Ga naar inhoud
NEVIIM

2 Samuël 15

שְׁמוּאֵל ב
Hoofdstukken (24)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַֽ/יְהִי֙ מֵ/אַ֣חֲרֵי כֵ֔ן וַ/יַּ֤עַשׂ ל/וֹ֙ אַבְשָׁל֔וֹם מֶרְכָּבָ֖ה וְ/סֻסִ֑ים וַ/חֲמִשִּׁ֥ים אִ֖ישׁ רָצִ֥ים לְ/פָנָֽי/ו׃
STATEN

En het geschiedde daarna, dat Absalom zich liet bereiden wagenen en paarden, en vijftig mannen, lopende voor zijn aangezicht henen.

2
וְ/הִשְׁכִּים֙ אַבְשָׁל֔וֹם וְ/עָמַ֕ד עַל יַ֖ד דֶּ֣רֶךְ הַ/שָּׁ֑עַר וַ/יְהִ֡י כָּל הָ/אִ֣ישׁ אֲשֶֽׁר יִהְיֶה לּ/וֹ רִיב֩ לָ/ב֨וֹא אֶל הַ/מֶּ֜לֶךְ לַ/מִּשְׁפָּ֗ט וַ/יִּקְרָ֨א אַבְשָׁל֤וֹם אֵלָי/ו֙ וַ/יֹּ֗אמֶר אֵֽי מִ/זֶּ֥ה עִיר֙ אַ֔תָּה וַ/יֹּ֕אמֶר מֵ/אַחַ֥ד שִׁבְטֵֽי יִשְׂרָאֵ֖ל עַבְדֶּֽ/ךָ־־־־־־־־׃
STATEN

Ook maakte zich Absalom des morgens vroeg op, en stond aan de zijde van den weg der poort. En het geschiedde, dat Absalom allen man, die een geschil had, om tot den koning ten gerichte te komen, tot zich riep, en zeide: Uit welke stad zijt gij? Als hij dan zeide: Uw knecht is uit een der stammen Israëls;

3
וַ/יֹּ֤אמֶר אֵלָי/ו֙ אַבְשָׁל֔וֹם רְאֵ֥ה דְבָרֶ֖/ךָ טוֹבִ֣ים וּ/נְכֹחִ֑ים וְ/שֹׁמֵ֥עַ אֵין לְ/ךָ֖ מֵ/אֵ֥ת הַ/מֶּֽלֶךְ־׃
STATEN

Zo zeide Absalom tot hem: Zie, uw zaken zijn goed en recht; maar gij hebt geen verhoorder van des konings wege.

4
וַ/יֹּ֨אמֶר֙ אַבְשָׁל֔וֹם מִי יְשִׂמֵ֥/נִי שֹׁפֵ֖ט בָּ/אָ֑רֶץ וְ/עָלַ֗/י יָב֥וֹא כָּל אִ֛ישׁ אֲשֶֽׁר יִהְיֶה לּ/וֹ רִ֥יב וּ/מִשְׁפָּ֖ט וְ/הִצְדַּקְתִּֽי/ו־־־־־׃
STATEN

Voorts zeide Absalom: Och, dat men mij ten rechter stelde in het land! Dat alle man tot mij kwame, die een geschil of rechtzaak heeft, dat ik hem recht sprake.

5
וְ/הָיָה֙ בִּ/קְרָב אִ֔ישׁ לְ/הִשְׁתַּחֲוֺ֖ת ל֑/וֹ וְ/שָׁלַ֧ח אֶת יָד֛/וֹ וְ/הֶחֱזִ֥יק ל֖/וֹ וְ/נָ֥שַׁק לֽ/וֹ־־׃
STATEN

Het geschiedde ook, als iemand naderde, om zich voor hem te buigen, zo reikte hij zijn hand uit, en greep hem, en kuste hem.

6
וַ/יַּ֨עַשׂ אַבְשָׁל֜וֹם כַּ/דָּבָ֤ר הַ/זֶּה֙ לְ/כָל יִשְׂרָאֵ֔ל אֲשֶׁר יָבֹ֥אוּ לַ/מִּשְׁפָּ֖ט אֶל הַ/מֶּ֑לֶךְ וַ/יְגַנֵּב֙ אַבְשָׁל֔וֹם אֶת לֵ֖ב אַנְשֵׁ֥י יִשְׂרָאֵֽל־־־־׃פ
STATEN

En naar die wijze deed Absalom aan gans Israël, die tot den koning ten gerichte kwamen. Alzo stal Absalom het hart der mannen van Israël.

7
וַ/יְהִ֕י מִ/קֵּ֖ץ אַרְבָּעִ֣ים שָׁנָ֑ה וַ/יֹּ֤אמֶר אַבְשָׁלוֹם֙ אֶל הַ/מֶּ֔לֶךְ אֵ֣לֲכָה נָּ֗א וַ/אֲשַׁלֵּ֛ם אֶת נִדְרִ֛/י אֲשֶׁר נָדַ֥רְתִּי לַֽ/יהוָ֖ה בְּ/חֶבְרֽוֹן־־־׃
STATEN

Ten einde nu van veertig jaren is het geschied, dat Absalom tot den koning zeide: Laat mij toch heengaan, en mijn gelofte, die ik den HEERE beloofd heb, te Hebron betalen.

8
כִּי נֵ֨דֶר֙ נָדַ֣ר עַבְדְּ/ךָ֔ בְּ/שִׁבְתִּ֥/י בִ/גְשׁ֛וּר בַּ/אֲרָ֖ם לֵ/אמֹ֑ר אִם ישיב יְשִׁיבֵ֤/נִי יְהוָה֙ יְר֣וּשָׁלִַ֔ם וְ/עָבַדְתִּ֖י אֶת יְהוָֽה־־־׃ יָשׁ֨וֹב
STATEN

Want uw knecht heeft een gelofte beloofd, als ik te Gesur in Syrië woonde, zeggende: Indien de HEERE mij zekerlijk weder te Jeruzalem zal brengen, zo zal ik den HEERE dienen.

9
וַ/יֹּֽאמֶר ל֥/וֹ הַ/מֶּ֖לֶךְ לֵ֣ךְ בְּ/שָׁל֑וֹם וַ/יָּ֖קָם וַ/יֵּ֥לֶךְ חֶבְרֽוֹנָ/ה־׃פ
STATEN

Toen zeide de koning tot hem: Ga in vrede. Alzo maakte hij zich op, en ging naar Hebron.

10
וַ/יִּשְׁלַ֤ח אַבְשָׁלוֹם֙ מְרַגְּלִ֔ים בְּ/כָל שִׁבְטֵ֥י יִשְׂרָאֵ֖ל לֵ/אמֹ֑ר כְּ/שָׁמְעֲ/כֶם֙ אֶת ק֣וֹל הַ/שֹּׁפָ֔ר וַ/אֲמַרְתֶּ֕ם מָלַ֥ךְ אַבְשָׁל֖וֹם בְּ/חֶבְרֽוֹן־־׃
STATEN

Absalom nu had verspieders uitgezonden in alle stammen van Israël, om te zeggen: Als gij het geluid der bazuin zult horen, zo zult gij zeggen: Absalom is koning te Hebron.

11
וְ/אֶת אַבְשָׁל֗וֹם הָלְכ֞וּ מָאתַ֤יִם אִישׁ֙ מִ/יר֣וּשָׁלִַ֔ם קְרֻאִ֖ים וְ/הֹלְכִ֣ים לְ/תֻמָּ֑/ם וְ/לֹ֥א יָדְע֖וּ כָּל דָּבָֽר־־׃
STATEN

En er gingen met Absalom van Jeruzalem tweehonderd mannen, genodigd zijnde, doch gaande in hun eenvoudigheid, want zij wisten van geen zaak.

12
וַ/יִּשְׁלַ֣ח אַ֠בְשָׁלוֹם אֶת אֲחִיתֹ֨פֶל הַ/גִּֽילֹנִ֜י יוֹעֵ֣ץ דָּוִ֗ד מֵֽ/עִיר/וֹ֙ מִ/גִּלֹ֔ה בְּ/זָבְח֖/וֹ אֶת הַ/זְּבָחִ֑ים וַ/יְהִ֤י הַ/קֶּ֨שֶׁר֙ אַמִּ֔ץ וְ/הָ/עָ֛ם הוֹלֵ֥ךְ וָ/רָ֖ב אֶת אַבְשָׁלֽוֹם־־־׃
STATEN

Absalom zond ook om Achitófel, den Giloniet, Davids raad, uit zijn stad, uit Gilo te halen, als hij offeranden offerde. En de verbintenis werd sterk, en het volk kwam toe en vermeerderde bij Absalom.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Samuël 15

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Samuël 15 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →