Ga naar inhoud
KETUVIM

2 Kronieken 35

דִּבְרֵי הַיָּמִים ב
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יַּ֨עַשׂ יֹאשִׁיָּ֧הוּ בִֽ/ירוּשָׁלִַ֛ם פֶּ֖סַח לַ/יהוָ֑ה וַ/יִּשְׁחֲט֣וּ הַ/פֶּ֔סַח בְּ/אַרְבָּעָ֥ה עָשָׂ֖ר לַ/חֹ֥דֶשׁ הָ/רִאשֽׁוֹן׃
STATEN

Daarna hield Josía het pascha den HEERE te Jeruzalem; en zij slachtten het pascha op den veertienden der eerste maand.

2
וַ/יַּעֲמֵ֥ד הַ/כֹּהֲנִ֖ים עַל מִשְׁמְרוֹתָ֑/ם וַֽ/יְחַזְּקֵ֔/ם לַ/עֲבוֹדַ֖ת בֵּ֥ית יְהוָֽה־׃
STATEN

En hij stelde de priesters op hun wachten; en hij sterkte hen tot den dienst van het huis des HEEREN.

3
וַ/יֹּ֣אמֶר לַ֠/לְוִיִּם ה/מבונים לְ/כָל יִשְׂרָאֵ֜ל הַ/קְּדוֹשִׁ֣ים לַ/יהוָ֗ה תְּנ֤וּ אֶת אֲרוֹן הַ/קֹּ֨דֶשׁ֙ בַּ֠/בַּיִת אֲשֶׁ֨ר בָּנָ֜ה שְׁלֹמֹ֤ה בֶן דָּוִיד֙ מֶ֣לֶךְ יִשְׂרָאֵ֔ל אֵין לָ/כֶ֥ם מַשָּׂ֖א בַּ/כָּתֵ֑ף עַתָּ֗ה עִבְדוּ֙ אֶת יְהוָ֣ה אֱלֹֽהֵי/כֶ֔ם וְ/אֵ֖ת עַמּ֥/וֹ יִשְׂרָאֵֽל הַ/מְּבִינִ֨ים־־־־־־׃
STATEN

En hij zeide tot de Levieten, die gans Israël onderwezen, die den HEERE heilig waren: Zet de heilige ark in het huis, hetwelk Sálomo, de zoon van David, de koning van Israël, gebouwd heeft; gij hebt geen last op de schouderen; dient nu den HEERE, uw God, en Zijn volk Israël;

4
וְ/הָכִ֥ונוּ לְ/בֵית אֲבוֹתֵי/כֶ֖ם כְּ/מַחְלְקוֹתֵי/כֶ֑ם בִּ/כְתָ֗ב דָּוִיד֙ מֶ֣לֶךְ יִשְׂרָאֵ֔ל וּ/בְ/מִכְתַּ֖ב שְׁלֹמֹ֥ה בְנֽ/וֹ־׃
STATEN

En bereidt u naar de huizen uwer vaderen, naar uw verdelingen, naar het voorschrift van David, den koning van Israël, en naar de beschrijving van zijn zoon Sálomo;

5
וְ/עִמְד֣וּ בַ/קֹּ֗דֶשׁ לִ/פְלֻגּוֹת֙ בֵּ֣ית הָֽ/אָב֔וֹת לַ/אֲחֵי/כֶ֖ם בְּנֵ֣י הָ/עָ֑ם וַ/חֲלֻקַּ֥ת בֵּֽית אָ֖ב לַ/לְוִיִּֽם־׃
STATEN

En staat in het heiligdom, naar de onderscheiding der vaderlijke huizen, voor uw broederen, het volk, en naar de afdeling van de vaderlijke huizen der Levieten;

6
וְ/שַׁחֲט֖וּ הַ/פָּ֑סַח וְ/הִתְקַדְּשׁוּ֙ וְ/הָכִ֣ינוּ לַ/אֲחֵי/כֶ֔ם לַ/עֲשׂ֥וֹת כִּ/דְבַר יְהוָ֖ה בְּ/יַד מֹשֶֽׁה־־׃פ
STATEN

En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt dat voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes.

7
וַ/יָּ֣רֶם יֹאשִׁיָּ֣הוּ לִ/בְנֵ֪י הָ/עָ֟ם צֹ֞אן כְּבָשִׂ֣ים וּ/בְנֵֽי עִזִּים֮ הַ/כֹּ֣ל לַ/פְּסָחִים֒ לְ/כָל הַ/נִּמְצָ֗א לְ/מִסְפַּר֙ שְׁלֹשִׁ֣ים אֶ֔לֶף וּ/בָקָ֖ר שְׁלֹ֣שֶׁת אֲלָפִ֑ים אֵ֖לֶּה מֵ/רְכ֥וּשׁ הַ/מֶּֽלֶךְ־־׃ס
STATEN

En Josía gaf voor het volk, van klein vee, lammeren en jonge geitenbokken, die alle tot paasofferen, naar al hetgeen er gevonden werd, in getal dertig duizend; maar van runderen drie duizend; dit was van des konings have.

8
וְ/שָׂרָ֞י/ו לִ/נְדָבָ֥ה לָ/עָ֛ם לַ/כֹּהֲנִ֥ים וְ/לַ/לְוִיִּ֖ם הֵרִ֑ימוּ חִלְקִיָּ֨ה וּ/זְכַרְיָ֜הוּ וִֽ/יחִיאֵ֗ל נְגִידֵי֙ בֵּ֣ית הָ/אֱלֹהִ֔ים לַ/כֹּהֲנִ֞ים נָתְנ֣וּ לַ/פְּסָחִ֗ים אַלְפַּ֨יִם֙ וְ/שֵׁ֣שׁ מֵא֔וֹת וּ/בָקָ֖ר שְׁלֹ֥שׁ מֵאֽוֹת׃
STATEN

Ook gaven zijn vorsten tot een vrijwillig offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkía, en Zacharía, en Jehíël, de oversten van het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend en zeshonderd klein vee, en driehonderd runderen.

9
ו/כונניהו וּ/שְׁמַֽעְיָ֨הוּ וּ/נְתַנְאֵ֜ל אֶחָ֗י/ו וַ/חֲשַׁבְיָ֧הוּ וִ/יעִיאֵ֛ל וְ/יוֹזָבָ֖ד שָׂרֵ֣י הַ/לְוִיִּ֑ם הֵרִ֨ימוּ לַ/לְוִיִּ֤ם לַ/פְּסָחִים֙ חֲמֵ֣שֶׁת אֲלָפִ֔ים וּ/בָקָ֖ר חֲמֵ֥שׁ מֵאֽוֹת וְ֠/כָֽנַנְיָהוּ׃
STATEN

Daartoe Chonánja, en Semája, en Netháneël, zijn broeders, mitsgaders Hasábja, en Jeíël, en Józabad, de oversten der Levieten, gaven den Levieten tot paasofferen, vijf duizend klein vee en vijfhonderd runderen.

10
וַ/תִּכּ֖וֹן הָ/עֲבוֹדָ֑ה וַ/יַּֽעַמְד֨וּ הַ/כֹּהֲנִ֧ים עַל עָמְדָ֛/ם וְ/הַ/לְוִיִּ֥ם עַל מַחְלְקוֹתָ֖/ם כְּ/מִצְוַ֥ת הַ/מֶּֽלֶךְ־־׃
STATEN

Alzo werd de dienst toebereid; en de priesteren stonden in hun standplaats, en de Levieten in hun verdelingen, naar het gebod des konings.

11
וַֽ/יִּשְׁחֲט֖וּ הַ/פָּ֑סַח וַ/יִּזְרְק֤וּ הַ/כֹּהֲנִים֙ מִ/יָּדָ֔/ם וְ/הַ/לְוִיִּ֖ם מַפְשִׁיטִֽים׃
STATEN

Daarna slachtte men het pascha, en de priesters sprengden het bloed uit hun handen, en de Levieten trokken de huiden af.

12
וַ/יָּסִ֨ירוּ הָ/עֹלָ֜ה לְ֠/תִתָּ/ם לְ/מִפְלַגּ֤וֹת לְ/בֵית אָבוֹת֙ לִ/בְנֵ֣י הָ/עָ֔ם לְ/הַקְרִיב֙ לַ/יהוָ֔ה כַּ/כָּת֖וּב בְּ/סֵ֣פֶר מֹשֶׁ֑ה וְ/כֵ֖ן לַ/בָּקָֽר־׃
STATEN

En zij namen het brandoffer daar af, opdat zij die naar de verdelingen der vaderlijke huizen, aan het volk geven mochten, om den HEERE te offeren, gelijk geschreven is in het boek van Mozes; en alzo met de runderen.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Kronieken 35

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Kronieken 35 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →