Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 25

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יֵּ֥שֶׁב יִשְׂרָאֵ֖ל בַּ/שִּׁטִּ֑ים וַ/יָּ֣חֶל הָ/עָ֔ם לִ/זְנ֖וֹת אֶל בְּנ֥וֹת מוֹאָֽב־׃
STATEN

En Israël verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.

2
וַ/תִּקְרֶ֣אןָ לָ/עָ֔ם לְ/זִבְחֵ֖י אֱלֹהֵי/הֶ֑ן וַ/יֹּ֣אכַל הָ/עָ֔ם וַ/יִּֽשְׁתַּחֲוּ֖וּ לֵֽ/אלֹהֵי/הֶֽן׃
STATEN

En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.

3
וַ/יִּצָּ֥מֶד יִשְׂרָאֵ֖ל לְ/בַ֣עַל פְּע֑וֹר וַ/יִּֽחַר אַ֥ף יְהוָ֖ה בְּ/יִשְׂרָאֵֽל־׃
STATEN

Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israël.

4
וַ/יֹּ֨אמֶר יְהוָ֜ה אֶל מֹשֶׁ֗ה קַ֚ח אֶת כָּל רָאשֵׁ֣י הָ/עָ֔ם וְ/הוֹקַ֥ע אוֹתָ֛/ם לַ/יהוָ֖ה נֶ֣גֶד הַ/שָּׁ֑מֶשׁ וְ/יָשֹׁ֛ב חֲר֥וֹן אַף יְהוָ֖ה מִ/יִּשְׂרָאֵֽל־־־־׃
STATEN

En de HEERE zeide tot Mozes: Neem al de hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israël.

5
וַ/יֹּ֣אמֶר מֹשֶׁ֔ה אֶל שֹׁפְטֵ֖י יִשְׂרָאֵ֑ל הִרְגוּ֙ אִ֣ישׁ אֲנָשָׁ֔י/ו הַ/נִּצְמָדִ֖ים לְ/בַ֥עַל פְּעֽוֹר־׃
STATEN

Toen zeide Mozes tot de rechters van Israël: Een ieder dode zijn mannen, die zich aan Baäl-Peor gekoppeld hebben!

6
וְ/הִנֵּ֡ה אִישׁ֩ מִ/בְּנֵ֨י יִשְׂרָאֵ֜ל בָּ֗א וַ/יַּקְרֵ֤ב אֶל אֶחָי/ו֙ אֶת הַ/מִּדְיָנִ֔ית לְ/עֵינֵ֣י מֹשֶׁ֔ה וּ/לְ/עֵינֵ֖י כָּל עֲדַ֣ת בְּנֵי יִשְׂרָאֵ֑ל וְ/הֵ֣מָּה בֹכִ֔ים פֶּ֖תַח אֹ֥הֶל מוֹעֵֽד־־־־׃
STATEN

En ziet, een man uit de kinderen Israëls kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israëls, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.

7
וַ/יַּ֗רְא פִּֽינְחָס֙ בֶּן אֶלְעָזָ֔ר בֶּֽן אַהֲרֹ֖ן הַ/כֹּהֵ֑ן וַ/יָּ֨קָם֙ מִ/תּ֣וֹךְ הָֽ/עֵדָ֔ה וַ/יִּקַּ֥ח רֹ֖מַח בְּ/יָדֽ/וֹ־־׃
STATEN

Toen Pínehas, de zoon van Eleázar, den zoon van Aäron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;

8
וַ֠/יָּבֹא אַחַ֨ר אִֽישׁ יִשְׂרָאֵ֜ל אֶל הַ/קֻּבָּ֗ה וַ/יִּדְקֹר֙ אֶת שְׁנֵי/הֶ֔ם אֵ֚ת אִ֣ישׁ יִשְׂרָאֵ֔ל וְ/אֶת הָ/אִשָּׁ֖ה אֶל קֳבָתָ֑/הּ וַ/תֵּֽעָצַר֙ הַ/מַּגֵּפָ֔ה מֵ/עַ֖ל בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־־־־־׃
STATEN

En hij ging den Israëlietischen man na in den hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israëlietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israëls opgehouden.

9
וַ/יִּהְי֕וּ הַ/מֵּתִ֖ים בַּ/מַּגֵּפָ֑ה אַרְבָּעָ֥ה וְ/עֶשְׂרִ֖ים אָֽלֶף׃פ
STATEN

Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.

10
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

11
פִּֽינְחָ֨ס בֶּן אֶלְעָזָ֜ר בֶּן אַהֲרֹ֣ן הַ/כֹּהֵ֗ן הֵשִׁ֤יב אֶת חֲמָתִ/י֙ מֵ/עַ֣ל בְּנֵֽי יִשְׂרָאֵ֔ל בְּ/קַנְא֥/וֹ אֶת קִנְאָתִ֖/י בְּ/תוֹכָ֑/ם וְ/לֹא כִלִּ֥יתִי אֶת בְּנֵֽי יִשְׂרָאֵ֖ל בְּ/קִנְאָתִֽ/י־־־־־־־־׃
STATEN

Pínehas, de zoon van Eleázar, den zoon van Aäron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israëls afgewend, dewijl hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat ik de kinderen Israëls in Mijn ijver niet vernield heb.

12
לָ/כֵ֖ן אֱמֹ֑ר הִנְנִ֨/י נֹתֵ֥ן ל֛/וֹ אֶת בְּרִיתִ֖/י שָׁלֽוֹם־׃
STATEN

Daarom spreek: Zie, Ik geef hem Mijn verbond des vredes.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 25

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 25 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →