Ga naar inhoud
NEVIIM

1 Koningen 15

מְלָכִים א
Hoofdstukken (22)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וּ/בִ/שְׁנַת֙ שְׁמֹנֶ֣ה עֶשְׂרֵ֔ה לַ/מֶּ֖לֶךְ יָרָבְעָ֣ם בֶּן נְבָ֑ט מָלַ֥ךְ אֲבִיָּ֖ם עַל יְהוּדָֽה־־׃
STATEN

In het achttiende jaar nu van den koning Jeróbeam, den zoon van Nebat, werd Abíam koning over Juda.

2
שָׁלֹ֣שׁ שָׁנִ֔ים מָלַ֖ךְ בִּ/ירוּשָׁלִָ֑ם וְ/שֵׁ֣ם אִמּ֔/וֹ מַעֲכָ֖ה בַּת אֲבִישָׁלֽוֹם־׃
STATEN

Hij regeerde drie jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Máächa, een dochter van Abísalom.

3
וַ/יֵּ֕לֶךְ בְּ/כָל חַטֹּ֥אות אָבִ֖י/ו אֲשֶׁר עָשָׂ֣ה לְ/פָנָ֑י/ו וְ/לֹא הָיָ֨ה לְבָב֤/וֹ שָׁלֵם֙ עִם יְהוָ֣ה אֱלֹהָ֔י/ו כִּ/לְבַ֖ב דָּוִ֥ד אָבִֽי/ו־־־־׃
STATEN

En hij wandelde in al de zonden zijns vaders, die hij vóór hem gedaan had; en zijn hart was niet volkomen met den HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David.

4
כִּ֚י לְמַ֣עַן דָּוִ֔ד נָתַן֩ יְהוָ֨ה אֱלֹהָ֥י/ו ל֛/וֹ נִ֖יר בִּ/ירוּשָׁלִָ֑ם לְ/הָקִ֤ים אֶת בְּנ/וֹ֙ אַחֲרָ֔י/ו וּֽ/לְ/הַעֲמִ֖יד אֶת יְרוּשָׁלִָֽם־־׃
STATEN

Maar om Davids wil, gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem, verwekkende zijn zoon na hem, en bevestigende Jeruzalem.

5
אֲשֶׁ֨ר עָשָׂ֥ה דָוִ֛ד אֶת הַ/יָּשָׁ֖ר בְּ/עֵינֵ֣י יְהוָ֑ה וְ/לֹֽא סָ֞ר מִ/כֹּ֣ל אֲשֶׁר צִוָּ֗/הוּ כֹּ֚ל יְמֵ֣י חַיָּ֔י/ו רַ֕ק בִּ/דְבַ֖ר אוּרִיָּ֥ה הַ/חִתִּֽי־־־׃
STATEN

Omdat David gedaan had wat recht was in de ogen des HEEREN, en niet geweken was van alles, wat Hij hem geboden had, al de dagen zijns levens, dan alleen in de zaak van Uría, den Hethiet.

6
וּ/מִלְחָמָ֨ה הָיְתָ֧ה בֵין רְחַבְעָ֛ם וּ/בֵ֥ין יָרָבְעָ֖ם כָּל יְמֵ֥י חַיָּֽי/ו־־׃
STATEN

En er was krijg geweest tussen Rehábeam en tussen Jeróbeam, al de dagen zijns levens.

7
וְ/יֶ֨תֶר דִּבְרֵ֤י אֲבִיָּם֙ וְ/כָל אֲשֶׁ֣ר עָשָׂ֔ה הֲ/לֽוֹא הֵ֣ם כְּתוּבִ֗ים עַל סֵ֛פֶר דִּבְרֵ֥י הַ/יָּמִ֖ים לְ/מַלְכֵ֣י יְהוּדָ֑ה וּ/מִלְחָמָ֥ה הָיְתָ֛ה בֵּ֥ין אֲבִיָּ֖ם וּ/בֵ֥ין יָרָבְעָֽם־־־׃
STATEN

Het overige nu der geschiedenissen van Abíam, en alles, wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? Er was ook krijg tussen Abíam en tussen Jeróbeam.

8
וַ/יִּשְׁכַּ֤ב אֲבִיָּם֙ עִם אֲבֹתָ֔י/ו וַ/יִּקְבְּר֥וּ אֹת֖/וֹ בְּ/עִ֣יר דָּוִ֑ד וַ/יִּמְלֹ֛ךְ אָסָ֥א בְנ֖/וֹ תַּחְתָּֽי/ו־׃פ
STATEN

En Abíam ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en Asa, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.

9
וּ/בִ/שְׁנַ֣ת עֶשְׂרִ֔ים לְ/יָרָבְעָ֖ם מֶ֣לֶךְ יִשְׂרָאֵ֑ל מָלַ֥ךְ אָסָ֖א מֶ֥לֶךְ יְהוּדָֽה׃
STATEN

In het twintigste jaar van Jeróbeam, den koning van Israël, werd Asa koning over Juda.

10
וְ/אַרְבָּעִ֤ים וְ/אַחַת֙ שָׁנָ֔ה מָלַ֖ךְ בִּ/ירוּשָׁלִָ֑ם וְ/שֵׁ֣ם אִמּ֔/וֹ מַעֲכָ֖ה בַּת אֲבִישָׁלֽוֹם־׃
STATEN

En hij regeerde een en veertig jaren te Jeruzalem, en de naam zijner moeder was Máächa, een dochter van Abísalom.

11
וַ/יַּ֧עַשׂ אָסָ֛א הַ/יָּשָׁ֖ר בְּ/עֵינֵ֣י יְהוָ֑ה כְּ/דָוִ֖ד אָבִֽי/ו׃
STATEN

En Asa deed wat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David.

12
וַ/יַּעֲבֵ֥ר הַ/קְּדֵשִׁ֖ים מִן הָ/אָ֑רֶץ וַ/יָּ֨סַר֙ אֶת כָּל הַ/גִּלֻּלִ֔ים אֲשֶׁ֥ר עָשׂ֖וּ אֲבֹתָֽי/ו־־־׃
STATEN

Want hij nam weg de schandjongens uit het land, en deed weg al de drekgoden, die zijn vaders gemaakt hadden.

Op De Naamdragers

Blogs over 1 Koningen 15

Nog geen artikelen die specifiek naar 1 Koningen 15 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →