Ga naar inhoud
NEVIIM

1 Koningen 16

מְלָכִים א
Hoofdstukken (22)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֤י דְבַר יְהוָה֙ אֶל יֵה֣וּא בֶן חֲנָ֔נִי עַל בַּעְשָׁ֖א לֵ/אמֹֽר־־־־׃
STATEN

Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Jehu, den zoon van Hanáni, tegen Báësa, zeggende:

2
יַ֗עַן אֲשֶׁ֤ר הֲרִימֹתִ֨י/ךָ֙ מִן הֶ֣/עָפָ֔ר וָ/אֶתֶּנְ/ךָ֣ נָגִ֔יד עַ֖ל עַמִּ֣/י יִשְׂרָאֵ֑ל וַ/תֵּ֣לֶךְ בְּ/דֶ֣רֶךְ יָרָבְעָ֗ם וַֽ/תַּחֲטִא֙ אֶת עַמִּ֣/י יִשְׂרָאֵ֔ל לְ/הַכְעִיסֵ֖/נִי בְּ/חַטֹּאתָֽ/ם־׀־׃
STATEN

Daarom, dat Ik u uit het stof verheven, en u tot een voorganger over Mijn volk Israël gesteld heb, en gij gewandeld hebt in den weg van Jeróbeam, en Mijn volk Israël hebt doen zondigen, Mij tot toorn verwekkende door hun zonden;

3
הִנְ/נִ֥י מַבְעִ֛יר אַחֲרֵ֥י בַעְשָׁ֖א וְ/אַחֲרֵ֣י בֵית֑/וֹ וְ/נָֽתַתִּי֙ אֶת בֵּ֣יתְ/ךָ֔ כְּ/בֵ֖ית יָרָבְעָ֥ם בֶּן נְבָֽט־־׃
STATEN

Zie, zo zal Ik de nakomelingen van Báësa, en de nakomelingen van zijn huis wegdoen; en Ik zal uw huis maken, gelijk het huis van Jeróbeam, den zoon van Nebat.

4
הַ/מֵּ֤ת לְ/בַעְשָׁא֙ בָּ/עִ֔יר יֹֽאכְל֖וּ הַ/כְּלָבִ֑ים וְ/הַ/מֵּ֥ת ל/וֹ֙ בַּ/שָּׂדֶ֔ה יֹאכְל֖וּ ע֥וֹף הַ/שָּׁמָֽיִם׃
STATEN

Die van Báësa in de stad sterft, zullen de honden eten, en die van hem in het veld sterft, zullen de vogelen des hemels eten.

5
וְ/יֶ֨תֶר דִּבְרֵ֥י בַעְשָׁ֛א וַ/אֲשֶׁ֥ר עָשָׂ֖ה וּ/גְבֽוּרָת֑/וֹ הֲ/לֹא הֵ֣ם כְּתוּבִ֗ים עַל סֵ֛פֶר דִּבְרֵ֥י הַ/יָּמִ֖ים לְ/מַלְכֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־־׃
STATEN

Het overige nu der geschiedenissen van Báësa, en wat hij gedaan heeft, en zijn macht, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israël?

6
וַ/יִּשְׁכַּ֤ב בַּעְשָׁא֙ עִם אֲבֹתָ֔י/ו וַ/יִּקָּבֵ֖ר בְּ/תִרְצָ֑ה וַ/יִּמְלֹ֛ךְ אֵלָ֥ה בְנ֖/וֹ תַּחְתָּֽי/ו־׃
STATEN

En Báësa ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven te Thirza; en zijn zoon Ela regeerde in zijn plaats.

7
וְ/גַ֡ם בְּ/יַד יֵה֨וּא בֶן חֲנָ֜נִי הַ/נָּבִ֗יא דְּבַר יְהוָ֡ה הָיָה֩ אֶל בַּעְשָׁ֨א וְ/אֶל בֵּית֜/וֹ וְ/עַ֥ל כָּל הָ/רָעָ֣ה אֲשֶׁר עָשָׂ֣ה בְּ/עֵינֵ֣י יְהוָ֗ה לְ/הַכְעִיס/וֹ֙ בְּ/מַעֲשֵׂ֣ה יָדָ֔י/ו לִ/הְי֖וֹת כְּ/בֵ֣ית יָרָבְעָ֑ם וְ/עַ֥ל אֲשֶׁר הִכָּ֖ה אֹתֽ/וֹ־־־־־־׀־׀־׃פ
STATEN

Alzo geschiedde ook het woord des HEEREN, door den dienst van den profeet Jehu, den zoon van Hanáni, tegen Báësa en tegen zijn huis; en dat om al het kwaad, dat hij gedaan had in de ogen des HEEREN, Hem tot toorn verwekkende door het werk zijner handen, omdat hij was gelijk het huis van Jeróbeam, en omdat hij hetzelve verslagen had.

8
בִּ/שְׁנַ֨ת עֶשְׂרִ֤ים וָ/שֵׁשׁ֙ שָׁנָ֔ה לְ/אָסָ֖א מֶ֣לֶךְ יְהוּדָ֑ה מָ֠לַךְ אֵלָ֨ה בֶן בַּעְשָׁ֧א עַל יִשְׂרָאֵ֛ל בְּ/תִרְצָ֖ה שְׁנָתָֽיִם־־׃
STATEN

In het zes en twintigste jaar van Asa, den koning van Juda, werd Ela, de zoon van Báësa, koning over Israël, te Thirza, en regeerde twee jaren.

9
וַ/יִּקְשֹׁ֤ר עָלָי/ו֙ עַבְדּ֣/וֹ זִמְרִ֔י שַׂ֖ר מַחֲצִ֣ית הָ/רָ֑כֶב וְ/ה֤וּא בְ/תִרְצָה֙ שֹׁתֶ֣ה שִׁכּ֔וֹר בֵּ֣ית אַרְצָ֔א אֲשֶׁ֥ר עַל הַ/בַּ֖יִת בְּ/תִרְצָֽה־׃
STATEN

En Zimri, zijn knecht, overste van de helft der wagenen, maakte een verbintenis tegen hem, als hij te Thirza was, zich dronken drinkende in het huis van Arza, den hofmeester te Thirza;

10
וַ/יָּבֹ֤א זִמְרִי֙ וַ/יַּכֵּ֣/הוּ וַ/יְמִיתֵ֔/הוּ בִּ/שְׁנַת֙ עֶשְׂרִ֣ים וָ/שֶׁ֔בַע לְ/אָסָ֖א מֶ֣לֶךְ יְהוּדָ֑ה וַ/יִּמְלֹ֖ךְ תַּחְתָּֽי/ו׃
STATEN

Zo kwam Zimri in, en sloeg hem, en doodde hem, in het zeven en twintigste jaar van Asa, den koning van Juda; en hij werd koning in zijn plaats.

11
וַ/יְהִ֨י בְ/מָלְכ֜/וֹ כְּ/שִׁבְתּ֣/וֹ עַל כִּסְא֗/וֹ הִכָּה֙ אֶת כָּל בֵּ֣ית בַּעְשָׁ֔א לֹֽא הִשְׁאִ֥יר ל֖/וֹ מַשְׁתִּ֣ין בְּ/קִ֑יר וְ/גֹאֲלָ֖י/ו וְ/רֵעֵֽ/הוּ־־־־׃
STATEN

En het geschiedde, als hij regeerde, als hij op zijn troon zat, dat hij het ganse huis van Báësa sloeg; hij liet hem niet over die mannelijk was, noch zijn bloedverwanten, noch zijn vrienden.

12
וַ/יַּשְׁמֵ֣ד זִמְרִ֔י אֵ֖ת כָּל בֵּ֣ית בַּעְשָׁ֑א כִּ/דְבַ֤ר יְהוָה֙ אֲשֶׁ֣ר דִּבֶּ֣ר אֶל בַּעְשָׁ֔א בְּ/יַ֖ד יֵה֥וּא הַ/נָּבִֽיא־־׃
STATEN

Alzo verdelgde Zimri het ganse huis van Báësa, naar het woord des HEEREN, dat Hij over Báësa gesproken had, door den dienst van den profeet Jehu;

Op De Naamdragers

Blogs over 1 Koningen 16

Nog geen artikelen die specifiek naar 1 Koningen 16 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →