Ga naar inhoud
TORAH

Leviticus 15

וַיִּקְרָא
Hoofdstukken (27)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֣ר יְהוָ֔ה אֶל מֹשֶׁ֥ה וְ/אֶֽל אַהֲרֹ֖ן לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aäron, zeggende:

2
דַּבְּרוּ֙ אֶל בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל וַ/אֲמַרְתֶּ֖ם אֲלֵ/הֶ֑ם אִ֣ישׁ אִ֗ישׁ כִּ֤י יִהְיֶה֙ זָ֣ב מִ/בְּשָׂר֔/וֹ זוֹב֖/וֹ טָמֵ֥א הֽוּא־׃
STATEN

Spreekt tot de kinderen Israëls, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.

3
וְ/זֹ֛את תִּהְיֶ֥ה טֻמְאָת֖/וֹ בְּ/זוֹב֑/וֹ רָ֣ר בְּשָׂר֞/וֹ אֶת זוֹב֗/וֹ אֽוֹ הֶחְתִּ֤ים בְּשָׂר/וֹ֙ מִ/זּוֹב֔/וֹ טֻמְאָת֖/וֹ הִֽוא־־׃
STATEN

Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn vlees zijn vloed uitzevert, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, dat is zijn onreinigheid.

4
כָּל הַ/מִּשְׁכָּ֗ב אֲשֶׁ֨ר יִשְׁכַּ֥ב עָלָ֛י/ו הַ/זָּ֖ב יִטְמָ֑א וְ/כָֽל הַ/כְּלִ֛י אֲשֶׁר יֵשֵׁ֥ב עָלָ֖י/ו יִטְמָֽא־־־׃
STATEN

Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.

5
וְ/אִ֕ישׁ אֲשֶׁ֥ר יִגַּ֖ע בְּ/מִשְׁכָּב֑/וֹ יְכַבֵּ֧ס בְּגָדָ֛י/ו וְ/רָחַ֥ץ בַּ/מַּ֖יִם וְ/טָמֵ֥א עַד הָ/עָֽרֶב־׃
STATEN

Een ieder ook, die zijn leger zal aanroeren, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.

6
וְ/הַ/יֹּשֵׁב֙ עַֽל הַ/כְּלִ֔י אֲשֶׁר יֵשֵׁ֥ב עָלָ֖י/ו הַ/זָּ֑ב יְכַבֵּ֧ס בְּגָדָ֛י/ו וְ/רָחַ֥ץ בַּ/מַּ֖יִם וְ/טָמֵ֥א עַד הָ/עָֽרֶב־־־׃
STATEN

En die op dat tuig zit, waarop hij, die den vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.

7
וְ/הַ/נֹּגֵ֖עַ בִּ/בְשַׂ֣ר הַ/זָּ֑ב יְכַבֵּ֧ס בְּגָדָ֛י/ו וְ/רָחַ֥ץ בַּ/מַּ֖יִם וְ/טָמֵ֥א עַד הָ/עָֽרֶב־׃
STATEN

En die het vlees desgenen, die den vloed heeft, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.

8
וְ/כִֽי יָרֹ֛ק הַ/זָּ֖ב בַּ/טָּה֑וֹר וְ/כִבֶּ֧ס בְּגָדָ֛י/ו וְ/רָחַ֥ץ בַּ/מַּ֖יִם וְ/טָמֵ֥א עַד הָ/עָֽרֶב־־׃
STATEN

Als ook hij, die den vloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij zijn klederen wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.

9
וְ/כָל הַ/מֶּרְכָּ֗ב אֲשֶׁ֨ר יִרְכַּ֥ב עָלָ֛י/ו הַ/זָּ֖ב יִטְמָֽא־׃
STATEN

Insgelijks alle zadel, waarop hij, die den vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.

10
וְ/כָל הַ/נֹּגֵ֗עַ בְּ/כֹל֙ אֲשֶׁ֣ר יִהְיֶ֣ה תַחְתָּ֔י/ו יִטְמָ֖א עַד הָ/עָ֑רֶב וְ/הַ/נּוֹשֵׂ֣א אוֹתָ֔/ם יְכַבֵּ֧ס בְּגָדָ֛י/ו וְ/רָחַ֥ץ בַּ/מַּ֖יִם וְ/טָמֵ֥א עַד הָ/עָֽרֶב־־־׃
STATEN

En al wie iets aanroert, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan den avond; en die hetzelve draagt, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.

11
וְ/כֹ֨ל אֲשֶׁ֤ר יִגַּע בּ/וֹ֙ הַ/זָּ֔ב וְ/יָדָ֖י/ו לֹא שָׁטַ֣ף בַּ/מָּ֑יִם וְ/כִבֶּ֧ס בְּגָדָ֛י/ו וְ/רָחַ֥ץ בַּ/מַּ֖יִם וְ/טָמֵ֥א עַד הָ/עָֽרֶב־־־׃
STATEN

Daartoe een ieder, wien hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zonder zijn handen met water gespoeld te hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.

12
וּ/כְלִי חֶ֛רֶשׂ אֲשֶׁר יִגַּע בּ֥/וֹ הַ/זָּ֖ב יִשָּׁבֵ֑ר וְ/כָל כְּלִי עֵ֔ץ יִשָּׁטֵ֖ף בַּ/מָּֽיִם־־־־־׃
STATEN

Ook het aarden vat, hetwelk hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zal gebroken worden; maar alle houten vat zal met water gespoeld worden.

Op De Naamdragers

Blogs over Leviticus 15

Nog geen artikelen die specifiek naar Leviticus 15 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →