Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 3

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/אֵ֛לֶּה תּוֹלְדֹ֥ת אַהֲרֹ֖ן וּ/מֹשֶׁ֑ה בְּ/י֗וֹם דִּבֶּ֧ר יְהוָ֛ה אֶת מֹשֶׁ֖ה בְּ/הַ֥ר סִינָֽי־׃
STATEN

Dit nu zijn de geboorten van Aäron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinaï.

2
וְ/אֵ֛לֶּה שְׁמ֥וֹת בְּֽנֵי אַהֲרֹ֖ן הַ/בְּכ֣וֹר נָדָ֑ב וַ/אֲבִיה֕וּא אֶלְעָזָ֖ר וְ/אִיתָמָֽר־׀׃
STATEN

En dit zijn de namen der zonen van Aäron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abíhu, Eleázar, en Ithamar.

3
אֵ֗לֶּה שְׁמוֹת֙ בְּנֵ֣י אַהֲרֹ֔ן הַ/כֹּהֲנִ֖ים הַ/מְּשֻׁחִ֑ים אֲשֶׁר מִלֵּ֥א יָדָ֖/ם לְ/כַהֵֽן־׃
STATEN

Dit zijn de namen der zonen van Aäron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.

4
וַ/יָּ֣מָת נָדָ֣ב וַ/אֲבִיה֣וּא לִ/פְנֵ֣י יְהוָ֡ה בְּֽ/הַקְרִבָ/ם֩ אֵ֨שׁ זָרָ֜ה לִ/פְנֵ֤י יְהוָה֙ בְּ/מִדְבַּ֣ר סִינַ֔י וּ/בָנִ֖ים לֹא הָי֣וּ לָ/הֶ֑ם וַ/יְכַהֵ֤ן אֶלְעָזָר֙ וְ/אִ֣יתָמָ֔ר עַל פְּנֵ֖י אַהֲרֹ֥ן אֲבִי/הֶֽם־־׃פ
STATEN

Maar Nadab en Abíhu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinaï brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleázar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aäron.

5
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

6
הַקְרֵב֙ אֶת מַטֵּ֣ה לֵוִ֔י וְֽ/הַעֲמַדְתָּ֣ אֹת֔/וֹ לִ/פְנֵ֖י אַהֲרֹ֣ן הַ/כֹּהֵ֑ן וְ/שֵׁרְת֖וּ אֹתֽ/וֹ־׃
STATEN

Doe den stam Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aäron, opdat zij hem dienen;

7
וְ/שָׁמְר֣וּ אֶת מִשְׁמַרְתּ֗/וֹ וְ/אֶת מִשְׁמֶ֨רֶת֙ כָּל הָ֣/עֵדָ֔ה לִ/פְנֵ֖י אֹ֣הֶל מוֹעֵ֑ד לַ/עֲבֹ֖ד אֶת עֲבֹדַ֥ת הַ/מִּשְׁכָּֽן־־־־׃
STATEN

En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;

8
וְ/שָׁמְר֗וּ אֶֽת כָּל כְּלֵי֙ אֹ֣הֶל מוֹעֵ֔ד וְ/אֶת מִשְׁמֶ֖רֶת בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל לַ/עֲבֹ֖ד אֶת עֲבֹדַ֥ת הַ/מִּשְׁכָּֽן־־־־׃
STATEN

En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israëls waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.

9
וְ/נָתַתָּה֙ אֶת הַ/לְוִיִּ֔ם לְ/אַהֲרֹ֖ן וּ/לְ/בָנָ֑י/ו נְתוּנִ֨ם נְתוּנִ֥ם הֵ֨מָּה֙ ל֔/וֹ מֵ/אֵ֖ת בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־׃
STATEN

Gij zult dan, aan Aäron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israëls.

10
וְ/אֶת אַהֲרֹ֤ן וְ/אֶת בָּנָי/ו֙ תִּפְקֹ֔ד וְ/שָׁמְר֖וּ אֶת כְּהֻנָּתָ֑/ם וְ/הַ/זָּ֥ר הַ/קָּרֵ֖ב יוּמָֽת־־־׃פ
STATEN

Maar Aäron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.

11
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

12
וַ/אֲנִ֞י הִנֵּ֧ה לָקַ֣חְתִּי אֶת הַ/לְוִיִּ֗ם מִ/תּוֹךְ֙ בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל תַּ֧חַת כָּל בְּכ֛וֹר פֶּ֥טֶר רֶ֖חֶם מִ/בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל וְ/הָ֥יוּ לִ֖/י הַ/לְוִיִּֽם־־׃
STATEN

En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israëls genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israëls; en de Levieten zullen Mijne zijn.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 3

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 3 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →