Ga naar inhoud
NEVIIM

2 Samuël 17

שְׁמוּאֵל ב
Hoofdstukken (24)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יֹּ֥אמֶר אֲחִיתֹ֖פֶל אֶל אַבְשָׁלֹ֑ם אֶבְחֲרָ֣ה נָּ֗א שְׁנֵים עָשָׂ֥ר אֶ֨לֶף֙ אִ֔ישׁ וְ/אָק֛וּמָה וְ/אֶרְדְּפָ֥ה אַחֲרֵי דָוִ֖ד הַ/לָּֽיְלָה־־־׃
STATEN

Voorts zeide Achitófel tot Absalom: Laat mij nu twaalf duizend mannen uitlezen, dat ik mij opmake en David dezen nacht achterna jage.

2
וְ/אָב֣וֹא עָלָ֗י/ו וְ/ה֤וּא יָגֵ֨עַ֙ וּ/רְפֵ֣ה יָדַ֔יִם וְ/הַֽחֲרַדְתִּ֣י אֹת֔/וֹ וְ/נָ֖ס כָּל הָ/עָ֣ם אֲשֶׁר אִתּ֑/וֹ וְ/הִכֵּיתִ֥י אֶת הַ/מֶּ֖לֶךְ לְ/בַדּֽ/וֹ־־־׃
STATEN

Zo zal ik over hem komen, daar hij moede en slap van handen is, en zal hem verschrikken, en al het volk, dat met hem is, zal vluchten; dan zal ik den koning alleen slaan.

3
וְ/אָשִׁ֥יבָה כָל הָ/עָ֖ם אֵלֶ֑י/ךָ כְּ/שׁ֣וּב הַ/כֹּ֔ל הָ/אִישׁ֙ אֲשֶׁ֣ר אַתָּ֣ה מְבַקֵּ֔שׁ כָּל הָ/עָ֖ם יִהְיֶ֥ה שָׁלֽוֹם־־׃
STATEN

En ik zal al het volk tot u doen wederkeren; de man, dien gij zoekt, is gelijk het wederkeren van allen; zo zal al het volk in vrede zijn.

4
וַ/יִּישַׁ֥ר הַ/דָּבָ֖ר בְּ/עֵינֵ֣י אַבְשָׁלֹ֑ם וּ/בְ/עֵינֵ֖י כָּל זִקְנֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־׃ס
STATEN

Dit woord nu was recht in Absaloms ogen, en in de ogen van alle oudsten Israëls.

5
וַ/יֹּ֨אמֶר֙ אַבְשָׁל֔וֹם קְרָ֣א נָ֔א גַּ֖ם לְ/חוּשַׁ֣י הָ/אַרְכִּ֑י וְ/נִשְׁמְעָ֥ה מַה בְּ/פִ֖י/ו גַּם הֽוּא־־׃
STATEN

Doch Absalom zeide: Roep toch ook Husai, den Archiet, en laat ons horen, wat hij ook zegt.

6
וַ/יָּבֹ֣א חוּשַׁי֮ אֶל אַבְשָׁלוֹם֒ וַ/יֹּאמֶר֩ אַבְשָׁל֨וֹם אֵלָ֜י/ו לֵ/אמֹ֗ר כַּ/דָּבָ֤ר הַ/זֶּה֙ דִּבֶּ֣ר אֲחִיתֹ֔פֶל הֲ/נַעֲשֶׂ֖ה אֶת דְּבָר֑/וֹ אִם אַ֖יִן אַתָּ֥ה דַבֵּֽר־־־׃ס
STATEN

En als Husai tot Absalom inkwam, zo sprak Absalom tot hem, zeggende: Aldus heeft Achitófel gesproken; zullen wij zijn woord doen? Zo niet, spreek gij.

7
וַ/יֹּ֥אמֶר חוּשַׁ֖י אֶל אַבְשָׁל֑וֹם לֹֽא טוֹבָ֧ה הָ/עֵצָ֛ה אֲשֶׁר יָעַ֥ץ אֲחִיתֹ֖פֶל בַּ/פַּ֥עַם הַ/זֹּֽאת־־־׃
STATEN

Toen zeide Husai tot Absalom: De raad, dien Achitófel op ditmaal geraden heeft, is niet goed.

8
וַ/יֹּ֣אמֶר חוּשַׁ֗י אַתָּ֣ה יָ֠דַעְתָּ אֶת אָבִ֨י/ךָ וְ/אֶת אֲנָשָׁ֜י/ו כִּ֧י גִבֹּרִ֣ים הֵ֗מָּה וּ/מָרֵ֥י נֶ֨פֶשׁ֙ הֵ֔מָּה כְּ/דֹ֥ב שַׁכּ֖וּל בַּ/שָּׂדֶ֑ה וְ/אָבִ֨י/ךָ֙ אִ֣ישׁ מִלְחָמָ֔ה וְ/לֹ֥א יָלִ֖ין אֶת הָ/עָֽם־־־׃
STATEN

Wijders zeide Husai: Gij kent uw vader en zijn mannen, dat zij helden zijn, dat zij bitter van gemoed zijn, als een beer, die van de jongen beroofd is in het veld; daartoe is uw vader een krijgsman, en zal niet vernachten met het volk.

9
הִנֵּ֨ה עַתָּ֤ה הֽוּא נֶחְבָּא֙ בְּ/אַחַ֣ת הַ/פְּחָתִ֔ים א֖וֹ בְּ/אַחַ֣ד הַ/מְּקוֹמֹ֑ת וְ/הָיָ֗ה כִּ/נְפֹ֤ל בָּ/הֶם֙ בַּ/תְּחִלָּ֔ה וְ/שָׁמַ֤ע הַ/שֹּׁמֵ֨עַ֙ וְ/אָמַ֔ר הָֽיְתָה֙ מַגֵּפָ֔ה בָּ/עָ֕ם אֲשֶׁ֖ר אַחֲרֵ֥י אַבְשָׁלֹֽם־׃
STATEN

Zie, nu heeft hij zich verstoken in een der holen, of in een der plaatsen. En het zal geschieden, als er in het eerst sommigen onder hen vallen, dat een ieder, die het zal horen, alsdan zal zeggen: Er is een slag geschied onder het volk, dat Absalom navolgt.

10
וְ/ה֣וּא גַם בֶּן חַ֗יִל אֲשֶׁ֥ר לִבּ֛/וֹ כְּ/לֵ֥ב הָ/אַרְיֵ֖ה הִמֵּ֣ס יִמָּ֑ס כִּֽי יֹדֵ֤עַ כָּל יִשְׂרָאֵל֙ כִּי גִבּ֣וֹר אָבִ֔י/ךָ וּ/בְנֵי חַ֖יִל אֲשֶׁ֥ר אִתּֽ/וֹ־־־־־־׃
STATEN

Zo zou hij, die ook een dapper man is, wiens hart is als een leeuwenhart, te enen male smelten; want gans Israël weet, dat uw vader een held is, en het dappere mannen zijn, die met hem zijn.

11
כִּ֣י יָעַ֗צְתִּי הֵ֠אָסֹף יֵאָסֵ֨ף עָלֶ֤י/ךָ כָל יִשְׂרָאֵל֙ מִ/דָּן֙ וְ/עַד בְּאֵ֣ר שֶׁ֔בַע כַּ/ח֥וֹל אֲשֶׁר עַל הַ/יָּ֖ם לָ/רֹ֑ב וּ/פָנֶ֥י/ךָ הֹלְכִ֖ים בַּ/קְרָֽב־־־־׃
STATEN

Maar ik rade, dat in alle haast tot u verzameld worde gans Israël, van Dan tot Ber-séba toe, als zand, dat aan de zee is, in menigte; en dat uw persoon medega in den strijd.

12
וּ/בָ֣אנוּ אֵלָ֗י/ו ב/אחת הַ/מְּקוֹמֹת֙ אֲשֶׁ֣ר נִמְצָ֣א שָׁ֔ם וְ/נַ֣חְנוּ עָלָ֔י/ו כַּ/אֲשֶׁ֛ר יִפֹּ֥ל הַ/טַּ֖ל עַל הָ/אֲדָמָ֑ה וְ/לֹֽא נ֥וֹתַר בּ֛/וֹ וּ/בְ/כָל הָ/אֲנָשִׁ֥ים אֲשֶׁר אִתּ֖/וֹ גַּם אֶחָֽד בְּ/אַחַ֤ד־־־־־׃
STATEN

Dan zullen wij tot hem komen, in een der plaatsen, waar hij gevonden wordt, en hem gemakkelijk overvallen, gelijk als de dauw op den aardbodem valt; en er zal van hem, en van al de mannen, die met hem zijn, ook niet een worden overgelaten.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Samuël 17

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Samuël 17 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →