Ga naar inhoud
NEVIIM

1 Koningen 19

מְלָכִים א
Hoofdstukken (22)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יַּגֵּ֤ד אַחְאָב֙ לְ/אִיזֶ֔בֶל אֵ֛ת כָּל אֲשֶׁ֥ר עָשָׂ֖ה אֵלִיָּ֑הוּ וְ/אֵ֨ת כָּל אֲשֶׁ֥ר הָרַ֛ג אֶת כָּל הַ/נְּבִיאִ֖ים בֶּ/חָֽרֶב־־־־׃
STATEN

En Achab zeide Izébel aan al wat Elía gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.

2
וַ/תִּשְׁלַ֤ח אִיזֶ֨בֶל֙ מַלְאָ֔ךְ אֶל אֵלִיָּ֖הוּ לֵ/אמֹ֑ר כֹּֽה יַעֲשׂ֤וּ/ן אֱלֹהִים֙ וְ/כֹ֣ה יוֹסִפ֔וּ/ן כִּֽי כָ/עֵ֤ת מָחָר֙ אָשִׂ֣ים אֶֽת נַפְשְׁ/ךָ֔ כְּ/נֶ֖פֶשׁ אַחַ֥ד מֵ/הֶֽם־־־־׃
STATEN

Toen zond Izébel een bode tot Elía, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.

3
וַ/יַּ֗רְא וַ/יָּ֨קָם֙ וַ/יֵּ֣לֶךְ אֶל נַפְשׁ֔/וֹ וַ/יָּבֹ֕א בְּאֵ֥ר שֶׁ֖בַע אֲשֶׁ֣ר לִֽ/יהוּדָ֑ה וַ/יַּנַּ֥ח אֶֽת נַעֲר֖/וֹ שָֽׁם־־׃
STATEN

Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-séba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.

4
וְ/הֽוּא הָלַ֤ךְ בַּ/מִּדְבָּר֙ דֶּ֣רֶךְ י֔וֹם וַ/יָּבֹ֕א וַ/יֵּ֕שֶׁב תַּ֖חַת רֹ֣תֶם אחת וַ/יִּשְׁאַ֤ל אֶת נַפְשׁ/וֹ֙ לָ/מ֔וּת וַ/יֹּ֣אמֶר רַ֗ב עַתָּ֤ה יְהוָה֙ קַ֣ח נַפְשִׁ֔/י כִּֽי לֹא ט֥וֹב אָנֹכִ֖י מֵ/אֲבֹתָֽ/י־־׀־־׃ אֶחָ֑ד
STATEN

Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.

5
וַ/יִּשְׁכַּב֙ וַ/יִּישַׁ֔ן תַּ֖חַת רֹ֣תֶם אֶחָ֑ד וְ/הִנֵּֽה זֶ֤ה מַלְאָךְ֙ נֹגֵ֣עַ בּ֔/וֹ וַ/יֹּ֥אמֶר ל֖/וֹ ק֥וּם אֱכֽוֹל־׃
STATEN

En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;

6
וַ/יַּבֵּ֕ט וְ/הִנֵּ֧ה מְרַאֲשֹׁתָ֛י/ו עֻגַ֥ת רְצָפִ֖ים וְ/צַפַּ֣חַת מָ֑יִם וַ/יֹּ֣אכַל וַ/יֵּ֔שְׁתְּ וַ/יָּ֖שָׁב וַ/יִּשְׁכָּֽב׃
STATEN

En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.

7
וַ/יָּשָׁב֩ מַלְאַ֨ךְ יְהוָ֤ה שֵׁנִית֙ וַ/יִּגַּע בּ֔/וֹ וַ/יֹּ֖אמֶר ק֣וּם אֱכֹ֑ל כִּ֛י רַ֥ב מִמְּ/ךָ֖ הַ/דָּֽרֶךְ׀־׃
STATEN

En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.

8
וַ/יָּ֖קָם וַ/יֹּ֣אכַל וַ/יִּשְׁתֶּ֑ה וַ/יֵּ֜לֶךְ בְּ/כֹ֣חַ הָ/אֲכִילָ֣ה הַ/הִ֗יא אַרְבָּעִ֥ים יוֹם֙ וְ/אַרְבָּעִ֣ים לַ֔יְלָה עַ֛ד הַ֥ר הָ/אֱלֹהִ֖ים חֹרֵֽב׀׃
STATEN

Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.

9
וַ/יָּבֹא שָׁ֥ם אֶל הַ/מְּעָרָ֖ה וַ/יָּ֣לֶן שָׁ֑ם וְ/הִנֵּ֤ה דְבַר יְהוָה֙ אֵלָ֔י/ו וַ/יֹּ֣אמֶר ל֔/וֹ מַה לְּ/ךָ֥ פֹ֖ה אֵלִיָּֽהוּ־־־־׃
STATEN

En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elía?

10
וַ/יֹּאמֶר֩ קַנֹּ֨א קִנֵּ֜אתִי לַ/יהוָ֣ה אֱלֹהֵ֣י צְבָא֗וֹת כִּֽי עָזְב֤וּ בְרִֽיתְ/ךָ֙ בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל אֶת מִזְבְּחֹתֶ֣י/ךָ הָרָ֔סוּ וְ/אֶת נְבִיאֶ֖י/ךָ הָרְג֣וּ בֶ/חָ֑רֶב וָֽ/אִוָּתֵ֤ר אֲנִי֙ לְ/בַדִּ֔/י וַ/יְבַקְשׁ֥וּ אֶת נַפְשִׁ֖/י לְ/קַחְתָּֽ/הּ׀־־־־׃
STATEN

En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.

11
וַ/יֹּ֗אמֶר צֵ֣א וְ/עָמַדְתָּ֣ בָ/הָר֮ לִ/פְנֵ֣י יְהוָה֒ וְ/הִנֵּ֧ה יְהוָ֣ה עֹבֵ֗ר וְ/ר֣וּחַ גְּדוֹלָ֡ה וְ/חָזָ֞ק מְפָרֵק֩ הָרִ֨ים וּ/מְשַׁבֵּ֤ר סְלָעִים֙ לִ/פְנֵ֣י יְהוָ֔ה לֹ֥א בָ/ר֖וּחַ יְהוָ֑ה וְ/אַחַ֤ר הָ/ר֨וּחַ רַ֔עַשׁ לֹ֥א בָ/רַ֖עַשׁ יְהוָֽה׃
STATEN

En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;

12
וְ/אַחַ֤ר הָ/רַ֨עַשׁ֙ אֵ֔שׁ לֹ֥א בָ/אֵ֖שׁ יְהוָ֑ה וְ/אַחַ֣ר הָ/אֵ֔שׁ ק֖וֹל דְּמָמָ֥ה דַקָּֽה׃
STATEN

En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.

Op De Naamdragers

Blogs over 1 Koningen 19

Nog geen artikelen die specifiek naar 1 Koningen 19 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →