Ga naar inhoud
KETUVIM

1 Kronieken 17

דִּבְרֵי הַיָּמִים א
Hoofdstukken (29)← → toetsen
1234567891011121314151617181920212223242526272829
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֕י כַּ/אֲשֶׁ֛ר יָשַׁ֥ב דָּוִ֖יד בְּ/בֵית֑/וֹ וַ/יֹּ֨אמֶר דָּוִ֜יד אֶל נָתָ֣ן הַ/נָּבִ֗יא הִנֵּ֨ה אָנֹכִ֤י יוֹשֵׁב֙ בְּ/בֵ֣ית הָֽ/אֲרָזִ֔ים וַ/אֲר֥וֹן בְּרִית יְהוָ֖ה תַּ֥חַת יְרִיעֽוֹת־־׃
STATEN

Het geschiedde nu, als David in zijn huis woonde, dat David tot Nathan, den profeet, zeide: Zie, ik woon in een cederen huis, maar de ark des verbonds des HEEREN onder gordijnen.

2
וַ/יֹּ֤אמֶר נָתָן֙ אֶל דָּוִ֔יד כֹּ֛ל אֲשֶׁ֥ר בִּֽ/לְבָבְ/ךָ֖ עֲשֵׂ֑ה כִּ֥י הָ/אֱלֹהִ֖ים עִמָּֽ/ךְ־׃ס
STATEN

Toen zeide Nathan tot David: Doe alles, wat in uw hart is, want God is met u.

3
וַֽ/יְהִ֖י בַּ/לַּ֣יְלָה הַ/ה֑וּא וַ/יְהִי֙ דְּבַר אֱלֹהִ֔ים אֶל נָתָ֖ן לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

Maar het geschiedde in denzelven nacht, dat het woord Gods tot Nathan kwam, zeggende:

4
לֵ֤ךְ וְ/אָמַרְתָּ֙ אֶל דָּוִ֣יד עַבְדִּ֔/י כֹּ֖ה אָמַ֣ר יְהוָ֑ה לֹ֥א אַתָּ֛ה תִּבְנֶה לִּ֥/י הַ/בַּ֖יִת לָ/שָֽׁבֶת־־׃
STATEN

Ga heen en zeg tot David, Mijn knecht: Alzo zegt de HEERE: Gij zult Mij geen huis bouwen, om in te wonen.

5
כִּ֣י לֹ֤א יָשַׁ֨בְתִּי֙ בְּ/בַ֔יִת מִן הַ/יּ֗וֹם אֲשֶׁ֤ר הֶעֱלֵ֨יתִי֙ אֶת יִשְׂרָאֵ֔ל עַ֖ד הַ/יּ֣וֹם הַ/זֶּ֑ה וָֽ/אֶהְיֶ֛ה מֵ/אֹ֥הֶל אֶל אֹ֖הֶל וּ/מִ/מִּשְׁכָּֽן־־־׃
STATEN

Want Ik heb in geen huis gewoond van dien dag af, dat Ik Israël heb opgevoerd tot dezen dag toe; maar Ik ben gegaan van tent tot tent, en van tabernakel tot tabernakel.

6
בְּ/כֹ֥ל אֲשֶֽׁר הִתְהַלַּכְתִּי֮ בְּ/כָל יִשְׂרָאֵל֒ הֲ/דָבָ֣ר דִּבַּ֗רְתִּי אֶת אַחַד֙ שֹׁפְטֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל אֲשֶׁ֥ר צִוִּ֛יתִי לִ/רְע֥וֹת אֶת עַמִּ֖/י לֵ/אמֹ֑ר לָ֛/מָּה לֹא בְנִיתֶ֥ם לִ֖/י בֵּ֥ית אֲרָזִֽים־־־־־׃
STATEN

Overal, waar Ik gewandeld heb met geheel Israël, heb Ik wel een woord gesproken tot een van de richters van Israël, denwelken Ik gebood Mijn volk te weiden, zeggende: Waarom bouwt gijlieden Mij geen cederen huis?

7
וְ֠/עַתָּה כֹּֽה תֹאמַ֞ר לְ/עַבְדִּ֣/י לְ/דָוִ֗יד כֹּ֤ה אָמַר֙ יְהוָ֣ה צְבָא֔וֹת אֲנִ֤י לְקַחְתִּ֨י/ךָ֙ מִן הַ/נָּוֶ֔ה מִֽן אַחֲרֵ֖י הַ/צֹּ֑אן לִ/הְי֣וֹת נָגִ֔יד עַ֖ל עַמִּ֥/י יִשְׂרָאֵֽל־ס־־׃
STATEN

Nu dan, alzo zult gij zeggen tot Mijn knecht, tot David: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb u van de schaapskooi genomen, van achter de schapen, opdat gij een voorganger over Mijn volk Israël zoudt zijn;

8
וָֽ/אֶהְיֶ֣ה עִמְּ/ךָ֗ בְּ/כֹל֙ אֲשֶׁ֣ר הָלַ֔כְתָּ וָ/אַכְרִ֥ית אֶת כָּל אוֹיְבֶ֖י/ךָ מִ/פָּנֶ֑י/ךָ וְ/עָשִׂ֤יתִֽי לְ/ךָ֙ שֵׁ֔ם כְּ/שֵׁ֥ם הַ/גְּדוֹלִ֖ים אֲשֶׁ֥ר בָּ/אָֽרֶץ־־׃
STATEN

En Ik ben met u geweest overal, waar gij heengegaan zijt, en Ik heb al uw vijanden uitgeroeid van voor uw aangezicht; en Ik heb u een naam gemaakt, gelijk de naam is der groten, die op de aarde zijn.

9
וְ/שַׂמְתִּ֣י מָ֠קוֹם לְ/עַמִּ֨/י יִשְׂרָאֵ֤ל וּ/נְטַעְתִּ֨י/הוּ֙ וְ/שָׁכַ֣ן תַּחְתָּ֔י/ו וְ/לֹ֥א יִרְגַּ֖ז ע֑וֹד וְ/לֹא יוֹסִ֤יפוּ בְנֵי עַוְלָה֙ לְ/בַלֹּת֔/וֹ כַּ/אֲשֶׁ֖ר בָּ/רִאשׁוֹנָֽה־־׃
STATEN

En Ik heb voor Mijn volk Israël een plaats besteld, en hem geplant, dat hij aan zijn plaats wone, en niet meer heen en weder gedreven worde; en de kinderen der verkeerdheid zullen hem niet meer krenken, gelijk als in het eerst.

10
וּ/לְ/מִ/יָּמִ֗ים אֲשֶׁ֨ר צִוִּ֤יתִי שֹֽׁפְטִים֙ עַל עַמִּ֣/י יִשְׂרָאֵ֔ל וְ/הִכְנַ֖עְתִּי אֶת כָּל אוֹיְבֶ֑י/ךָ וָ/אַגִּ֣ד לָ֔/ךְ וּ/בַ֖יִת יִֽבְנֶה לְּ/ךָ֥ יְהוָֽה־־־־׃
STATEN

En van die dagen af, dat Ik geboden heb richters te wezen over Mijn volk Israël; en heb al uw vijanden vernederd; ook heb Ik u te kennen gegeven, dat u de HEERE een huis bouwen zal.

11
וְ/הָיָ֗ה כִּֽי מָלְא֤וּ יָמֶ֨י/ךָ֙ לָ/לֶ֣כֶת עִם אֲבֹתֶ֔י/ךָ וַ/הֲקִֽימוֹתִ֤י אֶֽת זַרְעֲ/ךָ֙ אַחֲרֶ֔י/ךָ אֲשֶׁ֥ר יִהְיֶ֖ה מִ/בָּנֶ֑י/ךָ וַ/הֲכִינוֹתִ֖י אֶת מַלְכוּתֽ/וֹ־־־־׃
STATEN

En het zal geschieden, als uw dagen zullen vervuld zijn, dat gij heengaat tot uw vaderen, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, hetwelk uit uw zonen zijn zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.

12
ה֥וּא יִבְנֶה לִּ֖/י בָּ֑יִת וְ/כֹנַנְתִּ֥י אֶת כִּסְא֖/וֹ עַד עוֹלָֽם־־־׃
STATEN

Die zal Mij een huis bouwen, en Ik zal zijn stoel bevestigen tot in der eeuwigheid.

Op De Naamdragers

Blogs over 1 Kronieken 17

Nog geen artikelen die specifiek naar 1 Kronieken 17 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →