Ga naar inhoud
NEVIIM

Richteren 11

שׁוֹפְטִים
Hoofdstukken (21)← → toetsen
123456789101112131415161718192021
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/יִפְתָּ֣ח הַ/גִּלְעָדִ֗י הָיָה֙ גִּבּ֣וֹר חַ֔יִל וְ/ה֖וּא בֶּן אִשָּׁ֣ה זוֹנָ֑ה וַ/יּ֥וֹלֶד גִּלְעָ֖ד אֶת יִפְתָּֽח־־׃
STATEN

Jeftha nu, de Gileadiet, was een strijdbaar held, maar hij was een hoerekind; doch Gilead had Jeftha gegenereerd.

2
וַ/תֵּ֧לֶד אֵֽשֶׁת גִּלְעָ֛ד ל֖/וֹ בָּנִ֑ים וַ/יִּגְדְּל֨וּ בְֽנֵי הָ/אִשָּׁ֜ה וַ/יְגָרְשׁ֣וּ אֶת יִפְתָּ֗ח וַ/יֹּ֤אמְרוּ ל/וֹ֙ לֹֽא תִנְחַ֣ל בְּ/בֵית אָבִ֔י/נוּ כִּ֛י בֶּן אִשָּׁ֥ה אַחֶ֖רֶת אָֽתָּה־־־־־־׃
STATEN

Gileads huisvrouw baarde hem ook zonen; en de zonen dezer vrouw, groot geworden zijnde, stieten Jeftha uit, en zeiden tot hem: Gij zult in het huis onzes vaders niet erven, want gij zijt een zoon van een andere vrouw.

3
וַ/יִּבְרַ֤ח יִפְתָּח֙ מִ/פְּנֵ֣י אֶחָ֔י/ו וַ/יֵּ֖שֶׁב בְּ/אֶ֣רֶץ ט֑וֹב וַ/יִּֽתְלַקְּט֤וּ אֶל יִפְתָּח֙ אֲנָשִׁ֣ים רֵיקִ֔ים וַ/יֵּצְא֖וּ עִמּֽ/וֹ־׃פ
STATEN

Toen vlood Jeftha voor het aangezicht zijner broederen, en woonde in het land Tob; en ijdele mannen vergaderden zich tot Jeftha, en togen met hem uit.

4
וַ/יְהִ֖י מִ/יָּמִ֑ים וַ/יִּלָּחֲמ֥וּ בְנֵֽי עַמּ֖וֹן עִם יִשְׂרָאֵֽל־־׃
STATEN

En het geschiedde, na enige dagen, dat de kinderen Ammons tegen Israël krijgden.

5
וַ/יְהִ֕י כַּ/אֲשֶׁר נִלְחֲמ֥וּ בְנֵֽי עַמּ֖וֹן עִם יִשְׂרָאֵ֑ל וַ/יֵּֽלְכוּ֙ זִקְנֵ֣י גִלְעָ֔ד לָ/קַ֥חַת אֶת יִפְתָּ֖ח מֵ/אֶ֥רֶץ טֽוֹב־־־־׃
STATEN

Zo geschiedde het, als de kinderen Ammons tegen Israël krijgden, dat de oudsten van Gilead heengingen, om Jeftha te halen uit het land Tob.

6
וַ/יֹּאמְר֣וּ לְ/יִפְתָּ֔ח לְכָ֕/ה וְ/הָיִ֥יתָה לָּ֖/נוּ לְ/קָצִ֑ין וְ/נִֽלָּחֲמָ֖ה בִּ/בְנֵ֥י עַמּֽוֹן׃
STATEN

En zij zeiden tot Jeftha: Kom, en wees ons tot een overste, opdat wij strijden tegen de kinderen Ammons.

7
וַ/יֹּ֤אמֶר יִפְתָּח֙ לְ/זִקְנֵ֣י גִלְעָ֔ד הֲ/לֹ֤א אַתֶּם֙ שְׂנֵאתֶ֣ם אוֹתִ֔/י וַ/תְּגָרְשׁ֖וּ/נִי מִ/בֵּ֣ית אָבִ֑/י וּ/מַדּ֜וּעַ בָּאתֶ֤ם אֵלַ/י֙ עַ֔תָּה כַּ/אֲשֶׁ֖ר צַ֥ר לָ/כֶֽם׃
STATEN

Maar Jeftha zeide tot de oudsten van Gilead: Hebt gijlieden mij niet gehaat, en mij uit mijns vaders huis verstoten? waarom zijt gij dan nu tot mij gekomen, terwijl gij in benauwdheid zijt?

8
וַ/יֹּאמְרוּ֩ זִקְנֵ֨י גִלְעָ֜ד אֶל יִפְתָּ֗ח לָ/כֵן֙ עַתָּה֙ שַׁ֣בְנוּ אֵלֶ֔י/ךָ וְ/הָלַכְתָּ֣ עִמָּ֔/נוּ וְ/נִלְחַמְתָּ֖ בִּ/בְנֵ֣י עַמּ֑וֹן וְ/הָיִ֤יתָ לָּ֨/נוּ֙ לְ/רֹ֔אשׁ לְ/כֹ֖ל יֹשְׁבֵ֥י גִלְעָֽד־׃
STATEN

En de oudsten van Gilead zeiden tot Jeftha: Daarom zijn wij nu tot u wedergekomen, dat gij met ons trekt, en tegen de kinderen Ammons strijdt; en gij zult ons tot een hoofd zijn, over alle inwoners van Gilead.

9
וַ/יֹּ֨אמֶר יִפְתָּ֜ח אֶל זִקְנֵ֣י גִלְעָ֗ד אִם מְשִׁיבִ֨ים אַתֶּ֤ם אוֹתִ/י֙ לְ/הִלָּחֵם֙ בִּ/בְנֵ֣י עַמּ֔וֹן וְ/נָתַ֧ן יְהוָ֛ה אוֹתָ֖/ם לְ/פָנָ֑/י אָנֹכִ֕י אֶהְיֶ֥ה לָ/כֶ֖ם לְ/רֹֽאשׁ־־׃
STATEN

Toen zeide Jeftha tot de oudsten van Gilead: Zo gijlieden mij wederhaalt, om te strijden tegen de kinderen Ammons, en de HEERE hen voor mijn aangezicht geven zal, zal ik u dan tot een hoofd zijn?

10
וַ/יֹּאמְר֥וּ זִקְנֵֽי גִלְעָ֖ד אֶל יִפְתָּ֑ח יְהוָ֗ה יִהְיֶ֤ה שֹׁמֵ֨עַ֙ בֵּֽינוֹתֵ֔י/נוּ אִם לֹ֥א כִ/דְבָרְ/ךָ֖ כֵּ֥ן נַעֲשֶֽׂה־־־׃
STATEN

En de oudsten van Gilead zeiden tot Jeftha: De HEERE zij toehoorder tussen ons, indien wij niet alzo naar uw woord doen.

11
וַ/יֵּ֤לֶךְ יִפְתָּח֙ עִם זִקְנֵ֣י גִלְעָ֔ד וַ/יָּשִׂ֨ימוּ הָ/עָ֥ם אוֹת֛/וֹ עֲלֵי/הֶ֖ם לְ/רֹ֣אשׁ וּ/לְ/קָצִ֑ין וַ/יְדַבֵּ֨ר יִפְתָּ֧ח אֶת כָּל דְּבָרָ֛י/ו לִ/פְנֵ֥י יְהוָ֖ה בַּ/מִּצְפָּֽה־־־׃פ
STATEN

Alzo ging Jeftha met de oudsten van Gilead, en het volk stelde hem tot een hoofd en overste over zich. En Jeftha sprak al zijn woorden voor het aangezicht des HEEREN te Mizpa.

12
וַ/יִּשְׁלַ֤ח יִפְתָּח֙ מַלְאָכִ֔ים אֶל מֶ֥לֶךְ בְּנֵֽי עַמּ֖וֹן לֵ/אמֹ֑ר מַה לִּ֣/י וָ/לָ֔/ךְ כִּֽי בָ֥אתָ אֵלַ֖/י לְ/הִלָּחֵ֥ם בְּ/אַרְצִֽ/י־־־־׃
STATEN

Voorts zond Jeftha boden tot den koning der kinderen Ammons, zeggende: Wat hebben ik en gij met elkander te doen, dat gij tot mij gekomen zijt, om tegen mijn land te krijgen?

Op De Naamdragers

Blogs over Richteren 11

Nog geen artikelen die specifiek naar Richteren 11 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →