִּזְרָֽח׃
STATEN

Het was van Efraïm tegen het zuiden, en tegen het noorden was het van Manasse, en de zee was zijn landpale; en aan het noorden stieten zij aan Aser, en aan het oosten aan Issaschar.

11
וַ/יְהִ֨י לִ/מְנַשֶּׁ֜ה בְּ/יִשָּׂשכָ֣ר וּ/בְ/אָשֵׁ֗ר בֵּית שְׁאָ֣ן וּ֠/בְנוֹתֶי/הָ וְ/יִבְלְעָ֨ם וּ/בְנוֹתֶ֜י/הָ וְֽ/אֶת יֹשְׁבֵ֧י דֹ֣אר וּ/בְנוֹתֶ֗י/הָ וְ/יֹשְׁבֵ֤י עֵֽין דֹּר֙ וּ/בְנֹתֶ֔י/הָ וְ/יֹשְׁבֵ֤י תַעְנַךְ֙ וּ/בְנֹתֶ֔י/הָ וְ/יֹשְׁבֵ֥י מְגִדּ֖וֹ וּ/בְנוֹתֶ֑י/הָ שְׁלֹ֖שֶׁת הַ/נָּֽפֶת־־־׃
STATEN

Want Manasse had, in Issaschar en in Aser, Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, en Jîbleam en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Dôr en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te En-Dôr en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Tháänach en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Megiddo en haar onderhorige plaatsen: drie landstreken.

12
וְ/לֹ֤א יָכְלוּ֙ בְּנֵ֣י מְנַשֶּׁ֔ה לְ/הוֹרִ֖ישׁ אֶת הֶֽ/עָרִ֣ים הָ/אֵ֑לֶּה וַ/יּ֨וֹאֶל֙ הַֽ/כְּנַעֲנִ֔י לָ/שֶׁ֖בֶת בָּ/אָ֥רֶץ הַ/זֹּֽאת־׃
STATEN

En de kinderen van Manasse konden de inwoners van die steden niet verdrijven; want de Kanaänieten wilden in hetzelve land wonen.

Op De Naamdragers

Blogs over Jozua 17

Nog geen artikelen die specifiek naar Jozua 17 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →