Ga naar inhoud
KETUVIM

2 Kronieken 20

דִּבְרֵי הַיָּמִים ב
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֣י אַֽחֲרֵי כֵ֡ן בָּ֣אוּ בְנֵי מוֹאָב֩ וּ/בְנֵ֨י עַמּ֜וֹן וְ/עִמָּ/הֶ֧ם מֵֽ/הָ/עַמּוֹנִ֛ים עַל יְהוֹשָׁפָ֖ט לַ/מִּלְחָמָֽה־׀־׃
STATEN

Het geschiedde nu na dezen, dat de kinderen Moabs, en de kinderen Ammons, en met hen anderen benevens de Ammonieten, kwamen tegen Jósafat ten strijde.

2
וַ/יָּבֹ֗אוּ וַ/יַּגִּ֤ידוּ לִֽ/יהוֹשָׁפָט֙ לֵ/אמֹ֔ר בָּ֣א עָלֶ֜י/ךָ הָמ֥וֹן רָ֛ב מֵ/עֵ֥בֶר לַ/יָּ֖ם מֵ/אֲרָ֑ם וְ/הִנָּ/ם֙ בְּ/חַֽצְצ֣וֹן תָּמָ֔ר הִ֖יא עֵ֥ין גֶּֽדִי׃
STATEN

Toen kwamen er, die Jósafat boodschapten, zeggende: Daar komt een grote menigte tegen u van gene zijde der zee, uit Syrië, en zie, zij zijn te Házezon-Thamar, hetwelk is Engedi.

3
וַ/יִּרָ֕א וַ/יִּתֵּ֧ן יְהוֹשָׁפָ֛ט אֶת פָּנָ֖י/ו לִ/דְר֣וֹשׁ לַ/יהוָ֑ה וַ/יִּקְרָא צ֖וֹם עַל כָּל יְהוּדָֽה־־־־׃
STATEN

Jósafat nu vreesde, en stelde zijn aangezicht, om den HEERE te zoeken; en hij riep een vasten uit in gans Juda.

4
וַ/יִּקָּבְצ֣וּ יְהוּדָ֔ה לְ/בַקֵּ֖שׁ מֵֽ/יְהוָ֑ה גַּ֚ם מִ/כָּל עָרֵ֣י יְהוּדָ֔ה בָּ֖אוּ לְ/בַקֵּ֥שׁ אֶת יְהוָֽה־־׃
STATEN

En Juda werd vergaderd, om van den HEERE hulp te zoeken; ook kwamen zij uit alle steden van Juda, om den HEERE te zoeken.

5
וַ/יַּעֲמֹ֣ד יְהוֹשָׁפָ֗ט בִּ/קְהַ֧ל יְהוּדָ֛ה וִ/ירוּשָׁלִַ֖ם בְּ/בֵ֣ית יְהוָ֑ה לִ/פְנֵ֖י הֶ/חָצֵ֥ר הַ/חֲדָשָֽׁה׃
STATEN

En Jósafat stond in de gemeente van Juda en Jeruzalem, in het huis des HEEREN, voor het nieuwe voorhof.

6
וַ/יֹּאמַ֗ר יְהוָ֞ה אֱלֹהֵ֤י אֲבֹתֵ֨י/נוּ֙ הֲ/לֹ֨א אַתָּֽה ה֤וּא אֱלֹהִים֙ בַּ/שָּׁמַ֔יִם וְ/אַתָּ֣ה מוֹשֵׁ֔ל בְּ/כֹ֖ל מַמְלְכ֣וֹת הַ/גּוֹיִ֑ם וּ/בְ/יָדְ/ךָ֙ כֹּ֣חַ וּ/גְבוּרָ֔ה וְ/אֵ֥ין עִמְּ/ךָ֖ לְ/הִתְיַצֵּֽב־׃
STATEN

En hij zeide: O, HEERE, God onzer vaderen, zijt Gij niet die God in den hemel? Ja, Gij zijt de Heerser over alle koninkrijken der heidenen; en in Uw hand is kracht en sterkte, zodat niemand zich tegen U stellen kan.

7
הֲ/לֹ֣א אַתָּ֣ה אֱלֹהֵ֗י/נוּ הוֹרַ֨שְׁתָּ֙ אֶת יֹשְׁבֵי֙ הָ/אָ֣רֶץ הַ/זֹּ֔את מִ/לִּ/פְנֵ֖י עַמְּ/ךָ֣ יִשְׂרָאֵ֑ל וַֽ/תִּתְּנָ֗/הּ לְ/זֶ֛רַע אַבְרָהָ֥ם אֹֽהַבְ/ךָ֖ לְ/עוֹלָֽם׀־׃
STATEN

Hebt Gij niet, onze God, de inwoners dezes lands van voor het aangezicht van Uw volk Israël verdreven, en dat aan het zaad van Abraham, Uw liefhebber, tot in eeuwigheid gegeven?

8
וַ/יֵּשְׁב֖וּ בָ֑/הּ וַ/יִּבְנ֨וּ לְ/ךָ֧ בָּ֛/הּ מִקְדָּ֖שׁ לְ/שִׁמְ/ךָ֥ לֵ/אמֹֽר־׀׃
STATEN

Zij nu hebben daarin gewoond, en zij hebben U daarin een heiligdom gebouwd voor Uw Naam, zeggende:

9
אִם תָּב֨וֹא עָלֵ֜י/נוּ רָעָ֗ה חֶרֶב֮ שְׁפוֹט֮ וְ/דֶ֣בֶר וְ/רָעָב֒ נַֽעַמְדָ֞ה לִ/פְנֵ֨י הַ/בַּ֤יִת הַ/זֶּה֙ וּ/לְ/פָנֶ֔י/ךָ כִּ֥י שִׁמְ/ךָ֖ בַּ/בַּ֣יִת הַ/זֶּ֑ה וְ/נִזְעַ֥ק אֵלֶ֛י/ךָ מִ/צָּרָתֵ֖/נוּ וְ/תִשְׁמַ֥ע וְ/תוֹשִֽׁיעַ־׃
STATEN

Indien over ons enig kwaad komt, het zwaard des oordeels, of pestilentie, of honger, wij zullen voor dit huis, en voor Uw aangezicht staan, dewijl Uw Naam in dit huis is; en wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en Gij zult verhoren en verlossen.

10
וְ/עַתָּ֡ה הִנֵּה֩ בְנֵֽי עַמּ֨וֹן וּ/מוֹאָ֜ב וְ/הַר שֵׂעִ֗יר אֲ֠שֶׁר לֹֽא נָתַ֤תָּה לְ/יִשְׂרָאֵל֙ לָ/ב֣וֹא בָ/הֶ֔ם בְּ/בֹאָ֖/ם מֵ/אֶ֣רֶץ מִצְרָ֑יִם כִּ֛י סָ֥רוּ מֵ/עֲלֵי/הֶ֖ם וְ/לֹ֥א הִשְׁמִידֽוּ/ם־־־׃
STATEN

En nu, zie de kinderen Ammons, en Moab, en die van het gebergte Seïr, door dewelken Gij Israël niet toeliet te trekken, als zij uit Egypteland togen, maar zij weken van hen, en verdelgden hen niet;

11
וְ/הִ֨נֵּה הֵ֔ם גֹּמְלִ֖ים עָלֵ֑י/נוּ לָ/בוֹא֙ לְ/גָ֣רְשֵׁ֔/נוּ מִ/יְּרֻשָּׁתְ/ךָ֖ אֲשֶׁ֥ר הֽוֹרַשְׁתָּֽ/נוּ־׃
STATEN

Zie dan, zij vergelden het ons, komende om ons uit Uw erve, die Gij ons te erven gegeven hebt, te verdrijven.

12
אֱלֹהֵ֨י/נוּ֙ הֲ/לֹ֣א תִשְׁפָּט בָּ֔/ם כִּ֣י אֵ֥ין בָּ֨/נוּ֙ כֹּ֔חַ לִ֠/פְנֵי הֶ/הָמ֥וֹן הָ/רָ֛ב הַ/זֶּ֖ה הַ/בָּ֣א עָלֵ֑י/נוּ וַ/אֲנַ֗חְנוּ לֹ֤א נֵדַע֙ מַֽה נַּעֲשֶׂ֔ה כִּ֥י עָלֶ֖י/ךָ עֵינֵֽי/נוּ־־׃
STATEN

O, onze God, zult Gij geen recht tegen hen oefenen? want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Kronieken 20

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Kronieken 20 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →