Ga naar inhoud
TORAH

Leviticus 8

וַיִּקְרָא
Hoofdstukken (27)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

2
קַ֤ח אֶֽת אַהֲרֹן֙ וְ/אֶת בָּנָ֣י/ו אִתּ֔/וֹ וְ/אֵת֙ הַ/בְּגָדִ֔ים וְ/אֵ֖ת שֶׁ֣מֶן הַ/מִּשְׁחָ֑ה וְ/אֵ֣ת פַּ֣ר הַֽ/חַטָּ֗את וְ/אֵת֙ שְׁנֵ֣י הָֽ/אֵילִ֔ים וְ/אֵ֖ת סַ֥ל הַ/מַּצּֽוֹת־־׀׃
STATEN

Neem Aäron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden;

3
וְ/אֵ֥ת כָּל הָ/עֵדָ֖ה הַקְהֵ֑ל אֶל פֶּ֖תַח אֹ֥הֶל מוֹעֵֽד־־׃
STATEN

En verzamel de ganse vergadering aan de deur van de tent der samenkomst.

4
וַ/יַּ֣עַשׂ מֹשֶׁ֔ה כַּֽ/אֲשֶׁ֛ר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אֹת֑/וֹ וַ/תִּקָּהֵל֙ הָֽ/עֵדָ֔ה אֶל פֶּ֖תַח אֹ֥הֶל מוֹעֵֽד־׃
STATEN

Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst.

5
וַ/יֹּ֥אמֶר מֹשֶׁ֖ה אֶל הָ/עֵדָ֑ה זֶ֣ה הַ/דָּבָ֔ר אֲשֶׁר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה לַ/עֲשֽׂוֹת־־׃
STATEN

Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.

6
וַ/יַּקְרֵ֣ב מֹשֶׁ֔ה אֶֽת אַהֲרֹ֖ן וְ/אֶת בָּנָ֑י/ו וַ/יִּרְחַ֥ץ אֹתָ֖/ם בַּ/מָּֽיִם־־׃
STATEN

En Mozes deed Aäron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water.

7
וַ/יִּתֵּ֨ן עָלָ֜י/ו אֶת הַ/כֻּתֹּ֗נֶת וַ/יַּחְגֹּ֤ר אֹת/וֹ֙ בָּֽ/אַבְנֵ֔ט וַ/יַּלְבֵּ֤שׁ אֹת/וֹ֙ אֶֽת הַ/מְּעִ֔יל וַ/יִּתֵּ֥ן עָלָ֖י/ו אֶת הָ/אֵפֹ֑ד וַ/יַּחְגֹּ֣ר אֹת֗/וֹ בְּ/חֵ֨שֶׁב֙ הָֽ/אֵפֹ֔ד וַ/יֶּאְפֹּ֥ד ל֖/וֹ בּֽ/וֹ־־־׃
STATEN

Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; ook deed hij hem den efod aan, en gordde dien met den kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede.

8
וַ/יָּ֥שֶׂם עָלָ֖י/ו אֶת הַ/חֹ֑שֶׁן וַ/יִּתֵּן֙ אֶל הַ/חֹ֔שֶׁן אֶת הָ/אוּרִ֖ים וְ/אֶת הַ/תֻּמִּֽים־־־־׃
STATEN

Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim.

9
וַ/יָּ֥שֶׂם אֶת הַ/מִּצְנֶ֖פֶת עַל רֹאשׁ֑/וֹ וַ/יָּ֨שֶׂם עַֽל הַ/מִּצְנֶ֜פֶת אֶל מ֣וּל פָּנָ֗י/ו אֵ֣ת צִ֤יץ הַ/זָּהָב֙ נֵ֣זֶר הַ/קֹּ֔דֶשׁ כַּ/אֲשֶׁ֛ר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אֶת מֹשֶֽׁה־־־־־׃
STATEN

En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

10
וַ/יִּקַּ֤ח מֹשֶׁה֙ אֶת שֶׁ֣מֶן הַ/מִּשְׁחָ֔ה וַ/יִּמְשַׁ֥ח אֶת הַ/מִּשְׁכָּ֖ן וְ/אֶת כָּל אֲשֶׁר בּ֑/וֹ וַ/יְקַדֵּ֖שׁ אֹתָֽ/ם־־־־־׃
STATEN

Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde den tabernakel, en al wat daarin was, en heiligde ze.

11
וַ/יַּ֥ז מִמֶּ֛/נּוּ עַל הַ/מִּזְבֵּ֖חַ שֶׁ֣בַע פְּעָמִ֑ים וַ/יִּמְשַׁ֨ח אֶת הַ/מִּזְבֵּ֜חַ וְ/אֶת כָּל כֵּלָ֗י/ו וְ/אֶת הַ/כִּיֹּ֛ר וְ/אֶת כַּנּ֖/וֹ לְ/קַדְּשָֽׁ/ם־־־־־־׃
STATEN

En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen.

12
וַ/יִּצֹק֙ מִ/שֶּׁ֣מֶן הַ/מִּשְׁחָ֔ה עַ֖ל רֹ֣אשׁ אַהֲרֹ֑ן וַ/יִּמְשַׁ֥ח אֹת֖/וֹ לְ/קַדְּשֽׁ/וֹ׃
STATEN

Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aäron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen.

Op De Naamdragers

Blogs over Leviticus 8

Nog geen artikelen die specifiek naar Leviticus 8 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →