Ga naar inhoud
NEVIIM

Richteren 12

שׁוֹפְטִים
Hoofdstukken (21)← → toetsen
123456789101112131415161718192021
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יִּצָּעֵק֙ אִ֣ישׁ אֶפְרַ֔יִם וַֽ/יַּעֲבֹ֖ר צָפ֑וֹנָ/ה וַ/יֹּאמְר֨וּ לְ/יִפְתָּ֜ח מַדּ֣וּעַ עָבַ֣רְתָּ לְ/הִלָּחֵ֣ם בִּ/בְנֵי עַמּ֗וֹן וְ/לָ֨/נוּ֙ לֹ֤א קָרָ֨אתָ֙ לָ/לֶ֣כֶת עִמָּ֔/ךְ בֵּיתְ/ךָ֕ נִשְׂרֹ֥ף עָלֶ֖י/ךָ בָּ/אֵֽשׁ׀׀־׃
STATEN

Toen werden de mannen van Efraïm bijeengeroepen, en trokken over naar het noorden; en zij zeiden tot Jeftha: Waarom zijt gij doorgetogen om te strijden tegen de kinderen Ammons, en hebt ons niet geroepen, om met u te gaan? wij zullen uw huis met u met vuur verbranden.

2
וַ/יֹּ֤אמֶר יִפְתָּח֙ אֲלֵי/הֶ֔ם אִ֣ישׁ רִ֗יב הָיִ֛יתִי אֲנִ֛י וְ/עַמִּ֥/י וּ/בְנֵֽי עַמּ֖וֹן מְאֹ֑ד וָ/אֶזְעַ֣ק אֶתְ/כֶ֔ם וְ/לֹֽא הוֹשַׁעְתֶּ֥ם אוֹתִ֖/י מִ/יָּדָֽ/ם־־׃
STATEN

En Jeftha zeide tot hen: Ik en mijn volk waren zeer twistig met de kinderen Ammons; en ik heb ulieden geroepen, maar gij hebt mij uit hun hand niet verlost.

3
וָֽ/אֶרְאֶ֞ה כִּֽי אֵינְ/ךָ֣ מוֹשִׁ֗יע וָ/אָשִׂ֨ימָ/ה נַפְשִׁ֤/י בְ/כַפִּ/י֙ וָֽ/אֶעְבְּרָ/ה֙ אֶל בְּנֵ֣י עַמּ֔וֹן וַ/יִּתְּנֵ֥/ם יְהוָ֖ה בְּ/יָדִ֑/י וְ/לָ/מָ֞ה עֲלִיתֶ֥ם אֵלַ֛/י הַ/יּ֥וֹם הַ/זֶּ֖ה לְ/הִלָּ֥חֶם בִּֽ/י־־׃
STATEN

Als ik nu zag, dat gij niet verlostet, zo stelde ik mijn ziel in mijn hand, en toog door tot de kinderen Ammons, en de HEERE gaf hen in mijn hand; waarom zijt gij dan te dezen dage tot mij opgekomen, om tegen mij te strijden?

4
וַ/יִּקְבֹּ֤ץ יִפְתָּח֙ אֶת כָּל אַנְשֵׁ֣י גִלְעָ֔ד וַ/יִּלָּ֖חֶם אֶת אֶפְרָ֑יִם וַ/יַּכּוּ֩ אַנְשֵׁ֨י גִלְעָ֜ד אֶת אֶפְרַ֗יִם כִּ֤י אָמְרוּ֙ פְּלִיטֵ֤י אֶפְרַ֨יִם֙ אַתֶּ֔ם גִּלְעָ֕ד בְּ/ת֥וֹךְ אֶפְרַ֖יִם בְּ/ת֥וֹךְ מְנַשֶּֽׁה־־־־׃
STATEN

En Jeftha vergaderde alle mannen van Gilead, en streed met Efraïm; en de mannen van Gilead sloegen Efraïm, want de Gileadieten, zijnde tussen Efraïm en tussen Manasse, zeiden: Gijlieden zijt vluchtelingen van Efraïm.

5
וַ/יִּלְכֹּ֥ד גִּלְעָ֛ד אֶֽת מַעְבְּר֥וֹת הַ/יַּרְדֵּ֖ן לְ/אֶפְרָ֑יִם וְֽ֠/הָיָה כִּ֣י יֹאמְר֞וּ פְּלִיטֵ֤י אֶפְרַ֨יִם֙ אֶעֱבֹ֔רָה וַ/יֹּ֨אמְרוּ ל֧/וֹ אַנְשֵֽׁי גִלְעָ֛ד הַֽ/אֶפְרָתִ֥י אַ֖תָּה וַ/יֹּ֥אמֶֽר לֹֽא־־׀׃
STATEN

Want de Gileadieten namen den Efraïmieten de veren van de Jordaan af; en het geschiedde, als de vluchtelingen van Efraïm zeiden: Laat mij overgaan; zo zeiden de mannen van Gilead tot hem: Zijt gij een Efraïmiet? wanneer hij zeide: Neen;

6
וַ/יֹּ֣אמְרוּ ל/וֹ֩ אֱמָר נָ֨א שִׁבֹּ֜לֶת וַ/יֹּ֣אמֶר סִבֹּ֗לֶת וְ/לֹ֤א יָכִין֙ לְ/דַבֵּ֣ר כֵּ֔ן וַ/יֹּאחֲז֣וּ אוֹת֔/וֹ וַ/יִּשְׁחָט֖וּ/הוּ אֶל מַעְבְּר֣וֹת הַ/יַּרְדֵּ֑ן וַ/יִּפֹּ֞ל בָּ/עֵ֤ת הַ/הִיא֙ מֵֽ/אֶפְרַ֔יִם אַרְבָּעִ֥ים וּ/שְׁנַ֖יִם אָֽלֶף־־׃
STATEN

Zo zeiden zij tot hem: Zeg nu Schibbóleth; maar hij zeide: Sibbólet, en kon het alzo niet recht spreken; zo grepen zij hem, en versloegen hem aan de veren van de Jordaan, dat te dier tijd van Efraïm vielen twee en veertig duizend.

7
וַ/יִּשְׁפֹּ֥ט יִפְתָּ֛ח אֶת יִשְׂרָאֵ֖ל שֵׁ֣שׁ שָׁנִ֑ים וַ/יָּ֗מָת יִפְתָּח֙ הַ/גִּלְעָדִ֔י וַ/יִּקָּבֵ֖ר בְּ/עָרֵ֥י גִלְעָֽד־׃פ
STATEN

Jeftha nu richtte Israël zes jaren; en Jeftha, de Gileadiet, stierf, en werd begraven in de steden van Gilead.

8
וַ/יִּשְׁפֹּ֤ט אַֽחֲרָי/ו֙ אֶת יִשְׂרָאֵ֔ל אִבְצָ֖ן מִ/בֵּ֥ית לָֽחֶם־׃
STATEN

En na hem richtte Israël Ebzan, van Bethlehem.

9
וַ/יְהִי ל֞/וֹ שְׁלֹשִׁ֣ים בָּנִ֗ים וּ/שְׁלֹשִׁ֤ים בָּנוֹת֙ שִׁלַּ֣ח הַ/ח֔וּצָ/ה וּ/שְׁלֹשִׁ֣ים בָּנ֔וֹת הֵבִ֥יא לְ/בָנָ֖י/ו מִן הַ/ח֑וּץ וַ/יִּשְׁפֹּ֥ט אֶת יִשְׂרָאֵ֖ל שֶׁ֥בַע שָׁנִֽים־־־׃
STATEN

En hij had dertig zonen; en hij zond dertig dochteren naar buiten, en bracht dertig dochteren van buiten in voor zijn zonen; en hij richtte Israël zeven jaren.

10
וַ/יָּ֣מָת אִבְצָ֔ן וַ/יִּקָּבֵ֖ר בְּ/בֵ֥ית לָֽחֶם׃פ
STATEN

Toen stierf Ebzan, en werd begraven te Bethlehem.

11
וַ/יִּשְׁפֹּ֤ט אַֽחֲרָי/ו֙ אֶת יִשְׂרָאֵ֔ל אֵיל֖וֹן הַ/זְּבֽוּלֹנִ֑י וַ/יִּשְׁפֹּ֥ט אֶת יִשְׂרָאֵ֖ל עֶ֥שֶׂר שָׁנִֽים־־׃
STATEN

En na hem richtte Israël Elon, de Zebuloniet, en hij richtte Israël tien jaren.

12
וַ/יָּ֖מָת אֵל֣וֹן הַ/זְּבֽוּלֹנִ֑י וַ/יִּקָּבֵ֥ר בְּ/אַיָּל֖וֹן בְּ/אֶ֥רֶץ זְבוּלֻֽן׃פ
STATEN

En Elon, de Zebuloniet, stierf, en werd begraven te Ajálon, in het land van Zebulon.

Op De Naamdragers

Blogs over Richteren 12

Nog geen artikelen die specifiek naar Richteren 12 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →