Ga naar inhoud
TORAH

Leviticus 10

וַיִּקְרָא
Hoofdstukken (27)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יִּקְח֣וּ בְנֵֽי אַ֠הֲרֹן נָדָ֨ב וַ/אֲבִיה֜וּא אִ֣ישׁ מַחְתָּת֗/וֹ וַ/יִּתְּנ֤וּ בָ/הֵן֙ אֵ֔שׁ וַ/יָּשִׂ֥ימוּ עָלֶ֖י/הָ קְטֹ֑רֶת וַ/יַּקְרִ֜בוּ לִ/פְנֵ֤י יְהוָה֙ אֵ֣שׁ זָרָ֔ה אֲשֶׁ֧ר לֹ֦א צִוָּ֖ה אֹתָֽ/ם־׃
STATEN

En de zonen van Aäron, Nadab en Abíhu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk Hij hun niet geboden had.

2
וַ/תֵּ֥צֵא אֵ֛שׁ מִ/לִּ/פְנֵ֥י יְהוָ֖ה וַ/תֹּ֣אכַל אוֹתָ֑/ם וַ/יָּמֻ֖תוּ לִ/פְנֵ֥י יְהוָֽה׃
STATEN

Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde hen; en zij stierven voor het aangezicht des HEEREN.

3
וַ/יֹּ֨אמֶר מֹשֶׁ֜ה אֶֽל אַהֲרֹ֗ן הוּא֩ אֲשֶׁר דִּבֶּ֨ר יְהוָ֤ה לֵ/אמֹר֙ בִּ/קְרֹבַ֣/י אֶקָּדֵ֔שׁ וְ/עַל פְּנֵ֥י כָל הָ/עָ֖ם אֶכָּבֵ֑ד וַ/יִּדֹּ֖ם אַהֲרֹֽן־־׀־־׃
STATEN

En Mozes zeide tot Aäron: Dat is het, wat de HEERE gesproken heeft, zeggende: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor het aangezicht van al het volk zal Ik verheerlijkt worden. Doch Aäron zweeg stil.

4
וַ/יִּקְרָ֣א מֹשֶׁ֗ה אֶל מִֽישָׁאֵל֙ וְ/אֶ֣ל אֶלְצָפָ֔ן בְּנֵ֥י עֻזִּיאֵ֖ל דֹּ֣ד אַהֲרֹ֑ן וַ/יֹּ֣אמֶר אֲלֵ/הֶ֗ם קִ֠רְב֞וּ שְׂא֤וּ אֶת אֲחֵי/כֶם֙ מֵ/אֵ֣ת פְּנֵי הַ/קֹּ֔דֶשׁ אֶל מִ/ח֖וּץ לַֽ/מַּחֲנֶֽה־־־־׃
STATEN

En Mozes riep Misaël en Elzafan, de zonen van Uzziël, den oom van Aäron, en zeide tot hen: Treedt toe, draagt uw broederen weg, van voor het heiligdom tot buiten het leger.

5
וַֽ/יִּקְרְב֗וּ וַ/יִּשָּׂאֻ/ם֙ בְּ/כֻתֳּנֹתָ֔/ם אֶל מִ/ח֖וּץ לַֽ/מַּחֲנֶ֑ה כַּ/אֲשֶׁ֖ר דִּבֶּ֥ר מֹשֶֽׁה־׃
STATEN

Toen traden zij toe, en droegen hen, in hun rokken, tot buiten het leger, gelijk als Mozes gesproken had.

6
וַ/יֹּ֣אמֶר מֹשֶׁ֣ה אֶֽל אַהֲרֹ֡ן וּ/לְ/אֶלְעָזָר֩ וּ/לְ/אִֽיתָמָ֨ר בָּנָ֜י/ו רָֽאשֵׁי/כֶ֥ם אַל תִּפְרָ֣עוּ וּ/בִגְדֵי/כֶ֤ם לֹֽא תִפְרֹ֨מוּ֙ וְ/לֹ֣א תָמֻ֔תוּ וְ/עַ֥ל כָּל הָ/עֵדָ֖ה יִקְצֹ֑ף וַ/אֲחֵי/כֶם֙ כָּל בֵּ֣ית יִשְׂרָאֵ֔ל יִבְכּוּ֙ אֶת הַ/שְּׂרֵפָ֔ה אֲשֶׁ֖ר שָׂרַ֥ף יְהוָֽה־׀־׀־־־־׃
STATEN

En Mozes zeide tot Aäron, en tot Eleázar, en tot Ithamar, zijn zonen: Gij zult uw hoofden niet ontbloten, noch uw klederen verscheuren, opdat gij niet sterft, en grote toorn over de ganse vergadering kome; maar uw broederen, het ganse huis van Israël, zullen dezen brand, dien de HEERE aan gestoken heeft, bewenen.

7
וּ/מִ/פֶּתַח֩ אֹ֨הֶל מוֹעֵ֜ד לֹ֤א תֵֽצְאוּ֙ פֶּן תָּמֻ֔תוּ כִּי שֶׁ֛מֶן מִשְׁחַ֥ת יְהוָ֖ה עֲלֵי/כֶ֑ם וַֽ/יַּעֲשׂ֖וּ כִּ/דְבַ֥ר מֹשֶֽׁה־־׃פ
STATEN

Gij zult ook uit de deur van de tent der samenkomst niet uitgaan, opdat gij niet sterft; want de zalfolie des HEEREN is op u. En zij deden naar het woord van Mozes.

8
וַ/יְדַבֵּ֣ר יְהוָ֔ה אֶֽל אַהֲרֹ֖ן לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

En de HEERE sprak tot Aäron, zeggende:

9
יַ֣יִן וְ/שֵׁכָ֞ר אַל תֵּ֣שְׁתְּ אַתָּ֣ה וּ/בָנֶ֣י/ךָ אִתָּ֗/ךְ בְּ/בֹאֲ/כֶ֛ם אֶל אֹ֥הֶל מוֹעֵ֖ד וְ/לֹ֣א תָמֻ֑תוּ חֻקַּ֥ת עוֹלָ֖ם לְ/דֹרֹתֵי/כֶֽם־׀׀־׃
STATEN

Wijn en sterken drank zult gij niet drinken, gij, noch uw zonen met u, als gij gaan zult in de tent der samenkomst, opdat gij niet sterft; het zij een eeuwige inzetting onder uw geslachten;

10
וּֽ/לֲ/הַבְדִּ֔יל בֵּ֥ין הַ/קֹּ֖דֶשׁ וּ/בֵ֣ין הַ/חֹ֑ל וּ/בֵ֥ין הַ/טָּמֵ֖א וּ/בֵ֥ין הַ/טָּהֽוֹר׃
STATEN

En om onderscheid te maken tussen het heilige en tussen het onheilige, en tussen het onreine en tussen het reine;

11
וּ/לְ/הוֹרֹ֖ת אֶת בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל אֵ֚ת כָּל הַ֣/חֻקִּ֔ים אֲשֶׁ֨ר דִּבֶּ֧ר יְהוָ֛ה אֲלֵי/הֶ֖ם בְּ/יַד מֹשֶֽׁה־־־׃פ
STATEN

En om den kinderen Israëls te leren al de inzettingen, die de HEERE door den dienst van Mozes tot hen gesproken heeft.

12
וַ/יְדַבֵּ֨ר מֹשֶׁ֜ה אֶֽל אַהֲרֹ֗ן וְ/אֶ֣ל אֶ֠לְעָזָר וְ/אֶל אִ֨יתָמָ֥ר בָּנָי/ו֮ הַ/נּֽוֹתָרִים֒ קְח֣וּ אֶת הַ/מִּנְחָ֗ה הַ/נּוֹתֶ֨רֶת֙ מֵ/אִשֵּׁ֣י יְהוָ֔ה וְ/אִכְל֥וּ/הָ מַצּ֖וֹת אֵ֣צֶל הַ/מִּזְבֵּ֑חַ כִּ֛י קֹ֥דֶשׁ קָֽדָשִׁ֖ים הִֽוא־־׀־׃
STATEN

En Mozes sprak tot Aäron, en tot Eleázar, en tot Ithamar, zijn overgebleven zonen: Neemt het spijsoffer, dat van de vuurofferen des HEEREN overgebleven is, en eet hetzelve ongezuurd bij het altaar; want het is een heiligheid der heiligheden.

Op De Naamdragers

Blogs over Leviticus 10

Nog geen artikelen die specifiek naar Leviticus 10 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →