Ga naar inhoud
NEVIIM

2 Koningen 4

מְלָכִים ב
Hoofdstukken (25)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/אִשָּׁ֣ה אַחַ֣ת מִ/נְּשֵׁ֣י בְנֵֽי הַ֠/נְּבִיאִים צָעֲקָ֨ה אֶל אֱלִישָׁ֜ע לֵ/אמֹ֗ר עַבְדְּ/ךָ֤ אִישִׁ/י֙ מֵ֔ת וְ/אַתָּ֣ה יָדַ֔עְתָּ כִּ֣י עַבְדְּ/ךָ֔ הָיָ֥ה יָרֵ֖א אֶת יְהוָ֑ה וְ/הַ֨/נֹּשֶׁ֔ה בָּ֗א לָ/קַ֜חַת אֶת שְׁנֵ֧י יְלָדַ֛/י ל֖/וֹ לַ/עֲבָדִֽים־־־־׃
STATEN

Een vrouw nu uit de vrouwen van de zonen der profeten riep tot Elísa, zeggende: Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet, dat uw knecht den HEERE was vrezende; nu is de schuldheer gekomen, om mijn beide kinderen voor zich tot knechten te nemen.

2
וַ/יֹּ֨אמֶר אֵלֶ֤י/הָ אֱלִישָׁע֙ מָ֣ה אֶֽעֱשֶׂה לָּ֔/ךְ הַגִּ֣ידִי לִ֔/י מַה יֶּשׁ ל/כי בַּ/בָּ֑יִת וַ/תֹּ֗אמֶר אֵ֣ין לְ/שִׁפְחָתְ/ךָ֥ כֹל֙ בַּ/בַּ֔יִת כִּ֖י אִם אָס֥וּךְ שָֽׁמֶן־־־־׃ לָ֖/ךְ
STATEN

En Elísa zeide tot haar: Wat zal ik u doen? Geef mij te kennen, wat gij in het huis hebt. En zij zeide: Uw dienstmaagd heeft niet met al in het huis, dan een kruik met olie.

3
וַ/יֹּ֗אמֶר לְכִ֨י שַׁאֲלִי לָ֤/ךְ כֵּלִים֙ מִן הַ/ח֔וּץ מֵ/אֵ֖ת כָּל שכנ/כי כֵּלִ֥ים רֵקִ֖ים אַל תַּמְעִֽיטִי־־־־׃ שְׁכֵנָ֑יִ/ךְ
STATEN

Toen zeide hij: Ga, eis voor u vaten van buiten, van al uw naburen ledige vaten; maak er niet weinig te hebben.

4
וּ/בָ֗את וְ/סָגַ֤רְתְּ הַ/דֶּ֨לֶת֙ בַּעֲדֵ֣/ךְ וּ/בְעַד בָּנַ֔יִ/ךְ וְ/יָצַ֕קְתְּ עַ֥ל כָּל הַ/כֵּלִ֖ים הָ/אֵ֑לֶּה וְ/הַ/מָּלֵ֖א תַּסִּֽיעִי־־׃
STATEN

Kom dan in, en sluit de deur voor u en voor uw zonen toe; daarna giet in al die vaten, en zet weg, dat vol is.

5
וַ/תֵּ֨לֶךְ֙ מֵֽ/אִתּ֔/וֹ וַ/תִּסְגֹּ֣ר הַ/דֶּ֔לֶת בַּעֲדָ֖/הּ וּ/בְעַ֣ד בָּנֶ֑י/הָ הֵ֛ם מַגִּשִׁ֥ים אֵלֶ֖י/הָ וְ/הִ֥יא מיצקת מוֹצָֽקֶת׃
STATEN

Zo ging zij van hem, en sloot de deur voor zich en voor haar zonen toe; die brachten haar de vaten toe, en zij goot in.

6
וַ/יְהִ֣י כִּ/מְלֹ֣את הַ/כֵּלִ֗ים וַ/תֹּ֤אמֶר אֶל בְּנָ/הּ֙ הַגִּ֨ישָׁ/ה אֵלַ֥/י עוֹד֙ כֶּ֔לִי וַ/יֹּ֣אמֶר אֵלֶ֔י/הָ אֵ֥ין ע֖וֹד כֶּ֑לִי וַֽ/יַּעֲמֹ֖ד הַ/שָּֽׁמֶן׀־׃
STATEN

En het geschiedde, als die vaten vol waren, dat zij tot haar zoon zeide: Breng mij nog een vat aan; maar hij zeide tot haar: Er is geen vat meer. En de olie stond stil.

7
וַ/תָּבֹ֗א וַ/תַּגֵּד֙ לְ/אִ֣ישׁ הָ/אֱלֹהִ֔ים וַ/יֹּ֗אמֶר לְכִי֙ מִכְרִ֣י אֶת הַ/שֶּׁ֔מֶן וְ/שַׁלְּמִ֖י אֶת נשי/כי וְ/אַ֣תְּ בני/כי תִֽחְיִ֖י בַּ/נּוֹתָֽר־־׃פ נִשְׁיֵ֑/ךְ וּ/בָנַ֔יִ/ךְ
STATEN

Toen kwam zij, en gaf het den man Gods te kennen; en hij zeide: Ga heen, verkoop de olie, en betaal uw schuldheer; gij dan met uw zonen, leef bij het overige.

8
וַ/יְהִ֨י הַ/יּ֜וֹם וַ/יַּעֲבֹ֧ר אֱלִישָׁ֣ע אֶל שׁוּנֵ֗ם וְ/שָׁם֙ אִשָּׁ֣ה גְדוֹלָ֔ה וַ/תַּחֲזֶק בּ֖/וֹ לֶ/אֱכָל לָ֑חֶם וַֽ/יְהִי֙ מִ/דֵּ֣י עָבְר֔/וֹ יָסֻ֥ר שָׁ֖מָּ/ה לֶ/אֱכָל לָֽחֶם־־־־׃
STATEN

Het geschiedde ook op een dag, als Elísa naar Sunem doortrok, dat aldaar een grote vrouw was, dewelke hem aanhield om brood te eten. Voorts geschiedde het, zo dikwijls hij doortrok, week hij daarin, om brood te eten.

9
וַ/תֹּ֨אמֶר֙ אֶל אִישָׁ֔/הּ הִנֵּה נָ֣א יָדַ֔עְתִּי כִּ֛י אִ֥ישׁ אֱלֹהִ֖ים קָד֣וֹשׁ ה֑וּא עֹבֵ֥ר עָלֵ֖י/נוּ תָּמִֽיד־־׃
STATEN

En zij zeide tot haar man: Zie nu, ik heb gemerkt, dat deze man Gods heilig is, die bij ons altoos doortrekt.

10
נַֽעֲשֶׂה נָּ֤א עֲלִיַּת קִיר֙ קְטַנָּ֔ה וְ/נָשִׂ֨ים ל֥/וֹ שָׁ֛ם מִטָּ֥ה וְ/שֻׁלְחָ֖ן וְ/כִסֵּ֣א וּ/מְנוֹרָ֑ה וְ/הָיָ֛ה בְּ/בֹא֥/וֹ אֵלֵ֖י/נוּ יָס֥וּר שָֽׁמָּ/ה־־׃
STATEN

Laat ons toch een kleine opperkamer van een wand maken, en laat ons daar voor hem zetten een bed, en tafel, en stoel, en kandelaar; zo zal het geschieden, wanneer hij tot ons komt, dat hij daar inwijke.

11
וַ/יְהִ֥י הַ/יּ֖וֹם וַ/יָּ֣בֹא שָׁ֑מָּ/ה וַ/יָּ֥סַר אֶל הָ/עֲלִיָּ֖ה וַ/יִּשְׁכַּב שָֽׁמָּ/ה־־׃
STATEN

En het geschiedde op een dag, dat hij daar kwam; en hij week in die opperkamer, en legde zich daar neder.

12
וַ/יֹּ֨אמֶר֙ אֶל גֵּחֲזִ֣י נַעֲר֔/וֹ קְרָ֖א לַ/שּׁוּנַמִּ֣ית הַ/זֹּ֑את וַ/יִּקְרָא לָ֔/הּ וַֽ/תַּעֲמֹ֖ד לְ/פָנָֽי/ו־־׃
STATEN

Toen zeide hij tot zijn jongen Géhazi: Roep deze Sunamietische. En als hij ze geroepen had, stond zij voor zijn aangezicht.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Koningen 4

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Koningen 4 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →