Het Woord · 1 Kronieken 12 KETUVIM
1 Kronieken 12 דִּבְרֵי הַיָּמִים א
Hoofdstukken (29)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i STATEN i KJV i VULGATE i LUTHER i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i YLT i JPS1917 i
וְ/אֵ֗לֶּה הַ/בָּאִ֤ים אֶל דָּוִיד֙ לְ/צִ֣יקְלַ֔ג ע֣וֹד עָצ֔וּר מִ/פְּנֵ֖י שָׁא֣וּל בֶּן קִ֑ישׁ וְ/הֵ֨מָּה֙ בַּ/גִּבּוֹרִ֔ים עֹזְרֵ֖י הַ/מִּלְחָמָֽה־־׃
STATEN
Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
נֹ֣שְׁקֵי קֶ֗שֶׁת מַיְמִינִ֤ים וּ/מַשְׂמִאלִים֙ בָּֽ/אֲבָנִ֔ים וּ/בַ/חִצִּ֖ים בַּ/קָּ֑שֶׁת מֵ/אֲחֵ֥י שָׁא֖וּל מִ/בִּנְיָמִֽן׃
STATEN
Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
הָ/רֹ֨אשׁ אֲחִיעֶ֜זֶר וְ/יוֹאָ֗שׁ בְּנֵי֙ הַ/שְּׁמָעָ֣ה הַ/גִּבְעָתִ֔י ו/יזואל וָ/פֶ֖לֶט בְּנֵ֣י עַזְמָ֑וֶת וּ/בְרָכָ֕ה וְ/יֵה֖וּא הָ/עֲנְּתֹתִֽי וִ/יזִיאֵ֥ל׃
STATEN
Het hoofd was Ahiëzer, en Joas, zonen van Semáä, den Gibeathiet; daarna Jeziël en Pelet, zonen van Azmáveth, en Berácha, en Jehu, de Anathothiet.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/יִֽשְׁמַֽעְיָ֧ה הַ/גִּבְעוֹנִ֛י גִּבּ֥וֹר בַּ/שְּׁלֹשִׁ֖ים וְ/עַל הַ/שְּׁלֹשִֽׁים־׃
STATEN
En Jísmaja, de Gíbeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jírmeja, en Jaháziël, en Jóhanan, en Józabad, de Géderathiet;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/יִרְמְיָ֤ה וְ/יַחֲזִיאֵל֙ וְ/י֣וֹחָנָ֔ן וְ/יוֹזָבָ֖ד הַ/גְּדֵרָתִֽי׃
STATEN
Elúzai, en Jerimoth, en Beálja, en Semárja, en Sefátja, de Harufiet;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
הַ/חֲרוּפִֽי אֶלְעוּזַ֤י וִ/ירִימוֹת֙ וּ/בְעַלְיָ֣ה וּ/שְׁמַרְיָ֔הוּ וּ/שְׁפַטְיָ֖הוּ ה/חריפי׃
STATEN
Elkana, en Jissía, en Azáreël, en Joëzer, en Jasóbam, de Korahieten;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אֶלְקָנָ֡ה וְ֠/יִשִּׁיָּהוּ וַ/עֲזַרְאֵ֧ל וְ/יוֹעֶ֛זֶר וְ/יָשָׁבְעָ֖ם הַ/קָּרְחִֽים׃
STATEN
En Joëla en Zebadja, de zonen van Jeróham, van Gedor.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/יוֹעֵאלָ֧ה וּ/זְבַדְיָ֛ה בְּנֵ֥י יְרֹחָ֖ם מִן הַ/גְּדֽוֹר־׃
STATEN
Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeën op de bergen in snelheid.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/מִן הַ/גָּדִ֡י נִבְדְּל֣וּ אֶל דָּוִיד֩ לַ/מְצַ֨ד מִדְבָּ֜רָ/ה גִּבֹּרֵ֣י הַ/חַ֗יִל אַנְשֵׁ֤י צָבָא֙ לַ/מִּלְחָמָ֔ה עֹרְכֵ֥י צִנָּ֖ה וָ/רֹ֑מַח וּ/פְנֵ֤י אַרְיֵה֙ פְּנֵי/הֶ֔ם וְ/כִ/צְבָאיִ֥ם עַל הֶ/הָרִ֖ים לְ/מַהֵֽר־־־׃ס
STATEN
Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Elíab de derde;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
עֵ֖זֶר הָ/רֹ֑אשׁ עֹבַדְיָה֙ הַ/שֵּׁנִ֔י אֱלִיאָ֖ב הַ/שְּׁלִשִֽׁי׃
STATEN
Mismánna de vierde; Jirméja de vijfde;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מִשְׁמַנָּה֙ הָ/רְבִיעִ֔י יִרְמְיָ֖ה הַ/חֲמִשִֽׁי׃
STATEN
Attai de zesde; Elíël de zevende;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
עַתַּי֙ הַ/שִּׁשִּׁ֔י אֱלִיאֵ֖ל הַ/שְּׁבִעִֽי׃
STATEN
Jóhanan de achtste; Elzábad de negende;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 11 ← → navigeer Hoofdstuk 13 →