Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 1

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֨ר יְהוָ֧ה אֶל מֹשֶׁ֛ה בְּ/מִדְבַּ֥ר סִינַ֖י בְּ/אֹ֣הֶל מוֹעֵ֑ד בְּ/אֶחָד֩ לַ/חֹ֨דֶשׁ הַ/שֵּׁנִ֜י בַּ/שָּׁנָ֣ה הַ/שֵּׁנִ֗ית לְ/צֵאתָ֛/ם מֵ/אֶ֥רֶץ מִצְרַ֖יִם לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Voorts sprak de HEERE tot Mozes, in de woestijn van Sinaï, in de tent der samenkomst, op den eersten der tweede maand, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, zeggende:

2
שְׂא֗וּ אֶת רֹאשׁ֙ כָּל עֲדַ֣ת בְּנֵֽי יִשְׂרָאֵ֔ל לְ/מִשְׁפְּחֹתָ֖/ם לְ/בֵ֣ית אֲבֹתָ֑/ם בְּ/מִסְפַּ֣ר שֵׁמ֔וֹת כָּל זָכָ֖ר לְ/גֻלְגְּלֹתָֽ/ם־־־־׃
STATEN

Neem op de som van de gehele vergadering der kinderen Israëls, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van al wat mannelijk is, hoofd voor hoofd.

3
מִ/בֶּ֨ן עֶשְׂרִ֤ים שָׁנָה֙ וָ/מַ֔עְלָ/ה כָּל יֹצֵ֥א צָבָ֖א בְּ/יִשְׂרָאֵ֑ל תִּפְקְד֥וּ אֹתָ֛/ם לְ/צִבְאֹתָ֖/ם אַתָּ֥ה וְ/אַהֲרֹֽן־׃
STATEN

Van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire in Israël uittrekken; die zult gij tellen naar hun heiren, gij en Aäron.

4
וְ/אִתְּ/כֶ֣ם יִהְי֔וּ אִ֥ישׁ אִ֖ישׁ לַ/מַּטֶּ֑ה אִ֛ישׁ רֹ֥אשׁ לְ/בֵית אֲבֹתָ֖י/ו הֽוּא־׃
STATEN

En met ulieden zullen zijn van elken stam een man, die een hoofdman is over het huis zijner vaderen.

5
וְ/אֵ֨לֶּה֙ שְׁמ֣וֹת הָֽ/אֲנָשִׁ֔ים אֲשֶׁ֥ר יַֽעַמְד֖וּ אִתְּ/כֶ֑ם לִ/רְאוּבֵ֕ן אֱלִיצ֖וּר בֶּן שְׁדֵיאֽוּר־׃
STATEN

Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedéür.

6
לְ/שִׁמְע֕וֹן שְׁלֻמִיאֵ֖ל בֶּן צוּרִֽישַׁדָּֽי־׃
STATEN

Van Simeon, Selûmiël, de zoon van Zurísaddai.

7
לִֽ/יהוּדָ֕ה נַחְשׁ֖וֹן בֶּן עַמִּינָדָֽב־׃
STATEN

Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminádab.

8
לְ/יִ֨שָּׂשכָ֔ר נְתַנְאֵ֖ל בֶּן צוּעָֽר־׃
STATEN

Van Issaschar, Netháneël, de zoon van Zuar.

9
לִ/זְבוּלֻ֕ן אֱלִיאָ֖ב בֶּן חֵלֹֽן־׃
STATEN

Van Zebulon, Elíab, de zoon van Helon.

10
לִ/בְנֵ֣י יוֹסֵ֔ף לְ/אֶפְרַ֕יִם אֱלִישָׁמָ֖ע בֶּן עַמִּיה֑וּד לִ/מְנַשֶּׁ֕ה גַּמְלִיאֵ֖ל בֶּן פְּדָהצֽוּר־־׃
STATEN

Van de kinderen van Jozef: van Efraïm, Elisáma, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamáliël, de zoon van Pedázur.

11
לְ/בִ֨נְיָמִ֔ן אֲבִידָ֖ן בֶּן גִּדְעֹנִֽי־׃
STATEN

Van Benjamin, Abídan, de zoon van Gideóni.

12
לְ/דָ֕ן אֲחִיעֶ֖זֶר בֶּן עַמִּֽישַׁדָּֽי־׃
STATEN

Van Dan, Ahiézer, de zoon van Ammísaddai.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 1

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 1 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →