Het Woord · 1 Kronieken 4 KETUVIM
1 Kronieken 4 דִּבְרֵי הַיָּמִים א
Hoofdstukken (29)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i STATEN i KJV i VULGATE i LUTHER i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i YLT i JPS1917 i
בְּנֵ֖י יְהוּדָ֑ה פֶּ֧רֶץ חֶצְר֛וֹן וְ/כַרְמִ֖י וְ/ח֥וּר וְ/שׁוֹבָֽל׃
STATEN
De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/רְאָיָ֤ה בֶן שׁוֹבָל֙ הוֹלִ֣יד אֶת יַ֔חַת וְ/יַ֣חַת הֹלִ֔יד אֶת אֲחוּמַ֖י וְ/אֶת לָ֑הַד אֵ֖לֶּה מִשְׁפְּח֥וֹת הַ/צָּֽרְעָתִֽי־־־־׃ס
STATEN
En Reája, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahúmai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/אֵ֨לֶּה֙ אֲבִ֣י עֵיטָ֔ם יִזְרְעֶ֥אל וְ/יִשְׁמָ֖א וְ/יִדְבָּ֑שׁ וְ/שֵׁ֥ם אֲחוֹתָ֖/ם הַצְלֶלְפּֽוֹנִי׃
STATEN
En dezen zijn van den vader Etam: Jizreël, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelpóni.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/פְנוּאֵל֙ אֲבִ֣י גְדֹ֔ר וְ/עֵ֖זֶר אֲבִ֣י חוּשָׁ֑ה אֵ֤לֶּה בְנֵי חוּר֙ בְּכ֣וֹר אֶפְרָ֔תָה אֲבִ֖י בֵּ֥ית לָֽחֶם־׃
STATEN
En Pnuël was de vader van Gedor, en Ezer de vader van Husah. Dit zijn de kinderen van Hur, den eerstgeborene van Efratha, den vader van Bethlehem.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/לְ/אַשְׁחוּר֙ אֲבִ֣י תְק֔וֹעַ הָי֖וּ שְׁתֵּ֣י נָשִׁ֑ים חֶלְאָ֖ה וְ/נַעֲרָֽה׃
STATEN
Asschur nu, de vader van Thekóa, had twee vrouwen, Hela en Náära.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/תֵּ֨לֶד ל֤/וֹ נַעֲרָה֙ אֶת אֲחֻזָּ֣ם וְ/אֶת חֵ֔פֶר וְ/אֶת תֵּימְנִ֖י וְ/אֶת הָ/אֲחַשְׁתָּרִ֑י אֵ֖לֶּה בְּנֵ֥י נַעֲרָֽה־־־־׃
STATEN
En Náära baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Témeni, en Haähástari. Dit zijn de kinderen van Náära.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/בְנֵ֖י חֶלְאָ֑ה צֶ֥רֶת יצחר וְ/אֶתְנָֽן וְ/צֹ֖חַר׃
STATEN
En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezóhar, en Ethnan.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/ק֣וֹץ הוֹלִ֔יד אֶת עָנ֖וּב וְ/אֶת הַ/צֹּבֵבָ֑ה וּ/מִשְׁפְּח֥וֹת אֲחַרְחֵ֖ל בֶּן הָרֽוּם־־־׃
STATEN
En Koz gewon Anub en Hazobéba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יְהִ֣י יַעְבֵּ֔ץ נִכְבָּ֖ד מֵ/אֶחָ֑י/ו וְ/אִמּ֗/וֹ קָרְאָ֨ה שְׁמ֤/וֹ יַעְבֵּץ֙ לֵ/אמֹ֔ר כִּ֥י יָלַ֖דְתִּי בְּ/עֹֽצֶב׃
STATEN
Jabez nu was heerlijker dan zijn broeders; en zijn moeder had zijn naam Jabez genoemd, zeggende: Want ik heb hem met smarten gebaard.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּקְרָ֣א יַ֠עְבֵּץ לֵ/אלֹהֵ֨י יִשְׂרָאֵ֜ל לֵ/אמֹ֗ר אִם בָּרֵ֨ךְ תְּבָרֲכֵ֜/נִי וְ/הִרְבִּ֤יתָ אֶת גְּבוּלִ/י֙ וְ/הָיְתָ֤ה יָדְ/ךָ֙ עִמִּ֔/י וְ/עָשִׂ֥יתָ מֵּ/רָעָ֖ה לְ/בִלְתִּ֣י עָצְבִּ֑/י וַ/יָּבֵ֥א אֱלֹהִ֖ים אֵ֥ת אֲשֶׁר שָׁאָֽל־־־׃
STATEN
Want Jabez riep den God Israëls aan, zeggende: Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte! En God liet komen, wat hij begeerde.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/כְל֥וּב אֲחִֽי שׁוּחָ֖ה הוֹלִ֣יד אֶת מְחִ֑יר ה֖וּא אֲבִ֥י אֶשְׁתּֽוֹן־־׃
STATEN
En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/אֶשְׁתּ֗וֹן הוֹלִ֞יד אֶת בֵּ֤ית רָפָא֙ וְ/אֶת פָּסֵ֔חַ וְ/אֶת תְּחִנָּ֖ה אֲבִ֣י עִ֣יר נָחָ֑שׁ אֵ֖לֶּה אַנְשֵׁ֥י רֵכָֽה־־־׃ס
STATEN
Eston nu gewon Beth-rafa, en Paséa, en Tehinna, den vader van Ir-nahas; dit zijn de mannen van Recha.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 3 ← → navigeer Hoofdstuk 5 →