Ga naar inhoud
TORAH

Numeri 20

בְּמִדְבַּר
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יָּבֹ֣אוּ בְנֵֽי יִ֠שְׂרָאֵל כָּל הָ֨/עֵדָ֤ה מִדְבַּר צִן֙ בַּ/חֹ֣דֶשׁ הָֽ/רִאשׁ֔וֹן וַ/יֵּ֥שֶׁב הָ/עָ֖ם בְּ/קָדֵ֑שׁ וַ/תָּ֤מָת שָׁם֙ מִרְיָ֔ם וַ/תִּקָּבֵ֖ר שָֽׁם־־־׃
STATEN

Als de kinderen Israëls, de ganse vergadering, in de woestijn Zin gekomen waren, in de eerste maand, zo bleef het volk te Kades. En Mirjam stierf aldaar, en zij werd aldaar begraven.

2
וְ/לֹא הָ֥יָה מַ֖יִם לָ/עֵדָ֑ה וַ/יִּקָּ֣הֲל֔וּ עַל מֹשֶׁ֖ה וְ/עַֽל אַהֲרֹֽן־־־׃
STATEN

En er was geen water voor de vergadering; toen vergaderden zij zich tegen Mozes en tegen Aäron.

3
וַ/יָּ֥רֶב הָ/עָ֖ם עִם מֹשֶׁ֑ה וַ/יֹּאמְר֣וּ לֵ/אמֹ֔ר וְ/ל֥וּ גָוַ֛עְנוּ בִּ/גְוַ֥ע אַחֵ֖י/נוּ לִ/פְנֵ֥י יְהוָֽה־׃
STATEN

En het volk twistte met Mozes, en zij spraken, zeggende: Och, of wij den geest gegeven hadden, toen onze broeders voor het aangezicht des HEEREN den geest gaven!

4
וְ/לָ/מָ֤ה הֲבֵאתֶם֙ אֶת קְהַ֣ל יְהוָ֔ה אֶל הַ/מִּדְבָּ֖ר הַ/זֶּ֑ה לָ/מ֣וּת שָׁ֔ם אֲנַ֖חְנוּ וּ/בְעִירֵֽ/נוּ־־׃
STATEN

Waarom toch hebt gijlieden de gemeente des HEEREN in deze woestijn gebracht, dat wij daar sterven zouden, wij en onze beesten?

5
וְ/לָ/מָ֤ה הֶֽעֱלִיתֻ֨/נוּ֙ מִ/מִּצְרַ֔יִם לְ/הָבִ֣יא אֹתָ֔/נוּ אֶל הַ/מָּק֥וֹם הָ/רָ֖ע הַ/זֶּ֑ה לֹ֣א מְק֣וֹם זֶ֗רַע וּ/תְאֵנָ֤ה וְ/גֶ֨פֶן֙ וְ/רִמּ֔וֹן וּ/מַ֥יִם אַ֖יִן לִ/שְׁתּֽוֹת־׀׃
STATEN

En waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, om ons te brengen in deze kwade plaats? Het is geen plaats van zaad, noch van vijgen, noch van wijnstokken, noch van granaatappelen; ook is er geen water om te drinken.

6
וַ/יָּבֹא֩ מֹשֶׁ֨ה וְ/אַהֲרֹ֜ן מִ/פְּנֵ֣י הַ/קָּהָ֗ל אֶל פֶּ֨תַח֙ אֹ֣הֶל מוֹעֵ֔ד וַֽ/יִּפְּל֖וּ עַל פְּנֵי/הֶ֑ם וַ/יֵּרָ֥א כְבוֹד יְהוָ֖ה אֲלֵי/הֶֽם־־־׃פ
STATEN

Toen gingen Mozes en Aäron van het aangezicht der gemeente tot de deur van de tent der samenkomst, en zij vielen op hun aangezichten; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen hun.

7
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

8
קַ֣ח אֶת הַ/מַּטֶּ֗ה וְ/הַקְהֵ֤ל אֶת הָ/עֵדָה֙ אַתָּה֙ וְ/אַהֲרֹ֣ן אָחִ֔י/ךָ וְ/דִבַּרְתֶּ֧ם אֶל הַ/סֶּ֛לַע לְ/עֵינֵי/הֶ֖ם וְ/נָתַ֣ן מֵימָ֑י/ו וְ/הוֹצֵאתָ֨ לָ/הֶ֥ם מַ֨יִם֙ מִן הַ/סֶּ֔לַע וְ/הִשְׁקִיתָ֥ אֶת הָ/עֵדָ֖ה וְ/אֶת בְּעִירָֽ/ם־־־־־־׃
STATEN

Neem dien staf, en verzamel de vergadering, gij en Aäron, uw broeder, en spreekt gijlieden tot den steenrots voor hun ogen, zo zal zij hun water geven; alzo zult gij hun water voortbrengen uit den steenrots, en gij zult de vergadering en haar beesten drenken.

9
וַ/יִּקַּ֥ח מֹשֶׁ֛ה אֶת הַ/מַּטֶּ֖ה מִ/לִּ/פְנֵ֣י יְהוָ֑ה כַּ/אֲשֶׁ֖ר צִוָּֽ/הוּ־׃
STATEN

Toen nam Mozes den staf van voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Hij hem geboden had.

10
וַ/יַּקְהִ֜לוּ מֹשֶׁ֧ה וְ/אַהֲרֹ֛ן אֶת הַ/קָּהָ֖ל אֶל פְּנֵ֣י הַ/סָּ֑לַע וַ/יֹּ֣אמֶר לָ/הֶ֗ם שִׁמְעוּ נָא֙ הַ/מֹּרִ֔ים הֲ/מִן הַ/סֶּ֣לַע הַ/זֶּ֔ה נוֹצִ֥יא לָ/כֶ֖ם מָֽיִם־־־־׃
STATEN

En Mozes en Aäron vergaderden de gemeente voor de steenrots, en hij zeide tot hen: Hoort toch, gij wederspannigen, zullen wij water voor ulieden uit deze steenrots hervoorbrengen?

11
וַ/יָּ֨רֶם מֹשֶׁ֜ה אֶת יָד֗/וֹ וַ/יַּ֧ךְ אֶת הַ/סֶּ֛לַע בְּ/מַטֵּ֖/הוּ פַּעֲמָ֑יִם וַ/יֵּצְאוּ֙ מַ֣יִם רַבִּ֔ים וַ/תֵּ֥שְׁתְּ הָ/עֵדָ֖ה וּ/בְעִירָֽ/ם־־׃ס
STATEN

Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten.

12
וַ/יֹּ֣אמֶר יְהוָה֮ אֶל מֹשֶׁ֣ה וְ/אֶֽל אַהֲרֹן֒ יַ֚עַן לֹא הֶאֱמַנְתֶּ֣ם בִּ֔/י לְ/הַ֨קְדִּישֵׁ֔/נִי לְ/עֵינֵ֖י בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל לָ/כֵ֗ן לֹ֤א תָבִ֨יאוּ֙ אֶת הַ/קָּהָ֣ל הַ/זֶּ֔ה אֶל הָ/אָ֖רֶץ אֲשֶׁר נָתַ֥תִּי לָ/הֶֽם־־־־־־׃
STATEN

Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israël, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb.

Op De Naamdragers

Blogs over Numeri 20

Nog geen artikelen die specifiek naar Numeri 20 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →