Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 29

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וּ/בַ/חֹ֨דֶשׁ הַ/שְּׁבִיעִ֜י בְּ/אֶחָ֣ד לַ/חֹ֗דֶשׁ מִֽקְרָא קֹ֨דֶשׁ֙ יִהְיֶ֣ה לָ/כֶ֔ם כָּל מְלֶ֥אכֶת עֲבֹדָ֖ה לֹ֣א תַעֲשׂ֑וּ י֥וֹם תְּרוּעָ֖ה יִהְיֶ֥ה לָ/כֶֽם־־׃
STATEN

Desgelijks in de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het zal u een dag des geklanks zijn.

2
וַ/עֲשִׂיתֶ֨ם עֹלָ֜ה לְ/רֵ֤יחַ נִיחֹ֨חַ֙ לַֽ/יהוָ֔ה פַּ֧ר בֶּן בָּקָ֛ר אֶחָ֖ד אַ֣יִל אֶחָ֑ד כְּבָשִׂ֧ים בְּנֵי שָׁנָ֛ה שִׁבְעָ֖ה תְּמִימִֽם־־׃
STATEN

Dan zult gij een brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE bereiden: een jongen var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;

3
וּ/מִנְחָתָ֔/ם סֹ֖לֶת בְּלוּלָ֣ה בַ/שָּׁ֑מֶן שְׁלֹשָׁ֤ה עֶשְׂרֹנִים֙ לַ/פָּ֔ר שְׁנֵ֥י עֶשְׂרֹנִ֖ים לָ/אָֽיִל׃
STATEN

En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd; drie tienden tot den var, twee tienden tot den ram.

4
וְ/עִשָּׂר֣וֹן אֶחָ֔ד לַ/כֶּ֖בֶשׂ הָ/אֶחָ֑ד לְ/שִׁבְעַ֖ת הַ/כְּבָשִֽׂים׃
STATEN

En een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;

5
וּ/שְׂעִיר עִזִּ֥ים אֶחָ֖ד חַטָּ֑את לְ/כַפֵּ֖ר עֲלֵי/כֶֽם־׃
STATEN

En een geitenbok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen;

6
מִ/לְּ/בַד֩ עֹלַ֨ת הַ/חֹ֜דֶשׁ וּ/מִנְחָתָ֗/הּ וְ/עֹלַ֤ת הַ/תָּמִיד֙ וּ/מִנְחָתָ֔/הּ וְ/נִסְכֵּי/הֶ֖ם כְּ/מִשְׁפָּטָ֑/ם לְ/רֵ֣יחַ נִיחֹ֔חַ אִשֶּׁ֖ה לַ/יהוָֽה׃ס
STATEN

Behalve het brandoffer der maand, en zijn spijsoffer, en het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen, naar hun wijze, ten liefelijken reuk, ten vuuroffer den HEERE.

7
וּ/בֶ/עָשׂוֹר֩ לַ/חֹ֨דֶשׁ הַ/שְּׁבִיעִ֜י הַ/זֶּ֗ה מִֽקְרָא קֹ֨דֶשׁ֙ יִהְיֶ֣ה לָ/כֶ֔ם וְ/עִנִּיתֶ֖ם אֶת נַפְשֹׁתֵי/כֶ֑ם כָּל מְלָאכָ֖ה לֹ֥א תַעֲשֽׂוּ־־־׃
STATEN

En op den tienden dezer zevende maand zult gij een heilige samenroeping hebben, en gij zult uw zielen verootmoedigen; geen werk zult gij doen;

8
וְ/הִקְרַבְתֶּ֨ם עֹלָ֤ה לַֽ/יהוָה֙ רֵ֣יחַ נִיחֹ֔חַ פַּ֧ר בֶּן בָּקָ֛ר אֶחָ֖ד אַ֣יִל אֶחָ֑ד כְּבָשִׂ֤ים בְּנֵֽי שָׁנָה֙ שִׁבְעָ֔ה תְּמִימִ֖ם יִהְי֥וּ לָ/כֶֽם־־׃
STATEN

Maar gij zult brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE offeren: een jongen var, een ram, zeven eenjarige lammeren; volkomen zullen zij u zijn.

9
וּ/מִנְחָתָ֔/ם סֹ֖לֶת בְּלוּלָ֣ה בַ/שָּׁ֑מֶן שְׁלֹשָׁ֤ה עֶשְׂרֹנִים֙ לַ/פָּ֔ר שְׁנֵי֙ עֶשְׂרֹנִ֔ים לָ/אַ֖יִל הָ/אֶחָֽד׃
STATEN

En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tienden tot den var, twee tienden tot den enen ram;

10
עִשָּׂרוֹן֙ עִשָּׂר֔וֹן לַ/כֶּ֖בֶשׂ הָ/אֶחָ֑ד לְ/שִׁבְעַ֖ת הַ/כְּבָשִֽׂים׃
STATEN

Tot elk een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;

11
שְׂעִיר עִזִּ֥ים אֶחָ֖ד חַטָּ֑את מִ/לְּ/בַ֞ד חַטַּ֤את הַ/כִּפֻּרִים֙ וְ/עֹלַ֣ת הַ/תָּמִ֔יד וּ/מִנְחָתָ֖/הּ וְ/נִסְכֵּי/הֶֽם־׃פ
STATEN

Een geitenbok ten zondoffer, behalve het zondoffer der verzoeningen, en het gedurig brandoffer; en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.

12
וּ/בַ/חֲמִשָּׁה֩ עָשָׂ֨ר י֜וֹם לַ/חֹ֣דֶשׁ הַ/שְּׁבִיעִ֗י מִֽקְרָא קֹ֨דֶשׁ֙ יִהְיֶ֣ה לָ/כֶ֔ם כָּל מְלֶ֥אכֶת עֲבֹדָ֖ה לֹ֣א תַעֲשׂ֑וּ וְ/חַגֹּתֶ֥ם חַ֛ג לַ/יהוָ֖ה שִׁבְעַ֥ת יָמִֽים־־׃
STATEN

Insgelijks op den vijftienden dag dezer zevende maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; maar zeven dagen zult gij den HEERE een feest vieren.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 29

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 29 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →