Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 30

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יֹּ֥אמֶר מֹשֶׁ֖ה אֶל בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל כְּ/כֹ֛ל אֲשֶׁר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אֶת מֹשֶֽׁה־־־׃פ
STATEN

En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israëls, zeggende: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft:

2
וַ/יְדַבֵּ֤ר מֹשֶׁה֙ אֶל רָאשֵׁ֣י הַ/מַּטּ֔וֹת לִ/בְנֵ֥י יִשְׂרָאֵ֖ל לֵ/אמֹ֑ר זֶ֣ה הַ/דָּבָ֔ר אֲשֶׁ֖ר צִוָּ֥ה יְהוָֽה־׃
STATEN

Wanneer een man den HEERE een gelofte zal beloofd, of een eed zal gezworen hebben, zijn ziel met een verbintenis verbindende, zijn woord zal hij niet ontheiligen; naar alles, wat uit zijn mond gegaan is, zal hij doen.

3
אִישׁ֩ כִּֽי יִדֹּ֨ר נֶ֜דֶר לַֽ/יהוָ֗ה אֽוֹ הִשָּׁ֤בַע שְׁבֻעָה֙ לֶ/אְסֹ֤ר אִסָּר֙ עַל נַפְשׁ֔/וֹ לֹ֥א יַחֵ֖ל דְּבָר֑/וֹ כְּ/כָל הַ/יֹּצֵ֥א מִ/פִּ֖י/ו יַעֲשֶֽׂה־־־־׃
STATEN

Maar als een vrouw den HEERE een gelofte zal beloofd hebben, en zich met een verbintenis in het huis haars vaders in haar jonkheid zal verbonden hebben;

4
וְ/אִשָּׁ֕ה כִּֽי תִדֹּ֥ר נֶ֖דֶר לַ/יהוָ֑ה וְ/אָסְרָ֥ה אִסָּ֛ר בְּ/בֵ֥ית אָבִ֖י/הָ בִּ/נְעֻרֶֽי/הָ־׃
STATEN

En haar vader haar gelofte, en haar verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal horen, en haar vader tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen al haar geloften bestaan, en alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.

5
וְ/שָׁמַ֨ע אָבִ֜י/הָ אֶת נִדְרָ֗/הּ וֶֽ/אֱסָרָ/הּ֙ אֲשֶׁ֣ר אָֽסְרָ֣ה עַל נַפְשָׁ֔/הּ וְ/הֶחֱרִ֥ישׁ לָ֖/הּ אָבִ֑י/הָ וְ/קָ֨מוּ֙ כָּל נְדָרֶ֔י/הָ וְ/כָל אִסָּ֛ר אֲשֶׁר אָסְרָ֥ה עַל נַפְשָׁ֖/הּ יָקֽוּם־־־־־־׃
STATEN

Maar indien haar vader dat zal breken, den dage als hij het hoort, al haar geloften, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen niet bestaan; maar de HEERE zal het haar vergeven; want haar vader heeft ze haar doen breken.

6
וְ/אִם הֵנִ֨יא אָבִ֣י/הָ אֹתָ/הּ֮ בְּ/י֣וֹם שָׁמְע/וֹ֒ כָּל נְדָרֶ֗י/הָ וֶֽ/אֱסָרֶ֛י/הָ אֲשֶׁר אָסְרָ֥ה עַל נַפְשָׁ֖/הּ לֹ֣א יָק֑וּם וַֽ/יהוָה֙ יִֽסְלַח לָ֔/הּ כִּי הֵנִ֥יא אָבִ֖י/הָ אֹתָֽ/הּ־־־־־־׃
STATEN

Doch indien zij immers een man heeft, en haar geloften op haar zijn, of de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft;

7
וְ/אִם הָי֤וֹ תִֽהְיֶה֙ לְ/אִ֔ישׁ וּ/נְדָרֶ֖י/הָ עָלֶ֑י/הָ א֚וֹ מִבְטָ֣א שְׂפָתֶ֔י/הָ אֲשֶׁ֥ר אָסְרָ֖ה עַל נַפְשָֽׁ/הּ־־׃
STATEN

En haar man dat zal horen, en ten dage als hij het hoort, tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen haar geloften bestaan, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen bestaan.

8
וְ/שָׁמַ֥ע אִישָׁ֛/הּ בְּ/י֥וֹם שָׁמְע֖/וֹ וְ/הֶחֱרִ֣ישׁ לָ֑/הּ וְ/קָ֣מוּ נְדָרֶ֗י/הָ וֶֽ/אֱסָרֶ֛/הָ אֲשֶׁר אָסְרָ֥ה עַל נַפְשָׁ֖/הּ יָקֻֽמוּ־־׃
STATEN

Maar indien haar man ten dage, als hij het hoorde, dat zal breken, en haar gelofte, die op haar was, zal te niet maken, mitsgaders de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zo zal het de HEERE haar vergeven.

9
וְ֠/אִם בְּ/י֨וֹם שְׁמֹ֣עַ אִישָׁ/הּ֮ יָנִ֣יא אוֹתָ/הּ֒ וְ/הֵפֵ֗ר אֶת נִדְרָ/הּ֙ אֲשֶׁ֣ר עָלֶ֔י/הָ וְ/אֵת֙ מִבְטָ֣א שְׂפָתֶ֔י/הָ אֲשֶׁ֥ר אָסְרָ֖ה עַל נַפְשָׁ֑/הּ וַ/יהוָ֖ה יִֽסְלַֽח לָֽ/הּ־־־׃
STATEN

Aangaande de gelofte ener weduwe, of ener verstotene: alles, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal over haar bestaan.

10
וְ/נֵ֥דֶר אַלְמָנָ֖ה וּ/גְרוּשָׁ֑ה כֹּ֛ל אֲשֶׁר אָסְרָ֥ה עַל נַפְשָׁ֖/הּ יָק֥וּם עָלֶֽי/הָ־־׃
STATEN

Maar indien zij ten huize haars mans gelofte gedaan heeft, of met een eed door verbintenis haar ziel verbonden heeft;

11
וְ/אִם בֵּ֥ית אִישָׁ֖/הּ נָדָ֑רָה אֽוֹ אָסְרָ֥ה אִסָּ֛ר עַל נַפְשָׁ֖/הּ בִּ/שְׁבֻעָֽה־־־׃
STATEN

En haar man dat gehoord, en tegen haar stil zal gezwegen hebben, dat niet brekende; zo zullen al haar geloften bestaan, mitsgaders alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.

12
וְ/שָׁמַ֤ע אִישָׁ/הּ֙ וְ/הֶחֱרִ֣שׁ לָ֔/הּ לֹ֥א הֵנִ֖יא אֹתָ֑/הּ וְ/קָ֨מוּ֙ כָּל נְדָרֶ֔י/הָ וְ/כָל אִסָּ֛ר אֲשֶׁר אָסְרָ֥ה עַל נַפְשָׁ֖/הּ יָקֽוּם־־־־׃
STATEN

Maar indien haar man die dingen ganselijk te niet maakt, ten dage als hij het hoort, niets van al wat uit haar lippen gegaan is, van haar gelofte, en van de verbintenis harer ziel, zal bestaan; haar man heeft ze te niet gemaakt, en de HEERE zal het haar vergeven.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 30

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 30 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →