Ga naar inhoud
KETUVIM

2 Kronieken 15

דִּבְרֵי הַיָּמִים ב
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/עֲזַרְיָ֨הוּ֙ בֶּן עוֹדֵ֔ד הָיְתָ֥ה עָלָ֖י/ו ר֥וּחַ אֱלֹהִֽים־׃
STATEN

Toen kwam de Geest Gods op Azária, den zoon van Oded.

2
וַ/יֵּצֵא֮ לִ/פְנֵ֣י אָסָא֒ וַ/יֹּ֣אמֶר ל֔/וֹ שְׁמָע֕וּ/נִי אָסָ֖א וְ/כָל יְהוּדָ֣ה וּ/בִנְיָמִ֑ן יְהוָ֤ה עִמָּ/כֶם֙ בִּֽ/הְיֽוֹתְ/כֶ֣ם עִמּ֔/וֹ וְ/אִֽם תִּדְרְשֻׁ֨/הוּ֙ יִמָּצֵ֣א לָ/כֶ֔ם וְ/אִם תַּעַזְבֻ֖/הוּ יַעֲזֹ֥ב אֶתְ/כֶֽם־־־׃ס
STATEN

En hij ging uit, Asa tegen, en hij zeide tot hem: Hoort mij, Asa, en gans Juda, en Benjamin! De HEERE is met ulieden, terwijl gij met Hem zijt; en zo gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar zo gij Hem verlaat, Hij zal u verlaten.

3
וְ/יָמִ֥ים רַבִּ֖ים לְ/יִשְׂרָאֵ֑ל לְ/לֹ֣א אֱלֹהֵ֣י אֱמֶ֗ת וּ/לְ/לֹ֛א כֹּהֵ֥ן מוֹרֶ֖ה וּ/לְ/לֹ֥א תוֹרָֽה׀׃
STATEN

Israël nu is vele dagen geweest zonder den waren God, en zonder een lerenden priester, en zonder de wet.

4
וַ/יָּ֨שָׁב֙ בַּ/צַּר ל֔/וֹ עַל יְהוָ֖ה אֱלֹהֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל וַ/יְבַקְשֻׁ֖/הוּ וַ/יִּמָּצֵ֥א לָ/הֶֽם־־׃
STATEN

Maar als zij zich in hun nood bekeerden tot den HEERE, den God Israëls, en Hem zochten, zo werd Hij van hen gevonden.

5
וּ/בָ/עִתִּ֣ים הָ/הֵ֔ם אֵ֥ין שָׁל֖וֹם לַ/יּוֹצֵ֣א וְ/לַ/בָּ֑א כִּ֚י מְהוּמֹ֣ת רַבּ֔וֹת עַ֥ל כָּל יוֹשְׁבֵ֖י הָ/אֲרָצֽוֹת־׃
STATEN

En in die tijden was er geen vrede voor dengene, die uitging, en dengene, die inkwam; maar vele beroerten waren over al de inwoners van die landen;

6
וְ/כֻתְּת֥וּ גוֹי בְּ/ג֖וֹי וְ/עִ֣יר בְּ/עִ֑יר כִּֽי אֱלֹהִ֥ים הֲמָמָ֖/ם בְּ/כָל צָרָֽה־־־׃
STATEN

Dat volk tegen volk, en stad tegen stad in stukken gestoten werden; want God had hen met allen angst verschrikt.

7
וְ/אַתֶּ֣ם חִזְק֔וּ וְ/אַל יִרְפּ֖וּ יְדֵי/כֶ֑ם כִּ֛י יֵ֥שׁ שָׂכָ֖ר לִ/פְעֻלַּתְ/כֶֽם־׃ס
STATEN

Daarom weest gij sterk, en laat uw handen niet verslappen; want er is loon naar uw werk.

8
וְ/כִ/שְׁמֹ֨עַ אָסָ֜א הַ/דְּבָרִ֣ים הָ/אֵ֗לֶּה וְ/הַ/נְּבוּאָה֮ עֹדֵ֣ד הַ/נָּבִיא֒ הִתְחַזַּ֗ק וַ/יַּעֲבֵ֤ר הַ/שִּׁקּוּצִים֙ מִ/כָּל אֶ֤רֶץ יְהוּדָה֙ וּ/בִנְיָמִ֔ן וּ/מִן הֶ֣/עָרִ֔ים אֲשֶׁ֥ר לָכַ֖ד מֵ/הַ֣ר אֶפְרָ֑יִם וַ/יְחַדֵּשׁ֙ אֶת מִזְבַּ֣ח יְהוָ֔ה אֲשֶׁ֕ר לִ/פְנֵ֖י אוּלָ֥ם יְהוָֽה־־־׃
STATEN

Als nu Asa deze woorden hoorde, en de profetie van den profeet Oded, sterkte hij zich, en hij deed weg de verfoeiselen uit het ganse land van Juda en Benjamin, en uit de steden, die hij van het gebergte van Efraïm genomen had, en vernieuwde het altaar des HEEREN, dat voor het voorhuis des HEEREN was.

9
וַ/יִּקְבֹּ֗ץ אֶת כָּל יְהוּדָה֙ וּ/בִנְיָמִ֔ן וְ/הַ/גָּרִים֙ עִמָּ/הֶ֔ם מֵ/אֶפְרַ֥יִם וּ/מְנַשֶּׁ֖ה וּ/מִ/שִּׁמְע֑וֹן כִּֽי נָפְל֨וּ עָלָ֤י/ו מִ/יִּשְׂרָאֵל֙ לָ/רֹ֔ב בִּ/רְאֹתָ֕/ם כִּֽי יְהוָ֥ה אֱלֹהָ֖י/ו עִמּֽ/וֹ־־־־׃פ
STATEN

En hij vergaderde het ganse Juda en Benjamin, en de vreemdelingen met hen uit Efraïm, en Manasse, en uit Simeon; want uit Israël vielen zij tot hem in menigte, als zij zagen, dat de HEERE, zijn God, met hem was.

10
וַ/יִּקָּבְצ֥וּ יְרוּשָׁלִַ֖ם בַּ/חֹ֣דֶשׁ הַ/שְּׁלִישִׁ֑י לִ/שְׁנַ֥ת חֲמֵשׁ עֶשְׂרֵ֖ה לְ/מַלְכ֥וּת אָסָֽא־׃
STATEN

En zij vergaderden zich te Jeruzalem, in de derde maand, in het vijftiende jaar van het koninkrijk van Asa.

11
וַ/יִּזְבְּח֤וּ לַ/יהוָה֙ בַּ/יּ֣וֹם הַ/ה֔וּא מִן הַ/שָּׁלָ֖ל הֵבִ֑יאוּ בָּקָר֙ שְׁבַ֣ע מֵא֔וֹת וְ/צֹ֖אן שִׁבְעַ֥ת אֲלָפִֽים־׃
STATEN

En zij offerden den HEERE ten zelfden dage van den roof, dien zij gebracht hadden, zevenhonderd runderen en zeven duizend schapen.

12
וַ/יָּבֹ֣אוּ בַ/בְּרִ֔ית לִ/דְר֕וֹשׁ אֶת יְהוָ֖ה אֱלֹהֵ֣י אֲבוֹתֵי/הֶ֑ם בְּ/כָל לְבָבָ֖/ם וּ/בְ/כָל נַפְשָֽׁ/ם־־־׃
STATEN

En zij traden in een verbond, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken zouden met hun ganse hart en met hun ganse ziel.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Kronieken 15

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Kronieken 15 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →