Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 4

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֣ר יְהוָ֔ה אֶל מֹשֶׁ֥ה וְ/אֶֽל אַהֲרֹ֖ן לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:

2
נָשֹׂ֗א אֶת רֹאשׁ֙ בְּנֵ֣י קְהָ֔ת מִ/תּ֖וֹךְ בְּנֵ֣י לֵוִ֑י לְ/מִשְׁפְּחֹתָ֖/ם לְ/בֵ֥ית אֲבֹתָֽ/ם־׃
STATEN

Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.

3
מִ/בֶּ֨ן שְׁלֹשִׁ֤ים שָׁנָה֙ וָ/מַ֔עְלָ/ה וְ/עַ֖ד בֶּן חֲמִשִּׁ֣ים שָׁנָ֑ה כָּל בָּא֙ לַ/צָּבָ֔א לַ/עֲשׂ֥וֹת מְלָאכָ֖ה בְּ/אֹ֥הֶל מוֹעֵֽד־־׃
STATEN

Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.

4
זֹ֛את עֲבֹדַ֥ת בְּנֵי קְהָ֖ת בְּ/אֹ֣הֶל מוֹעֵ֑ד קֹ֖דֶשׁ הַ/קֳּדָשִֽׁים־׃
STATEN

Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.

5
וּ/בָ֨א אַהֲרֹ֤ן וּ/בָנָי/ו֙ בִּ/נְסֹ֣עַ הַֽ/מַּחֲנֶ֔ה וְ/הוֹרִ֕דוּ אֵ֖ת פָּרֹ֣כֶת הַ/מָּסָ֑ךְ וְ/כִ֨סּוּ בָ֔/הּ אֵ֖ת אֲרֹ֥ן הָ/עֵדֻֽת־׃
STATEN

In het optrekken des legers, zo zullen Aäron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken.

6
וְ/נָתְנ֣וּ עָלָ֗י/ו כְּסוּי֙ ע֣וֹר תַּ֔חַשׁ וּ/פָרְשׂ֧וּ בֶֽגֶד כְּלִ֛יל תְּכֵ֖לֶת מִ/לְ/מָ֑עְלָ/ה וְ/שָׂמ֖וּ בַּדָּֽי/ו־׃
STATEN

En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.

7
וְ/עַ֣ל שֻׁלְחַ֣ן הַ/פָּנִ֗ים יִפְרְשׂוּ֮ בֶּ֣גֶד תְּכֵלֶת֒ וְ/נָתְנ֣וּ עָ֠לָי/ו אֶת הַ/קְּעָרֹ֤ת וְ/אֶת הַ/כַּפֹּת֙ וְ/אֶת הַ/מְּנַקִּיֹּ֔ת וְ/אֵ֖ת קְשׂ֣וֹת הַ/נָּ֑סֶךְ וְ/לֶ֥חֶם הַ/תָּמִ֖יד עָלָ֥י/ו יִהְיֶֽה׀־־־׃
STATEN

Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.

8
וּ/פָרְשׂ֣וּ עֲלֵי/הֶ֗ם בֶּ֚גֶד תּוֹלַ֣עַת שָׁנִ֔י וְ/כִסּ֣וּ אֹת֔/וֹ בְּ/מִכְסֵ֖ה ע֣וֹר תָּ֑חַשׁ וְ/שָׂמ֖וּ אֶת בַּדָּֽי/ו־׃
STATEN

Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.

9
וְ/לָקְח֣וּ בֶּ֣גֶד תְּכֵ֗לֶת וְ/כִסּ֞וּ אֶת מְנֹרַ֤ת הַ/מָּאוֹר֙ וְ/אֶת נֵ֣רֹתֶ֔י/הָ וְ/אֶת מַלְקָחֶ֖י/הָ וְ/אֶת מַחְתֹּתֶ֑י/הָ וְ/אֵת֙ כָּל כְּלֵ֣י שַׁמְנָ֔/הּ אֲשֶׁ֥ר יְשָׁרְתוּ לָ֖/הּ בָּ/הֶֽם׀־־־־־־׃
STATEN

Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen.

10
וְ/נָתְנ֤וּ אֹתָ/הּ֙ וְ/אֶת כָּל כֵּלֶ֔י/הָ אֶל מִכְסֵ֖ה ע֣וֹר תָּ֑חַשׁ וְ/נָתְנ֖וּ עַל הַ/מּֽוֹט־־־־׃
STATEN

Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.

11
וְ/עַ֣ל מִזְבַּ֣ח הַ/זָּהָ֗ב יִפְרְשׂוּ֙ בֶּ֣גֶד תְּכֵ֔לֶת וְ/כִסּ֣וּ אֹת֔/וֹ בְּ/מִכְסֵ֖ה ע֣וֹר תָּ֑חַשׁ וְ/שָׂמ֖וּ אֶת בַּדָּֽי/ו׀־׃
STATEN

En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.

12
וְ/לָקְחוּ֩ אֶת כָּל כְּלֵ֨י הַ/שָּׁרֵ֜ת אֲשֶׁ֧ר יְשָֽׁרְתוּ בָ֣/ם בַּ/קֹּ֗דֶשׁ וְ/נָֽתְנוּ֙ אֶל בֶּ֣גֶד תְּכֵ֔לֶת וְ/כִסּ֣וּ אוֹתָ֔/ם בְּ/מִכְסֵ֖ה ע֣וֹר תָּ֑חַשׁ וְ/נָתְנ֖וּ עַל הַ/מּֽוֹט־־־־־׃
STATEN

Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 4

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 4 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →