Ga naar inhoud
NEVIIM

2 Samuël 5

שְׁמוּאֵל ב
Hoofdstukken (24)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יָּבֹ֜אוּ כָּל שִׁבְטֵ֧י יִשְׂרָאֵ֛ל אֶל דָּוִ֖ד חֶבְר֑וֹנָ/ה וַ/יֹּאמְר֣וּ לֵ/אמֹ֔ר הִנְ/נ֛וּ עַצְמְ/ךָ֥ וּֽ/בְשָׂרְ/ךָ֖ אֲנָֽחְנוּ־־׃
STATEN

Toen kwamen alle stammen van Israël tot David te Hebron; en zij spraken, zeggende: Zie, wij, uw gebeente en uw vlees zijn wij.

2
גַּם אֶתְמ֣וֹל גַּם שִׁלְשׁ֗וֹם בִּ/הְי֨וֹת שָׁא֥וּל מֶ֨לֶךְ֙ עָלֵ֔י/נוּ אַתָּ֗ה הייתה מוציא ו/ה/מבי אֶת יִשְׂרָאֵ֑ל וַ/יֹּ֨אמֶר יְהוָ֜ה לְ/ךָ֗ אַתָּ֨ה תִרְעֶ֤ה אֶת עַמִּ/י֙ אֶת יִשְׂרָאֵ֔ל וְ/אַתָּ֛ה תִּהְיֶ֥ה לְ/נָגִ֖יד עַל יִשְׂרָאֵֽל־־־־־־׃ הָיִ֛יתָ הַ/מּוֹצִ֥יא וְ/הַ/מֵּבִ֖יא
STATEN

Daartoe ook te voren, toen Saul koning over ons was, waart gij Israël uitvoerende en inbrengende; ook heeft de HEERE tot u gezegd: Gij zult Mijn volk Israël weiden, en gij zult tot een voorganger zijn over Israël.

3
וַ֠/יָּבֹאוּ כָּל זִקְנֵ֨י יִשְׂרָאֵ֤ל אֶל הַ/מֶּ֨לֶךְ֙ חֶבְר֔וֹנָ/ה וַ/יִּכְרֹ֣ת לָ/הֶם֩ הַ/מֶּ֨לֶךְ דָּוִ֥ד בְּרִ֛ית בְּ/חֶבְר֖וֹן לִ/פְנֵ֣י יְהוָ֑ה וַ/יִּמְשְׁח֧וּ אֶת דָּוִ֛ד לְ/מֶ֖לֶךְ עַל יִשְׂרָאֵֽל־־־־׃פ
STATEN

Alzo kwamen alle oudsten van Israël tot den koning te Hebron; en de koning David maakte een verbond met hen te Hebron, voor het aangezicht des HEEREN; en zij zalfden David tot koning over Israël.

4
בֶּן שְׁלֹשִׁ֥ים שָׁנָ֛ה דָּוִ֖ד בְּ/מָלְכ֑/וֹ אַרְבָּעִ֥ים שָׁנָ֖ה מָלָֽךְ־׃
STATEN

Dertig jaar was David oud, als hij koning werd; veertig jaren heeft hij geregeerd.

5
בְּ/חֶבְרוֹן֙ מָלַ֣ךְ עַל יְהוּדָ֔ה שֶׁ֥בַע שָׁנִ֖ים וְ/שִׁשָּׁ֣ה חֳדָשִׁ֑ים וּ/בִ/ירוּשָׁלִַ֣ם מָלַ֗ךְ שְׁלֹשִׁ֤ים וְ/שָׁלֹשׁ֙ שָׁנָ֔ה עַ֥ל כָּל יִשְׂרָאֵ֖ל וִ/יהוּדָֽה־־׃
STATEN

Te Hebron regeerde hij over Juda zeven jaren en zes maanden; en te Jeruzalem regeerde hij drie en dertig jaren over gans Israël en Juda.

6
וַ/יֵּ֨לֶךְ הַ/מֶּ֤לֶךְ וַֽ/אֲנָשָׁי/ו֙ יְר֣וּשָׁלִַ֔ם אֶל הַ/יְבֻסִ֖י יוֹשֵׁ֣ב הָ/אָ֑רֶץ וַ/יֹּ֨אמֶר לְ/דָוִ֤ד לֵ/אמֹר֙ לֹא תָב֣וֹא הֵ֔נָּה כִּ֣י אִם הֱסִֽירְ/ךָ֗ הַ/עִוְרִ֤ים וְ/הַ/פִּסְחִים֙ לֵ/אמֹ֔ר לֹֽא יָב֥וֹא דָוִ֖ד הֵֽנָּה־־־־׃
STATEN

En de koning toog met zijn mannen naar Jeruzalem, tegen de Jebusieten, die in dat land woonden. En zij spraken tot David, zeggende: Gij zult hier niet inkomen, maar de blinden en kreupelen zullen u afdrijven; dat is te zeggen: David zal hier niet inkomen.

7
וַ/יִּלְכֹּ֣ד דָּוִ֔ד אֵ֖ת מְצֻדַ֣ת צִיּ֑וֹן הִ֖יא עִ֥יר דָּוִֽד׃
STATEN

Maar David nam den burg Sion in; dezelve is de stad Davids.

8
וַ/יֹּ֨אמֶר דָּוִ֜ד בַּ/יּ֣וֹם הַ/ה֗וּא כָּל מַכֵּ֤ה יְבֻסִי֙ וְ/יִגַּ֣ע בַּ/צִּנּ֔וֹר וְ/אֶת הַ/פִּסְחִים֙ וְ/אֶת הַ֣/עִוְרִ֔ים שנאו נֶ֣פֶשׁ דָּוִ֑ד עַל כֵּן֙ יֹֽאמְר֔וּ עִוֵּ֣ר וּ/פִסֵּ֔חַ לֹ֥א יָב֖וֹא אֶל הַ/בָּֽיִת־־־־־׃ שְׂנֻאֵ֖י
STATEN

Want David zeide ten zelfden dage: Al wie de Jebusieten slaat, en geraakt aan die watergoot, en die kreupelen, en die blinden, die van Davids ziel gehaat zijn, die zal tot een hoofd en tot een overste zijn; daarom zegt men: Een blinde en kreupele zal in het huis niet komen.

9
וַ/יֵּ֤שֶׁב דָּוִד֙ בַּ/מְּצֻדָ֔ה וַ/יִּקְרָא לָ֖/הּ עִ֣יר דָּוִ֑ד וַ/יִּ֤בֶן דָּוִד֙ סָבִ֔יב מִן הַ/מִּלּ֖וֹא וָ/בָֽיְתָ/ה־־׃
STATEN

Alzo woonde David in den burg en noemde dien Davids stad. En David bouwde rondom van Millo af en binnenwaarts.

10
וַ/יֵּ֥לֶךְ דָּוִ֖ד הָל֣וֹךְ וְ/גָד֑וֹל וַ/יהוָ֛ה אֱלֹהֵ֥י צְבָא֖וֹת עִמּֽ/וֹ׃פ
STATEN

David nu ging geduriglijk voort, en werd groot; want de HEERE, de God der heirscharen, was met hem.

11
וַ֠/יִּשְׁלַח חִירָ֨ם מֶֽלֶךְ צֹ֥ר מַלְאָכִים֮ אֶל דָּוִד֒ וַ/עֲצֵ֣י אֲרָזִ֔ים וְ/חָרָשֵׁ֣י עֵ֔ץ וְ/חָֽרָשֵׁ֖י אֶ֣בֶן קִ֑יר וַ/יִּבְנֽוּ בַ֖יִת לְ/דָוִֽד־־־׃
STATEN

En Hiram, de koning van Tyrus, zond boden tot David, en cederenhout, en timmerlieden, en metselaars; en zij bouwden David een huis.

12
וַ/יֵּ֣דַע דָּוִ֔ד כִּֽי הֱכִינ֧/וֹ יְהוָ֛ה לְ/מֶ֖לֶךְ עַל יִשְׂרָאֵ֑ל וְ/כִי֙ נִשֵּׂ֣א מַמְלַכְתּ֔/וֹ בַּ/עֲב֖וּר עַמּ֥/וֹ יִשְׂרָאֵֽל־־׃ס
STATEN

En David merkte, dat de HEERE hem tot een koning over Israël bevestigd had, en dat Hij zijn koninkrijk verheven had, om Zijns volks Israëls wil.

Op De Naamdragers

Blogs over 2 Samuël 5

Nog geen artikelen die specifiek naar 2 Samuël 5 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →