Ga naar inhoud
NEVIIM

2 Koningen 9

מְלָכִים ב
Hoofdstukken (25)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וֶ/אֱלִישָׁע֙ הַ/נָּבִ֔יא קָרָ֕א לְ/אַחַ֖ד מִ/בְּנֵ֣י הַ/נְּבִיאִ֑ים וַ/יֹּ֨אמֶר ל֜/וֹ חֲגֹ֣ר מָתְנֶ֗י/ךָ וְ֠/קַח פַּ֣ךְ הַ/שֶּׁ֤מֶן הַ/זֶּה֙ בְּ/יָדֶ֔/ךָ וְ/לֵ֖ךְ רָמֹ֥ת גִּלְעָֽד׃
STATEN

Toen riep de profeet Elísa een van de zonen der profeten, en hij zeide tot hem: Gord uw lenden, en neem deze oliekruik in uw hand, en ga heen naar Ramoth in Gilead.

2
וּ/בָ֖אתָ שָׁ֑מָּ/ה וּ/רְאֵֽה שָׁ֠ם יֵה֨וּא בֶן יְהוֹשָׁפָ֜ט בֶּן נִמְשִׁ֗י וּ/בָ֨אתָ֙ וַ/הֲקֵֽמֹת/וֹ֙ מִ/תּ֣וֹך אֶחָ֔י/ו וְ/הֵבֵיאתָ֥ אֹת֖/וֹ חֶ֥דֶר בְּ/חָֽדֶר־־־׃
STATEN

Als gij daar zult gekomen zijn, zo zie, waar Jehu, de zoon van Jósafat, den zoon van Nimsi, is; en ga in, en doe hem opstaan uit het midden zijner broederen, en breng hem in een binnenste kamer.

3
וְ/לָקַחְתָּ֤ פַךְ הַ/שֶּׁ֨מֶן֙ וְ/יָצַקְתָּ֣ עַל רֹאשׁ֔/וֹ וְ/אָֽמַרְתָּ֙ כֹּֽה אָמַ֣ר יְהוָ֔ה מְשַׁחְתִּ֥י/ךָֽ לְ/מֶ֖לֶךְ אֶל יִשְׂרָאֵ֑ל וּ/פָתַחְתָּ֥ הַ/דֶּ֛לֶת וְ/נַ֖סְתָּה וְ/לֹ֥א תְחַכֶּֽה־־־־׃
STATEN

En neem de oliekruik, en giet ze uit op zijn hoofd, en zeg: Zo zegt de HEERE: Ik heb u tot koning gezalfd over Israël. Doe daarna de deur open, en vlied, en vertoef niet.

4
וַ/יֵּ֧לֶךְ הַ/נַּ֛עַר הַ/נַּ֥עַר הַ/נָּבִ֖יא רָמֹ֥ת גִּלְעָֽד׃
STATEN

Zo ging de jongeling, die jongeling van den profeet, naar Ramoth in Gilead.

5
וַ/יָּבֹ֗א וְ/הִנֵּ֨ה שָׂרֵ֤י הַ/חַ֨יִל֙ יֹֽשְׁבִ֔ים וַ/יֹּ֕אמֶר דָּבָ֥ר לִ֛/י אֵלֶ֖י/ךָ הַ/שָּׂ֑ר וַ/יֹּ֤אמֶר יֵהוּא֙ אֶל מִ֣י מִ/כֻּלָּ֔/נוּ וַ/יֹּ֖אמֶר אֵלֶ֥י/ךָ הַ/שָּֽׂר־׃
STATEN

En toen hij inkwam, ziet, daar zaten de hoofdmannen van het heir, en hij zeide: Ik heb een woord aan u, o hoofdman! En Jehu zeide: Tot wien van ons allen? En hij zeide: Tot u, o hoofdman!

6
וַ/יָּ֨קָם֙ וַ/יָּבֹ֣א הַ/בַּ֔יְתָ/ה וַ/יִּצֹ֥ק הַ/שֶּׁ֖מֶן אֶל רֹאשׁ֑/וֹ וַ/יֹּ֣אמֶר ל֗/וֹ כֹּֽה אָמַ֤ר יְהוָה֙ אֱלֹהֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל מְשַׁחְתִּ֧י/ךָֽ לְ/מֶ֛לֶךְ אֶל עַ֥ם יְהוָ֖ה אֶל יִשְׂרָאֵֽל־־־־׃
STATEN

Toen stond hij op, en ging in huis; hij dan goot de olie op zijn hoofd, en hij zeide tot hem: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ik heb u gezalfd tot koning over het volk des HEEREN, over Israël.

7
וְ/הִ֨כִּיתָ֔ה אֶת בֵּ֥ית אַחְאָ֖ב אֲדֹנֶ֑י/ךָ וְ/נִקַּמְתִּ֞י דְּמֵ֣י עֲבָדַ֣/י הַ/נְּבִיאִ֗ים וּ/דְמֵ֛י כָּל עַבְדֵ֥י יְהוָ֖ה מִ/יַּ֥ד אִיזָֽבֶל־׀־׃
STATEN

En gij zult het huis van Achab, uw heer, slaan, opdat Ik het bloed van Mijn knechten, de profeten, en het bloed van alle knechten des HEEREN, wreke van de hand van Izébel.

8
וְ/אָבַ֖ד כָּל בֵּ֣ית אַחְאָ֑ב וְ/הִכְרַתִּ֤י לְ/אַחְאָב֙ מַשְׁתִּ֣ין בְּ/קִ֔יר וְ/עָצ֥וּר וְ/עָז֖וּב בְּ/יִשְׂרָאֵֽל־׃
STATEN

En het ganse huis van Achab zal omkomen; en Ik zal van Achab uitroeien, wat mannelijk is, ook den beslotene en verlatene in Israël.

9
וְ/נָֽתַתִּי֙ אֶת בֵּ֣ית אַחְאָ֔ב כְּ/בֵ֖ית יָרָבְעָ֣ם בֶּן נְבָ֑ט וּ/כְ/בֵ֖ית בַּעְשָׁ֥א בֶן אֲחִיָּֽה־־־׃
STATEN

Want Ik zal het huis van Achab maken als het huis van Jeróbeam, den zoon van Nebat, en als het huis van Báësa, den zoon van Ahía.

10
וְ/אֶת אִיזֶ֜בֶל יֹאכְל֧וּ הַ/כְּלָבִ֛ים בְּ/חֵ֥לֶק יִזְרְעֶ֖אל וְ/אֵ֣ין קֹבֵ֑ר וַ/יִּפְתַּ֥ח הַ/דֶּ֖לֶת וַ/יָּנֹֽס־׃
STATEN

Ook zullen de honden Izébel eten op het stuk lands van Jizreël, en er zal niemand zijn, die haar begrave. Toen deed hij de deur open en vlood.

11
וְ/יֵה֗וּא יָצָא֙ אֶל עַבְדֵ֣י אֲדֹנָ֔י/ו וַ/יֹּ֤אמֶר ל/וֹ֙ הֲ/שָׁל֔וֹם מַדּ֛וּעַ בָּֽא הַ/מְשֻׁגָּ֥ע הַ/זֶּ֖ה אֵלֶ֑י/ךָ וַ/יֹּ֣אמֶר אֲלֵי/הֶ֔ם אַתֶּ֛ם יְדַעְתֶּ֥ם אֶת הָ/אִ֖ישׁ וְ/אֶת שִׂיחֽ/וֹ־־־־׃
STATEN

En als Jehu uitging tot de knechten zijns heren, zeide men tot hem: Is het al wel? Waarom is deze onzinnige tot u gekomen? En hij zeide tot hen: Gij kent den man en zijn spraak.

12
וַ/יֹּאמְר֣וּ שֶׁ֔קֶר הַגֶּד נָ֖א לָ֑/נוּ וַ/יֹּ֗אמֶר כָּ/זֹ֤את וְ/כָ/זֹאת֙ אָמַ֤ר אֵלַ/י֙ לֵ/אמֹ֔ר כֹּ֚ה אָמַ֣ר יְהוָ֔ה מְשַׁחְתִּ֥י/ךָֽ לְ/מֶ֖לֶךְ אֶל יִשְׂרָאֵֽל־־׃
STATEN

Maar zij zeiden: Het is leugen; geef het ons nu te kennen. En hij zeide: Zo en zo heeft hij tot mij gesproken, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik heb u gezalfd tot koning over Israël.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Koningen 9

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Koningen 9 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →