Ga naar inhoud
KETUVIM

2 Kronieken 29

דִּבְרֵי הַיָּמִים ב
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
יְחִזְקִיָּ֣הוּ מָלַ֗ךְ בֶּן עֶשְׂרִ֤ים וְ/חָמֵשׁ֙ שָׁנָ֔ה וְ/עֶשְׂרִ֤ים וָ/תֵ֨שַׁע֙ שָׁנָ֔ה מָלַ֖ךְ בִּ/ירוּשָׁלִָ֑ם וְ/שֵׁ֣ם אִמּ֔/וֹ אֲבִיָּ֖ה בַּת זְכַרְיָֽהוּ־־׃
STATEN

Jehizkía werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abía, een dochter van Zacharía.

2
וַ/יַּ֥עַשׂ הַ/יָּשָׁ֖ר בְּ/עֵינֵ֣י יְהוָ֑ה כְּ/כֹ֥ל אֲשֶׁר עָשָׂ֖ה דָּוִ֥יד אָבִֽי/ו־׃
STATEN

En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.

3
ה֣וּא בַ/שָּׁנָה֩ הָ/רִאשׁוֹנָ֨ה לְ/מָלְכ֜/וֹ בַּ/חֹ֣דֶשׁ הָ/רִאשׁ֗וֹן פָּתַ֛ח אֶת דַּלְת֥וֹת בֵּית יְהוָ֖ה וַֽ/יְחַזְּקֵֽ/ם־־׃
STATEN

Dezelve deed in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEEREN open, en beterde ze.

4
וַ/יָּבֵ֥א אֶת הַ/כֹּהֲנִ֖ים וְ/אֶת הַ/לְוִיִּ֑ם וַ/יַּֽאַסְפֵ֖/ם לִ/רְח֥וֹב הַ/מִּזְרָֽח־־׃
STATEN

En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij verzamelde ze in de Ooststraat.

5
וַ/יֹּ֥אמֶר לָ/הֶ֖ם שְׁמָע֣וּ/נִי הַ/לְוִיִּ֑ם עַתָּ֣ה הִֽתְקַדְּשׁ֗וּ וְ/קַדְּשׁוּ֙ אֶת בֵּ֤ית יְהוָה֙ אֱלֹהֵ֣י אֲבֹתֵי/כֶ֔ם וְ/הוֹצִ֥יאוּ אֶת הַ/נִּדָּ֖ה מִן הַ/קֹּֽדֶשׁ־־־׃
STATEN

En hij zeide tot hen: Hoort mij, o Levieten; heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des HEEREN, des Gods uwer vaderen, en brengt de onreinigheid uit van het heiligdom.

6
כִּֽי מָעֲל֣וּ אֲבֹתֵ֗י/נוּ וְ/עָשׂ֥וּ הָ/רַ֛ע בְּ/עֵינֵ֥י יְהוָֽה אֱלֹהֵ֖י/נוּ וַ/יַּֽעַזְבֻ֑/הוּ וַ/יַּסֵּ֧בּוּ פְנֵי/הֶ֛ם מִ/מִּשְׁכַּ֥ן יְהוָ֖ה וַ/יִּתְּנוּ עֹֽרֶף־־־׃
STATEN

Want onze vaders hebben overtreden, en gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN, onzes Gods, en hebben Hem verlaten, en zij hebben hun aangezichten van den tabernakel des HEEREN omgewend, en hebben den nek toegekeerd.

7
גַּ֣ם סָֽגְר֞וּ דַּלְת֣וֹת הָ/אוּלָ֗ם וַ/יְכַבּוּ֙ אֶת הַ/נֵּר֔וֹת וּ/קְטֹ֖רֶת לֹ֣א הִקְטִ֑ירוּ וְ/עֹלָה֙ לֹא הֶעֱל֣וּ בַ/קֹּ֔דֶשׁ לֵ/אלֹהֵ֖י יִשְׂרָאֵֽל־־׃
STATEN

Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten, en de lampen uitgeblust en het reukwerk niet gerookt; en het brandoffer hebben zij in het heiligdom aan den God Israëls niet geofferd.

8
וַ/יְהִי֙ קֶ֣צֶף יְהוָ֔ה עַל יְהוּדָ֖ה וִ/ירוּשָׁלִָ֑ם וַ/יִּתְּנֵ֤/ם ל/זועה לְ/שַׁמָּ֣ה וְ/לִ/שְׁרֵקָ֔ה כַּ/אֲשֶׁ֛ר אַתֶּ֥ם רֹאִ֖ים בְּ/עֵינֵי/כֶֽם־׃ לְ/זַֽעֲוָה֙
STATEN

Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.

9
וְ/הִנֵּ֛ה נָפְל֥וּ אֲבוֹתֵ֖י/נוּ בֶּ/חָ֑רֶב וּ/בָנֵ֨י/נוּ וּ/בְנוֹתֵ֧י/נוּ וְ/נָשֵׁ֛י/נוּ בַּ/שְּׁבִ֖י עַל זֹֽאת־׃
STATEN

Want ziet, onze vaders zijn door het zwaard gevallen; daartoe onze zonen, en onze dochteren, en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.

10
עַתָּה֙ עִם לְבָבִ֔/י לִ/כְר֣וֹת בְּרִ֔ית לַ/יהוָ֖ה אֱלֹהֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל וְ/יָשֹׁ֥ב מִמֶּ֖/נּוּ חֲר֥וֹן אַפּֽ/וֹ־׃
STATEN

Nu is het in mijn hart een verbond te maken met den HEERE, den God Israëls, opdat de hitte Zijns toorns van ons afkere.

11
בָּנַ֕/י עַתָּ֖ה אַל תִּשָּׁל֑וּ כִּֽי בָ/כֶ֞ם בָּחַ֣ר יְהוָ֗ה לַ/עֲמֹ֤ד לְ/פָנָי/ו֙ לְ/שָׁ֣רְת֔/וֹ וְ/לִ/הְי֥וֹת ל֖/וֹ מְשָׁרְתִ֥ים וּ/מַקְטִרִֽים־־׃ס
STATEN

Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.

12
וַ/יָּקֻ֣מוּ הַ֠/לְוִיִּם מַ֣חַת בֶּן עֲמָשַׂ֞י וְ/יוֹאֵ֣ל בֶּן עֲזַרְיָהוּ֮ מִן בְּנֵ֣י הַ/קְּהָתִי֒ וּ/מִן בְּנֵ֣י מְרָרִ֔י קִ֚ישׁ בֶּן עַבְדִּ֔י וַ/עֲזַרְיָ֖הוּ בֶּן יְהַלֶּלְאֵ֑ל וּ/מִן הַ/גֵּ֣רְשֻׁנִּ֔י יוֹאָח֙ בֶּן זִמָּ֔ה וְ/עֵ֖דֶן בֶּן יוֹאָֽח־־־־־־־־־׃
STATEN

Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amásai, en Joël, de zoon van Azárja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merári, Kis, de zoon van Abdi, en Azárja, de zoon van Jeháleël; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Kronieken 29

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Kronieken 29 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →