Ga naar inhoud
NEVIIM

2 Koningen 24

מְלָכִים ב
Hoofdstukken (25)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
בְּ/יָמָ֣י/ו עָלָ֔ה נְבֻכַדְנֶאצַּ֖ר מֶ֣לֶךְ בָּבֶ֑ל וַ/יְהִי ל֨/וֹ יְהוֹיָקִ֥ים עֶ֨בֶד֙ שָׁלֹ֣שׁ שָׁנִ֔ים וַ/יָּ֖שָׁב וַ/יִּמְרָד בּֽ/וֹ־־׃
STATEN

In zijn dagen toog Nebukadnézar, de koning van Babel, op, en Jójakim werd zijn knecht drie jaren; daarna keerde hij zich om, en rebelleerde tegen hem.

2
וַ/יְשַׁלַּ֣ח יְהוָ֣ה בּ֡/וֹ אֶת גְּדוּדֵ֣י כַשְׂדִּים֩ וְ/אֶת גְּדוּדֵ֨י אֲרָ֜ם וְ/אֵ֣ת גְּדוּדֵ֣י מוֹאָ֗ב וְ/אֵת֙ גְּדוּדֵ֣י בְנֵֽי עַמּ֔וֹן וַ/יְשַׁלְּחֵ֥/ם בִּֽ/יהוּדָ֖ה לְ/הַֽאֲבִיד֑/וֹ כִּ/דְבַ֣ר יְהוָ֔ה אֲשֶׁ֣ר דִּבֶּ֔ר בְּ/יַ֖ד עֲבָדָ֥י/ו הַ/נְּבִיאִֽים׀־־׀־׃
STATEN

En de HEERE zond tegen hem de benden der Chaldeeën, en de benden der Syriërs, en de benden der Moabieten, en de benden der kinderen Ammons, en zond hen tegen Juda, om dat te verderven, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst Zijner knechten, de profeten.

3
אַ֣ךְ עַל פִּ֣י יְהוָ֗ה הָֽיְתָה֙ בִּֽ/יהוּדָ֔ה לְ/הָסִ֖יר מֵ/עַ֣ל פָּנָ֑י/ו בְּ/חַטֹּ֣את מְנַשֶּׁ֔ה כְּ/כֹ֖ל אֲשֶׁ֥ר עָשָֽׂה׀־׃
STATEN

Zekerlijk geschiedde dit naar het bevel des HEEREN tegen Juda, dat Hij hen van Zijn aangezicht wegdeed, om de zonden van Manasse, naar alles, wat hij gedaan had;

4
וְ/גַ֤ם דַּֽם הַ/נָּקִי֙ אֲשֶׁ֣ר שָׁפָ֔ךְ וַ/יְמַלֵּ֥א אֶת יְרוּשָׁלִַ֖ם דָּ֣ם נָקִ֑י וְ/לֹֽא אָבָ֥ה יְהוָ֖ה לִ/סְלֹֽחַ־־־׃
STATEN

Als ook om het onschuldig bloed, dat hij vergoten had, zodat hij Jeruzalem met onschuldig bloed vervuld had; daarom wilde de HEERE niet vergeven.

5
וְ/יֶ֛תֶר דִּבְרֵ֥י יְהוֹיָקִ֖ים וְ/כָל אֲשֶׁ֣ר עָשָׂ֑ה הֲ/לֹא הֵ֣ם כְּתוּבִ֗ים עַל סֵ֛פֶר דִּבְרֵ֥י הַ/יָּמִ֖ים לְ/מַלְכֵ֥י יְהוּדָֽה־־־׃
STATEN

Het overige nu der geschiedenissen van Jójakim, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?

6
וַ/יִּשְׁכַּ֥ב יְהוֹיָקִ֖ים עִם אֲבֹתָ֑י/ו וַ/יִּמְלֹ֛ךְ יְהוֹיָכִ֥ין בְּנ֖/וֹ תַּחְתָּֽי/ו־׃
STATEN

En Jójakim ontsliep met zijn vaderen; en zijn zoon Jójachin werd koning in zijn plaats.

7
וְ/לֹֽא הֹסִ֥יף עוֹד֙ מֶ֣לֶךְ מִצְרַ֔יִם לָ/צֵ֖את מֵֽ/אַרְצ֑/וֹ כִּֽי לָקַ֞ח מֶ֣לֶךְ בָּבֶ֗ל מִ/נַּ֤חַל מִצְרַ֨יִם֙ עַד נְהַר פְּרָ֔ת כֹּ֛ל אֲשֶׁ֥ר הָיְתָ֖ה לְ/מֶ֥לֶךְ מִצְרָֽיִם־־־־׃פ
STATEN

De koning nu van Egypte toog voortaan niet meer uit zijn land; want de koning van Babel had, van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath, ingenomen al wat van den koning van Egypte was.

8
בֶּן שְׁמֹנֶ֨ה עֶשְׂרֵ֤ה שָׁנָה֙ יְהוֹיָכִ֣ין בְּ/מָלְכ֔/וֹ וּ/שְׁלֹשָׁ֣ה חֳדָשִׁ֔ים מָלַ֖ךְ בִּ/ירוּשָׁלִָ֑ם וְ/שֵׁ֣ם אִמּ֔/וֹ נְחֻשְׁתָּ֥א בַת אֶלְנָתָ֖ן מִ/ירוּשָׁלִָֽם־־׃
STATEN

Jójachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehústa, een dochter van Elnáthan, van Jeruzalem.

9
וַ/יַּ֥עַשׂ הָ/רַ֖ע בְּ/עֵינֵ֣י יְהוָ֑ה כְּ/כֹ֥ל אֲשֶׁר עָשָׂ֖ה אָבִֽי/ו־׃
STATEN

En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader gedaan had.

10
בָּ/עֵ֣ת הַ/הִ֔יא עלה עַבְדֵ֛י נְבֻכַדְנֶאצַּ֥ר מֶֽלֶךְ בָּבֶ֖ל יְרוּשָׁלִָ֑ם וַ/תָּבֹ֥א הָ/עִ֖יר בַּ/מָּצֽוֹר עָל֗וּ־׃
STATEN

Te dier tijd togen de knechten van Nebukadnézar, den koning van Babel, naar Jeruzalem; en de stad werd belegerd.

11
וַ/יָּבֹ֛א נְבוּכַדְנֶאצַּ֥ר מֶֽלֶךְ בָּבֶ֖ל עַל הָ/עִ֑יר וַ/עֲבָדָ֖י/ו צָרִ֥ים עָלֶֽי/הָ־־׃
STATEN

Zelfs kwam Nebukadnézar, de koning van Babel, tegen de stad, als zijn knechten die belegerden.

12
וַ/יֵּצֵ֞א יְהוֹיָכִ֤ין מֶֽלֶךְ יְהוּדָה֙ עַל מֶ֣לֶךְ בָּבֶ֔ל ה֣וּא וְ/אִמּ֔/וֹ וַ/עֲבָדָ֖י/ו וְ/שָׂרָ֣י/ו וְ/סָֽרִיסָ֑י/ו וַ/יִּקַּ֤ח אֹת/וֹ֙ מֶ֣לֶךְ בָּבֶ֔ל בִּ/שְׁנַ֥ת שְׁמֹנֶ֖ה לְ/מָלְכֽ/וֹ־־׃
STATEN

Toen ging Jójachin, de koning van Juda, uit tot den koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijner regering.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Koningen 24

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Koningen 24 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →