Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 2

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֣ר יְהוָ֔ה אֶל מֹשֶׁ֥ה וְ/אֶֽל אַהֲרֹ֖ן לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:

2
אִ֣ישׁ עַל דִּגְל֤/וֹ בְ/אֹתֹת֙ לְ/בֵ֣ית אֲבֹתָ֔/ם יַחֲנ֖וּ בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל מִ/נֶּ֕גֶד סָבִ֥יב לְ/אֹֽהֶל מוֹעֵ֖ד יַחֲנֽוּ־־׃
STATEN

De kinderen Israëls zullen zich legeren, een ieder onder zijn banier, naar de tekenen van het huis hunner vaderen; rondom tegenover de tent der samenkomst zullen zij zich legeren.

3
וְ/הַ/חֹנִים֙ קֵ֣דְמָ/ה מִזְרָ֔חָ/ה דֶּ֛גֶל מַחֲנֵ֥ה יְהוּדָ֖ה לְ/צִבְאֹתָ֑/ם וְ/נָשִׂיא֙ לִ/בְנֵ֣י יְהוּדָ֔ה נַחְשׁ֖וֹן בֶּן עַמִּינָדָֽב־׃
STATEN

Die zich nu legeren zullen oostwaarts tegen den opgang, zal zijn de banier des legers van Juda, naar hun heiren; en Nahesson, de zoon van Amminádab, zal de overste der zonen van Juda zijn.

4
וּ/צְבָא֖/וֹ וּ/פְקֻדֵי/הֶ֑ם אַרְבָּעָ֧ה וְ/שִׁבְעִ֛ים אֶ֖לֶף וְ/שֵׁ֥שׁ מֵאֽוֹת׃
STATEN

Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en zeventig duizend en zeshonderd.

5
וְ/הַ/חֹנִ֥ים עָלָ֖י/ו מַטֵּ֣ה יִשָּׂשכָ֑ר וְ/נָשִׂיא֙ לִ/בְנֵ֣י יִשָּׂשכָ֔ר נְתַנְאֵ֖ל בֶּן צוּעָֽר־׃
STATEN

En nevens hem zal zich legeren de stam van Issaschar; en Netháneël, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

6
וּ/צְבָא֖/וֹ וּ/פְקֻדָ֑י/ו אַרְבָּעָ֧ה וַ/חֲמִשִּׁ֛ים אֶ֖לֶף וְ/אַרְבַּ֥ע מֵאֽוֹת׃ס
STATEN

Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

7
מַטֵּ֖ה זְבוּלֻ֑ן וְ/נָשִׂיא֙ לִ/בְנֵ֣י זְבוּלֻ֔ן אֱלִיאָ֖ב בֶּן חֵלֹֽן־׃
STATEN

Daartoe de stam van Zebulon; en Elíab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

8
וּ/צְבָא֖/וֹ וּ/פְקֻדָ֑י/ו שִׁבְעָ֧ה וַ/חֲמִשִּׁ֛ים אֶ֖לֶף וְ/אַרְבַּ֥ע מֵאֽוֹת׃
STATEN

Zijn heir nu, en zijn getelden waren zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

9
כָּֽל הַ/פְּקֻדִ֞ים לְ/מַחֲנֵ֣ה יְהוּדָ֗ה מְאַ֨ת אֶ֜לֶף וּ/שְׁמֹנִ֥ים אֶ֛לֶף וְ/שֵֽׁשֶׁת אֲלָפִ֥ים וְ/אַרְבַּע מֵא֖וֹת לְ/צִבְאֹתָ֑/ם רִאשֹׁנָ֖ה יִסָּֽעוּ־־־׃ס
STATEN

Al de getelden des legers van Juda waren honderd zes en tachtig duizend en vierhonderd, naar hun heiren. Zij zullen vooraan optrekken.

10
דֶּ֣גֶל מַחֲנֵ֧ה רְאוּבֵ֛ן תֵּימָ֖נָ/ה לְ/צִבְאֹתָ֑/ם וְ/נָשִׂיא֙ לִ/בְנֵ֣י רְאוּבֵ֔ן אֱלִיצ֖וּר בֶּן שְׁדֵיאֽוּר־׃
STATEN

De banier des legers van Ruben, naar hun heiren, zal tegen het zuiden zijn; en Elízur, de zoon van Sedéür, zal de overste der zonen van Ruben zijn.

11
וּ/צְבָא֖/וֹ וּ/פְקֻדָ֑י/ו שִׁשָּׁ֧ה וְ/אַרְבָּעִ֛ים אֶ֖לֶף וַ/חֲמֵ֥שׁ מֵאֽוֹת׃
STATEN

Zijn heir nu, en zijn getelden waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

12
וְ/הַ/חוֹנִ֥ם עָלָ֖י/ו מַטֵּ֣ה שִׁמְע֑וֹן וְ/נָשִׂיא֙ לִ/בְנֵ֣י שִׁמְע֔וֹן שְׁלֻמִיאֵ֖ל בֶּן צוּרִֽי שַׁדָּֽי־־׃
STATEN

En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selûmiël, de zoon van Zurísaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 2

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 2 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →