Ga naar inhoud
NEVIIM

2 Koningen 18

מְלָכִים ב
Hoofdstukken (25)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַֽ/יְהִי֙ בִּ/שְׁנַ֣ת שָׁלֹ֔שׁ לְ/הוֹשֵׁ֥עַ בֶּן אֵלָ֖ה מֶ֣לֶךְ יִשְׂרָאֵ֑ל מָלַ֛ךְ חִזְקִיָּ֥ה בֶן אָחָ֖ז מֶ֥לֶךְ יְהוּדָֽה־־׃
STATEN

Het geschiedde nu in het derde jaar van Hoséa, den zoon van Ela, den koning van Israël, dat Hizkía koning werd, de zoon van Achaz, koning van Juda.

2
בֶּן עֶשְׂרִ֨ים וְ/חָמֵ֤שׁ שָׁנָה֙ הָיָ֣ה בְ/מָלְכ֔/וֹ וְ/עֶשְׂרִ֤ים וָ/תֵ֨שַׁע֙ שָׁנָ֔ה מָלַ֖ךְ בִּ/ירוּשָׁלִָ֑ם וְ/שֵׁ֣ם אִמּ֔/וֹ אֲבִ֖י בַּת זְכַרְיָֽה־־׃
STATEN

Vijf en twintig jaren was hij oud, toen hij koning werd, en hij regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem, en de naam zijner moeder was Abi, een dochter van Zacharía.

3
וַ/יַּ֥עַשׂ הַ/יָּשָׁ֖ר בְּ/עֵינֵ֣י יְהוָ֑ה כְּ/כֹ֥ל אֲשֶׁר עָשָׂ֖ה דָּוִ֥ד אָבִֽי/ו־׃
STATEN

En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had.

4
ה֣וּא הֵסִ֣יר אֶת הַ/בָּמ֗וֹת וְ/שִׁבַּר֙ אֶת הַ/מַּצֵּבֹ֔ת וְ/כָרַ֖ת אֶת הָֽ/אֲשֵׁרָ֑ה וְ/כִתַּת֩ נְחַ֨שׁ הַ/נְּחֹ֜שֶׁת אֲשֶׁר עָשָׂ֣ה מֹשֶׁ֗ה כִּ֣י עַד הַ/יָּמִ֤ים הָ/הֵ֨מָּה֙ הָי֤וּ בְנֵֽי יִשְׂרָאֵל֙ מְקַטְּרִ֣ים ל֔/וֹ וַ/יִּקְרָא ל֖/וֹ נְחֻשְׁתָּֽן׀־־־־־־־׃
STATEN

Hij nam de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en roeide de bossen uit; en hij verbrijzelde de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de kinderen Israëls tot die dagen toe haar gerookt hadden; en hij noemde haar Nehûstan.

5
בַּ/יהוָ֥ה אֱלֹהֵֽי יִשְׂרָאֵ֖ל בָּטָ֑ח וְ/אַחֲרָ֞י/ו לֹא הָיָ֣ה כָמֹ֗/הוּ בְּ/כֹל֙ מַלְכֵ֣י יְהוּדָ֔ה וַ/אֲשֶׁ֥ר הָי֖וּ לְ/פָנָֽי/ו־־׃
STATEN

Hij betrouwde op den HEERE, den God Israëls, zodat na hem zijns gelijke niet was onder alle koningen van Juda, noch die vóór hem geweest waren.

6
וַ/יִּדְבַּק֙ בַּֽ/יהוָ֔ה לֹא סָ֖ר מֵ/אַֽחֲרָ֑י/ו וַ/יִּשְׁמֹר֙ מִצְוֺתָ֔י/ו אֲשֶׁר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אֶת מֹשֶֽׁה־־־׃
STATEN

Want hij kleefde den HEERE aan; hij week niet van Hem na te volgen, en hij hield Zijn geboden, die de HEERE aan Mozes geboden had.

7
וְ/הָיָ֤ה יְהוָה֙ עִמּ֔/וֹ בְּ/כֹ֥ל אֲשֶׁר יֵצֵ֖א יַשְׂכִּ֑יל וַ/יִּמְרֹ֥ד בְּ/מֶֽלֶךְ אַשּׁ֖וּר וְ/לֹ֥א עֲבָדֽ/וֹ־־׃
STATEN

Zo was de HEERE met hem; overal, waar hij henen uittrok, handelde hij kloekelijk; daartoe viel hij af van den koning van Assyrië, dat hij hem niet diende.

8
הֽוּא הִכָּ֧ה אֶת פְּלִשְׁתִּ֛ים עַד עַזָּ֖ה וְ/אֶת גְּבוּלֶ֑י/הָ מִ/מִּגְדַּ֥ל נוֹצְרִ֖ים עַד עִ֥יר מִבְצָֽר־־־־־׃פ
STATEN

Hij sloeg de Filistijnen tot Gaza toe, en haar landpalen, van den wachttoren af tot de vaste steden toe.

9
וַֽ/יְהִ֞י בַּ/שָּׁנָ֤ה הָֽ/רְבִיעִית֙ לַ/מֶּ֣לֶךְ חִזְקִיָּ֔הוּ הִ֚יא הַ/שָּׁנָ֣ה הַ/שְּׁבִיעִ֔ית לְ/הוֹשֵׁ֥עַ בֶּן אֵלָ֖ה מֶ֣לֶךְ יִשְׂרָאֵ֑ל עָלָ֞ה שַׁלְמַנְאֶ֧סֶר מֶֽלֶךְ אַשּׁ֛וּר עַל שֹׁמְר֖וֹן וַ/יָּ֥צַר עָלֶֽי/הָ־־־׃
STATEN

Het geschiedde nu in het vierde jaar van den koning Hizkía (hetwelk was het zevende jaar van Hoséa, den zoon van Ela, den koning van Israël) dat Salmanéser, de koning van Assyrië, opkwam tegen Samaria, en haar belegerde.

10
וַֽ/יִּלְכְּדֻ֗/הָ מִ/קְצֵה֙ שָׁלֹ֣שׁ שָׁנִ֔ים בִּ/שְׁנַת שֵׁ֖שׁ לְ/חִזְקִיָּ֑ה הִ֣יא שְׁנַת תֵּ֗שַׁע לְ/הוֹשֵׁ֨עַ֙ מֶ֣לֶךְ יִשְׂרָאֵ֔ל נִלְכְּדָ֖ה שֹׁמְרֽוֹן־־׃
STATEN

En zij namen haar in ten einde van drie jaren, in het zesde jaar van Hizkía; het was het negende jaar van Hoséa, den koning van Israël, als Samaria ingenomen werd.

11
וַ/יֶּ֧גֶל מֶֽלֶךְ אַשּׁ֛וּר אֶת יִשְׂרָאֵ֖ל אַשּׁ֑וּרָ/ה וַ/יַּנְחֵ֞/ם בַּ/חְלַ֧ח וּ/בְ/חָב֛וֹר נְהַ֥ר גּוֹזָ֖ן וְ/עָרֵ֥י מָדָֽי־־׃
STATEN

En de koning van Assyrië voerde Israël weg naar Assyrië, en deed hen leiden in Halah, en in Habor, bij de rivier Gozan, en in de steden der Meden.

12
עַ֣ל אֲשֶׁ֣ר לֹֽא שָׁמְע֗וּ בְּ/קוֹל֙ יְהוָ֣ה אֱלֹהֵי/הֶ֔ם וַ/יַּעַבְרוּ֙ אֶת בְּרִית֔/וֹ אֵ֚ת כָּל אֲשֶׁ֣ר צִוָּ֔ה מֹשֶׁ֖ה עֶ֣בֶד יְהוָ֑ה וְ/לֹ֥א שָׁמְע֖וּ וְ/לֹ֥א עָשֽׂוּ׀־־־׃פ
STATEN

Daarom dat zij de stem des HEEREN, huns Gods, niet waren gehoorzaam geweest, maar Zijn verbond overtreden hadden; en al wat Mozes, de knecht des HEEREN, geboden had, dat hadden zij niet gehoord, noch gedaan.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Koningen 18

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Koningen 18 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →