Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 6

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

2
דַּבֵּר֙ אֶל בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל וְ/אָמַרְתָּ֖ אֲלֵ/הֶ֑ם אִ֣ישׁ אֽוֹ אִשָּׁ֗ה כִּ֤י יַפְלִא֙ לִ/נְדֹּר֙ נֶ֣דֶר נָזִ֔יר לְ/הַזִּ֖יר לַֽ/יהוָֽה־־׃
STATEN

Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Wanneer een man of een vrouw zich afgescheiden zal hebben, belovende de gelofte eens nazireeërs, om zich den HEERE af te zonderen;

3
מִ/יַּ֤יִן וְ/שֵׁכָר֙ יַזִּ֔יר חֹ֥מֶץ יַ֛יִן וְ/חֹ֥מֶץ שֵׁכָ֖ר לֹ֣א יִשְׁתֶּ֑ה וְ/כָל מִשְׁרַ֤ת עֲנָבִים֙ לֹ֣א יִשְׁתֶּ֔ה וַ/עֲנָבִ֛ים לַחִ֥ים וִ/יבֵשִׁ֖ים לֹ֥א יֹאכֵֽל־׃
STATEN

Van wijn en sterken drank zal hij zich afzonderen; wijnedik, en edik van sterken drank zal hij niet drinken, noch enige vochtigheid van druiven zal hij drinken, noch verse of gedroogde druiven eten.

4
כֹּ֖ל יְמֵ֣י נִזְר֑/וֹ מִ/כֹּל֩ אֲשֶׁ֨ר יֵעָשֶׂ֜ה מִ/גֶּ֣פֶן הַ/יַּ֗יִן מֵ/חַרְצַנִּ֛ים וְ/עַד זָ֖ג לֹ֥א יֹאכֵֽל־׃
STATEN

Al de dagen van zijn nazireeërschap zal hij niet eten van iets, dat van den wijnstok des wijns gemaakt is, van de kernen af tot de basten toe.

5
כָּל יְמֵי֙ נֶ֣דֶר נִזְר֔/וֹ תַּ֖עַר לֹא יַעֲבֹ֣ר עַל רֹאשׁ֑/וֹ עַד מְלֹ֨את הַ/יָּמִ֜ם אֲשֶׁר יַזִּ֤יר לַ/יהוָה֙ קָדֹ֣שׁ יִהְיֶ֔ה גַּדֵּ֥ל פֶּ֖רַע שְׂעַ֥ר רֹאשֽׁ/וֹ־־־־־׃
STATEN

Al de dagen der gelofte van zijn nazireeërschap zal het scheermes over zijn hoofd niet gaan; totdat die dagen vervuld zullen zijn, die hij zich den HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij heilig zijn, latende de lokken van het haar zijns hoofds wassen.

6
כָּל יְמֵ֥י הַזִּיר֖/וֹ לַ/יהוָ֑ה עַל נֶ֥פֶשׁ מֵ֖ת לֹ֥א יָבֹֽא־־׃
STATEN

Al de dagen, die hij zich den HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij tot het lichaam eens doden niet gaan.

7
לְ/אָבִ֣י/ו וּ/לְ/אִמּ֗/וֹ לְ/אָחִי/ו֙ וּ/לְ/אַ֣חֹת֔/וֹ לֹא יִטַּמָּ֥א לָ/הֶ֖ם בְּ/מֹתָ֑/ם כִּ֛י נֵ֥זֶר אֱלֹהָ֖י/ו עַל רֹאשֽׁ/וֹ־־׃
STATEN

Om zijn vader of om zijn moeder, om zijn broeder of om zijn zuster, om hen zal hij zich niet verontreinigen, als zij dood zijn; want het nazireeërschap zijns Gods is op zijn hoofd.

8
כֹּ֖ל יְמֵ֣י נִזְר֑/וֹ קָדֹ֥שׁ ה֖וּא לַֽ/יהוָֽה׃
STATEN

Al de dagen van zijn nazireeërschap is hij den HEERE heilig.

9
וְ/כִֽי יָמ֨וּת מֵ֤ת עָלָי/ו֙ בְּ/פֶ֣תַע פִּתְאֹ֔ם וְ/טִמֵּ֖א רֹ֣אשׁ נִזְר֑/וֹ וְ/גִלַּ֤ח רֹאשׁ/וֹ֙ בְּ/י֣וֹם טָהֳרָת֔/וֹ בַּ/יּ֥וֹם הַ/שְּׁבִיעִ֖י יְגַלְּחֶֽ/נּוּ־׃
STATEN

En zo de gestorvene bij hem onvoorziens haastelijk gestorven ware, dat hij het hoofd van zijn nazireeërschap zou verontreinigd hebben, zo zal hij op den dag zijner reiniging zijn hoofd bescheren; op den zevenden dag zal hij het bescheren.

10
וּ/בַ/יּ֣וֹם הַ/שְּׁמִינִ֗י יָבִא֙ שְׁתֵּ֣י תֹרִ֔ים א֥וֹ שְׁנֵ֖י בְּנֵ֣י יוֹנָ֑ה אֶל הַ/כֹּהֵ֔ן אֶל פֶּ֖תַח אֹ֥הֶל מוֹעֵֽד־־׃
STATEN

En op den achtsten dag zal hij twee tortelduiven, of twee jonge duiven brengen tot den priester, tot de deur van de tent der samenkomst.

11
וְ/עָשָׂ֣ה הַ/כֹּהֵ֗ן אֶחָ֤ד לְ/חַטָּאת֙ וְ/אֶחָ֣ד לְ/עֹלָ֔ה וְ/כִפֶּ֣ר עָלָ֔י/ו מֵ/אֲשֶׁ֥ר חָטָ֖א עַל הַ/נָּ֑פֶשׁ וְ/קִדַּ֥שׁ אֶת רֹאשׁ֖/וֹ בַּ/יּ֥וֹם הַ/הֽוּא־־׃
STATEN

De priester nu zal een bereiden ten zondoffer, en een ten brandoffer, en zal voor hem verzoening doen, van dat hij aan het dode lichaam gezondigd heeft; alzo zal hij zijn hoofd op dienzelfden dag heiligen.

12
וְ/הִזִּ֤יר לַֽ/יהוָה֙ אֶת יְמֵ֣י נִזְר֔/וֹ וְ/הֵבִ֛יא כֶּ֥בֶשׂ בֶּן שְׁנָת֖/וֹ לְ/אָשָׁ֑ם וְ/הַ/יָּמִ֤ים הָ/רִאשֹׁנִים֙ יִפְּל֔וּ כִּ֥י טָמֵ֖א נִזְרֽ/וֹ־־׃
STATEN

Daarna zal hij de dagen van zijn nazireeërschap den HEERE afzonderen, en zal een lam, dat eenjarig is, brengen ten schuldoffer; en de vorige dagen zullen vallen, omdat zijn nazireeërschap verontreinigd was.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 6

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 6 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →