Ga naar inhoud
KETUVIM

1 Kronieken 7

דִּבְרֵי הַיָּמִים א
Hoofdstukken (29)← → toetsen
1234567891011121314151617181920212223242526272829
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/לִ/בְנֵ֣י יִשָׂשכָ֗ר תּוֹלָ֧ע וּ/פוּאָ֛ה ישיב וְ/שִׁמְר֖וֹן אַרְבָּעָֽה יָשׁ֥וּב׃ס
STATEN

De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier.

2
וּ/בְנֵ֣י תוֹלָ֗ע עֻזִּ֡י וּ/רְפָיָ֡ה וִֽ֠/ירִיאֵל וְ/יַחְמַ֨י וְ/יִבְשָׂ֜ם וּ/שְׁמוּאֵ֗ל רָאשִׁ֤ים לְ/בֵית אֲבוֹתָ/ם֙ לְ/תוֹלָ֔ע גִּבּ֥וֹרֵי חַ֖יִל לְ/תֹלְדוֹתָ֑/ם מִסְפָּרָ/ם֙ בִּ/ימֵ֣י דָוִ֔יד עֶשְׂרִֽים וּ/שְׁנַ֥יִם אֶ֖לֶף וְ/שֵׁ֥שׁ מֵאֽוֹת־־׃ס
STATEN

De kinderen van Thola nu waren Uzzi, en Refája, en Jeriël, en Jachmai, en Jibsam, en Samuël; hoofden van de huizen hunner vaderen, van Thola, kloeke helden in hun geslachten; hun getal was in de dagen van David twee en twintig duizend en zeshonderd.

3
וּ/בְנֵ֥י עֻזִּ֖י יִֽזְרַֽחְיָ֑ה וּ/בְנֵ֣י יִֽזְרַֽחְיָ֗ה מִֽיכָאֵ֡ל וְ֠/עֹבַדְיָה וְ/יוֹאֵ֧ל יִשִּׁיָּ֛ה חֲמִשָּׁ֖ה רָאשִׁ֥ים כֻּלָּֽ/ם׃
STATEN

En de kinderen van Uzzi waren Jizráhja; en de kinderen van Jizráhja waren Michaël, en Obadja, en Joël, en Jisía; deze vijf waren al te zamen hoofden.

4
וַ/עֲלֵי/הֶ֨ם לְ/תֹלְדוֹתָ֜/ם לְ/בֵ֣ית אֲבוֹתָ֗/ם גְּדוּדֵי֙ צְבָ֣א מִלְחָמָ֔ה שְׁלֹשִׁ֥ים וְ/שִׁשָּׁ֖ה אָ֑לֶף כִּֽי הִרְבּ֥וּ נָשִׁ֖ים וּ/בָנִֽים־׃
STATEN

En met hen naar hun geslachten, naar hun vaderlijke huizen, waren de hopen des krijgsheirs zes en dertig duizend; want zij hadden vele vrouwen en kinderen.

5
וַ/אֲחֵי/הֶ֗ם לְ/כֹל֙ מִשְׁפְּח֣וֹת יִשָׂשכָ֔ר גִּבּוֹרֵ֖י חֲיָלִ֑ים שְׁמוֹנִ֤ים וְ/שִׁבְעָה֙ אֶ֔לֶף הִתְיַחְשָׂ֖/ם לַ/כֹּֽל׃פ
STATEN

En hun broeders, in alle huisgezinnen van Issaschar, kloeke helden, waren zeven en tachtig duizend, al dezelve in geslachtsregisters gesteld zijnde.

6
בִּנְיָמִ֗ן בֶּ֧לַע וָ/בֶ֛כֶר וִ/ידִֽיעֲאֵ֖ל שְׁלֹשָֽׁה׃
STATEN

De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jedíaël; drie.

7
וּ/בְנֵ֣י בֶ֗לַע אֶצְבּ֡וֹן וְ/עֻזִּ֡י וְ֠/עֻזִּיאֵל וִ/ירִימ֨וֹת וְ/עִירִ֜י חֲמִשָּׁ֗ה רָאשֵׁי֙ בֵּ֣ית אָב֔וֹת גִּבּוֹרֵ֖י חֲיָלִ֑ים וְ/הִתְיַחְשָׂ֗/ם עֶשְׂרִ֤ים וּ/שְׁנַ֨יִם֙ אֶ֔לֶף וּ/שְׁלֹשִׁ֖ים וְ/אַרְבָּעָֽה׃ס
STATEN

En de kinderen van Bela waren Ezbon, en Uzzi, en Uzzíël, en Jerimôth, en Iri; vijf hoofden in de huizen der vaderen, kloeke helden; die, in geslachtsregisters gesteld zijnde, waren twee en twintig duizend en vier en dertig.

8
וּ/בְנֵ֣י בֶ֗כֶר זְמִירָ֡ה וְ/יוֹעָ֡שׁ וֶ֠/אֱלִיעֶזֶר וְ/אֶלְיוֹעֵינַ֤י וְ/עָמְרִי֙ וִ/ירֵמ֣וֹת וַ/אֲבִיָּ֔ה וַ/עֲנָת֖וֹת וְ/עָלָ֑מֶת כָּל אֵ֖לֶּה בְּנֵי בָֽכֶר־־׃
STATEN

De kinderen van Becher nu waren Zemíra, en Joas, en Eliëzer, en Eljoënai, en Omri, en Jerémoth, en Abíja, en Anáthoth, en Alémeth; deze allen waren kinderen van Becher.

9
וְ/הִתְיַחְשָׂ֣/ם לְ/תֹלְדוֹתָ֗/ם רָאשֵׁי֙ בֵּ֣ית אֲבוֹתָ֔/ם גִּבּוֹרֵ֖י חָ֑יִל עֶשְׂרִ֥ים אֶ֖לֶף וּ/מָאתָֽיִם׃ס
STATEN

Dezen nu in geslachtsregisters gesteld zijnde, naar hun geslachten, hoofden der huizen hunner vaderen, kloeke helden, waren twintig duizend en tweehonderd.

10
וּ/בְנֵ֥י יְדִיעֲאֵ֖ל בִּלְהָ֑ן וּ/בְנֵ֣י בִלְהָ֗ן יעיש וּ֠/בִנְיָמִן וְ/אֵה֤וּד וּֽ/כְנַעֲנָה֙ וְ/זֵיתָ֔ן וְ/תַרְשִׁ֖ישׁ וַ/אֲחִישָֽׁחַר יְע֡וּשׁ׃
STATEN

De kinderen van Jedíaël nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeüs en Benjamin, en Ehud, en Chenáäna, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

11
כָּל אֵ֜לֶּה בְּנֵ֤י יְדִֽיעֲאֵל֙ לְ/רָאשֵׁ֣י הָ/אָב֔וֹת גִּבּוֹרֵ֖י חֲיָלִ֑ים שִׁבְעָֽה עָשָׂ֥ר אֶ֨לֶף֙ וּ/מָאתַ֔יִם יֹצְאֵ֥י צָבָ֖א לַ/מִּלְחָמָֽה־־׃
STATEN

Alle dezen waren kinderen van Jedíaël, tot hoofden der vaderen, kloeke helden, zeventien duizend en tweehonderd, uitgaande in het heir ten strijde.

12
וְ/שֻׁפִּ֤ם וְ/חֻפִּם֙ בְּנֵ֣י עִ֔יר חֻשִׁ֖ם בְּנֵ֥י אַחֵֽר׃
STATEN

Daartoe Suppim en Huppim waren kinderen van Ir, en Husim, kinderen van Aher.

Op De Naamdragers

Blogs over 1 Kronieken 7

Nog geen artikelen die specifiek naar 1 Kronieken 7 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →