Ga naar inhoud
TORAH

Leviticus 20

וַיִּקְרָא
Hoofdstukken (27)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

2
וְ/אֶל בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֘ל תֹּאמַר֒ אִ֣ישׁ אִישׁ֩ מִ/בְּנֵ֨י יִשְׂרָאֵ֜ל וּ/מִן הַ/גֵּ֣ר הַ/גָּ֣ר בְּ/יִשְׂרָאֵ֗ל אֲשֶׁ֨ר יִתֵּ֧ן מִ/זַּרְע֛/וֹ לַ/מֹּ֖לֶךְ מ֣וֹת יוּמָ֑ת עַ֥ם הָ/אָ֖רֶץ יִרְגְּמֻ֥/הוּ בָ/אָֽבֶן־־׀׃
STATEN

Gij zult ook tot de kinderen Israëls zeggen: Een ieder uit de kinderen Israëls, of uit de vreemdelingen, die in Israël als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad den Molech gegeven zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; het volk des lands zal hem met stenen stenigen.

3
וַ/אֲנִ֞י אֶתֵּ֤ן אֶת פָּנַ/י֙ בָּ/אִ֣ישׁ הַ/ה֔וּא וְ/הִכְרַתִּ֥י אֹת֖/וֹ מִ/קֶּ֣רֶב עַמּ֑/וֹ כִּ֤י מִ/זַּרְע/וֹ֙ נָתַ֣ן לַ/מֹּ֔לֶךְ לְמַ֗עַן טַמֵּא֙ אֶת מִקְדָּשִׁ֔/י וּ/לְ/חַלֵּ֖ל אֶת שֵׁ֥ם קָדְשִֽׁ/י־־־׃
STATEN

En Ik zal Mijn aangezicht tegen dien man zetten, en zal hem uit het midden zijns volks uitroeien; want hij heeft van zijn zaad den Molech gegeven, opdat hij Mijn heiligdom ontreinigen, en Mijn heiligen Naam ontheiligen zou.

4
וְ/אִ֡ם הַעְלֵ֣ם יַעְלִימֽוּ֩ עַ֨ם הָ/אָ֜רֶץ אֶת עֵֽינֵי/הֶם֙ מִן הָ/אִ֣ישׁ הַ/ה֔וּא בְּ/תִתּ֥/וֹ מִ/זַּרְע֖/וֹ לַ/מֹּ֑לֶךְ לְ/בִלְתִּ֖י הָמִ֥ית אֹתֽ/וֹ־־׃
STATEN

En indien het volk des lands hun ogen enigszins verbergen zal van dien man, als hij van zijn zaad den Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode;

5
וְ/שַׂמְתִּ֨י אֲנִ֧י אֶת פָּנַ֛/י בָּ/אִ֥ישׁ הַ/ה֖וּא וּ/בְ/מִשְׁפַּחְתּ֑/וֹ וְ/הִכְרַתִּ֨י אֹת֜/וֹ וְ/אֵ֣ת כָּל הַ/זֹּנִ֣ים אַחֲרָ֗י/ו לִ/זְנ֛וֹת אַחֲרֵ֥י הַ/מֹּ֖לֶךְ מִ/קֶּ֥רֶב עַמָּֽ/ם־׀־׃
STATEN

Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen dien man en tegen zijn huisgezin zetten, en Ik zal hem, en al degenen, die hem nahoereren, om den Molech na te hoereren, uit het midden huns volks uitroeien.

6
וְ/הַ/נֶּ֗פֶשׁ אֲשֶׁ֨ר תִּפְנֶ֤ה אֶל הָֽ/אֹבֹת֙ וְ/אֶל הַ/יִּדְּעֹנִ֔ים לִ/זְנ֖וֹת אַחֲרֵי/הֶ֑ם וְ/נָתַתִּ֤י אֶת פָּנַ/י֙ בַּ/נֶּ֣פֶשׁ הַ/הִ֔וא וְ/הִכְרַתִּ֥י אֹת֖/וֹ מִ/קֶּ֥רֶב עַמּֽ/וֹ־־־׃
STATEN

Wanneer er een ziel is, die zich tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, en zal ze uit het midden haars volks uitroeien.

7
וְ/הִ֨תְקַדִּשְׁתֶּ֔ם וִ/הְיִיתֶ֖ם קְדֹשִׁ֑ים כִּ֛י אֲנִ֥י יְהוָ֖ה אֱלֹהֵי/כֶֽם׃
STATEN

Daarom heiligt u, en weest heilig; want Ik ben de HEERE, uw God!

8
וּ/שְׁמַרְתֶּם֙ אֶת חֻקֹּתַ֔/י וַ/עֲשִׂיתֶ֖ם אֹתָ֑/ם אֲנִ֥י יְהוָ֖ה מְקַדִּשְׁ/כֶֽם־׃
STATEN

En onderhoudt Mijn inzettingen, en doet dezelve; Ik ben de HEERE, Die u heilige.

9
כִּֽי אִ֣ישׁ אִ֗ישׁ אֲשֶׁ֨ר יְקַלֵּ֧ל אֶת אָבִ֛י/ו וְ/אֶת אִמּ֖/וֹ מ֣וֹת יוּמָ֑ת אָבִ֧י/ו וְ/אִמּ֛/וֹ קִלֵּ֖ל דָּמָ֥י/ו בּֽ/וֹ־־־׃
STATEN

Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!

10
וְ/אִ֗ישׁ אֲשֶׁ֤ר יִנְאַף֙ אֶת אֵ֣שֶׁת אִ֔ישׁ אֲשֶׁ֥ר יִנְאַ֖ף אֶת אֵ֣שֶׁת רֵעֵ֑/הוּ מֽוֹת יוּמַ֥ת הַ/נֹּאֵ֖ף וְ/הַ/נֹּאָֽפֶת־־־׃
STATEN

Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel zal gedaan hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster.

11
וְ/אִ֗ישׁ אֲשֶׁ֤ר יִשְׁכַּב֙ אֶת אֵ֣שֶׁת אָבִ֔י/ו עֶרְוַ֥ת אָבִ֖י/ו גִּלָּ֑ה מֽוֹת יוּמְת֥וּ שְׁנֵי/הֶ֖ם דְּמֵי/הֶ֥ם בָּֽ/ם־־׃
STATEN

En een man, die bij zijns vaders huisvrouw zal gelegen hebben, heeft zijns vaders schaamte ontdekt; zij beiden zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!

12
וְ/אִ֗ישׁ אֲשֶׁ֤ר יִשְׁכַּב֙ אֶת כַּלָּת֔/וֹ מ֥וֹת יוּמְת֖וּ שְׁנֵי/הֶ֑ם תֶּ֥בֶל עָשׂ֖וּ דְּמֵי/הֶ֥ם בָּֽ/ם־׃
STATEN

Insgelijks, als een man bij de vrouw zijns zoons zal gelegen hebben, zij zullen beiden zekerlijk gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging gedaan; hun bloed is op hen!

Op De Naamdragers

Blogs over Leviticus 20

Nog geen artikelen die specifiek naar Leviticus 20 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →