Ga naar inhoud
NEVIIM

Richteren 2

שׁוֹפְטִים
Hoofdstukken (21)← → toetsen
123456789101112131415161718192021
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יַּ֧עַל מַלְאַךְ יְהוָ֛ה מִן הַ/גִּלְגָּ֖ל אֶל הַ/בֹּכִ֑ים וַ/יֹּאמֶר֩ אַעֲלֶ֨ה אֶתְ/כֶ֜ם מִ/מִּצְרַ֗יִם וָ/אָבִ֤יא אֶתְ/כֶם֙ אֶל הָ/אָ֗רֶץ אֲשֶׁ֤ר נִשְׁבַּ֨עְתִּי֙ לַ/אֲבֹ֣תֵי/כֶ֔ם וָ/אֹמַ֕ר לֹֽא אָפֵ֧ר בְּרִיתִ֛/י אִתְּ/כֶ֖ם לְ/עוֹלָֽם־־־פ־־׃
STATEN

En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid.

2
וְ/אַתֶּ֗ם לֹֽא תִכְרְת֤וּ בְרִית֙ לְ/יֽוֹשְׁבֵי֙ הָ/אָ֣רֶץ הַ/זֹּ֔את מִזְבְּחוֹתֵי/הֶ֖ם תִּתֹּצ֑וּ/ן וְ/לֹֽא שְׁמַעְתֶּ֥ם בְּ/קֹלִ֖/י מַה זֹּ֥את עֲשִׂיתֶֽם־־־׃
STATEN

En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan?

3
וְ/גַ֣ם אָמַ֔רְתִּי לֹֽא אֲגָרֵ֥שׁ אוֹתָ֖/ם מִ/פְּנֵי/כֶ֑ם וְ/הָי֤וּ לָ/כֶם֙ לְ/צִדִּ֔ים וֵ/אלֹ֣הֵי/הֶ֔ם יִהְי֥וּ לָ/כֶ֖ם לְ/מוֹקֵֽשׁ־׃
STATEN

Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.

4
וַ/יְהִ֗י כְּ/דַבֵּ֞ר מַלְאַ֤ךְ יְהוָה֙ אֶת הַ/דְּבָרִ֣ים הָ/אֵ֔לֶּה אֶֽל כָּל בְּנֵ֖י יִשְׂרָאֵ֑ל וַ/יִּשְׂא֥וּ הָ/עָ֛ם אֶת קוֹלָ֖/ם וַ/יִּבְכּֽוּ־־־־׃
STATEN

En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israëls gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende.

5
וַֽ/יִּקְרְא֛וּ שֵֽׁם הַ/מָּק֥וֹם הַ/ה֖וּא בֹּכִ֑ים וַ/יִּזְבְּחוּ שָׁ֖ם לַֽ/יהוָֽה־־׃פ
STATEN

Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.

6
וַ/יְשַׁלַּ֥ח יְהוֹשֻׁ֖עַ אֶת הָ/עָ֑ם וַ/יֵּלְכ֧וּ בְנֵֽי יִשְׂרָאֵ֛ל אִ֥ישׁ לְ/נַחֲלָת֖/וֹ לָ/רֶ֥שֶׁת אֶת הָ/אָֽרֶץ־־־׃
STATEN

Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israëls heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten.

7
וַ/יַּעַבְד֤וּ הָ/עָם֙ אֶת יְהוָ֔ה כֹּ֖ל יְמֵ֣י יְהוֹשֻׁ֑עַ וְ/כֹ֣ל יְמֵ֣י הַ/זְּקֵנִ֗ים אֲשֶׁ֨ר הֶאֱרִ֤יכוּ יָמִים֙ אַחֲרֵ֣י יְהוֹשׁ֔וּעַ אֲשֶׁ֣ר רָא֗וּ אֵ֣ת כָּל מַעֲשֵׂ֤ה יְהוָה֙ הַ/גָּד֔וֹל אֲשֶׁ֥ר עָשָׂ֖ה לְ/יִשְׂרָאֵֽל־׀־׃
STATEN

En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israël gedaan had.

8
וַ/יָּ֛מָת יְהוֹשֻׁ֥עַ בִּן נ֖וּן עֶ֣בֶד יְהוָ֑ה בֶּן מֵאָ֥ה וָ/עֶ֖שֶׂר שָׁנִֽים־־׃
STATEN

Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde;

9
וַ/יִּקְבְּר֤וּ אוֹת/וֹ֙ בִּ/גְב֣וּל נַחֲלָת֔/וֹ בְּ/תִמְנַת חֶ֖רֶס בְּ/הַ֣ר אֶפְרָ֑יִם מִ/צְּפ֖וֹן לְ/הַר גָּֽעַשׁ־־׃
STATEN

En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraïm, tegen het noorden van den berg Gaäs;

10
וְ/גַם֙ כָּל הַ/דּ֣וֹר הַ/ה֔וּא נֶאֶסְפ֖וּ אֶל אֲבוֹתָ֑י/ו וַ/יָּקָם֩ דּ֨וֹר אַחֵ֜ר אַחֲרֵי/הֶ֗ם אֲשֶׁ֤ר לֹא יָֽדְעוּ֙ אֶת יְהוָ֔ה וְ/גַם֙ אֶת הַֽ/מַּעֲשֶׂ֔ה אֲשֶׁ֥ר עָשָׂ֖ה לְ/יִשְׂרָאֵֽל־־־־־׃ס
STATEN

En al datzelve geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was; zo stond er een ander geslacht na hen op, dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israël gedaan had.

11
וַ/יַּעֲשׂ֧וּ בְנֵֽי יִשְׂרָאֵ֛ל אֶת הָ/רַ֖ע בְּ/עֵינֵ֣י יְהוָ֑ה וַ/יַּעַבְד֖וּ אֶת הַ/בְּעָלִֽים־־־׃
STATEN

Toen deden de kinderen Israëls, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baäls.

12
וַ/יַּעַזְב֞וּ אֶת יְהוָ֣ה אֱלֹהֵ֣י אֲבוֹתָ֗/ם הַ/מּוֹצִ֣יא אוֹתָ/ם֮ מֵ/אֶ֣רֶץ מִצְרַיִם֒ וַ/יֵּלְכ֞וּ אַחֲרֵ֣י אֱלֹהִ֣ים אֲחֵרִ֗ים מֵ/אֱלֹהֵ֤י הָֽ/עַמִּים֙ אֲשֶׁר֙ סְבִיב֣וֹתֵי/הֶ֔ם וַ/יִּֽשְׁתַּחֲו֖וּ לָ/הֶ֑ם וַ/יַּכְעִ֖סוּ אֶת יְהוָֽה־׀׀־׃
STATEN

En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn.

Op De Naamdragers

Blogs over Richteren 2

Nog geen artikelen die specifiek naar Richteren 2 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →