Ga naar inhoud
NEVIIM

Ezechiël 26

יְחֶזְקֵאל
Hoofdstukken (48)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֛י בְּ/עַשְׁתֵּֽי עֶשְׂרֵ֥ה שָׁנָ֖ה בְּ/אֶחָ֣ד לַ/חֹ֑דֶשׁ הָיָ֥ה דְבַר יְהוָ֖ה אֵלַ֥/י לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

En het gebeurde in het elfde jaar, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

2
בֶּן אָדָ֗ם יַ֠עַן אֲשֶׁר אָ֨מְרָה צֹּ֤ר עַל יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ הֶאָ֔ח נִשְׁבְּרָ֛ה דַּלְת֥וֹת הָ/עַמִּ֖ים נָסֵ֣בָּה אֵלָ֑/י אִמָּלְאָ֖ה הָחֳרָֽבָה־־־׃
STATEN

Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!

3
לָ/כֵ֗ן כֹּ֤ה אָמַר֙ אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֔ה הִנְ/נִ֥י עָלַ֖יִ/ךְ צֹ֑ר וְ/הַעֲלֵיתִ֤י עָלַ֨יִ/ךְ֙ גּוֹיִ֣ם רַבִּ֔ים כְּ/הַעֲל֥וֹת הַ/יָּ֖ם לְ/גַלָּֽי/ו׃
STATEN

Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen, alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen.

4
וְ/שִׁחֲת֞וּ חֹמ֣וֹת צֹ֗ר וְ/הָֽרְסוּ֙ מִגְדָּלֶ֔י/הָ וְ/סִֽחֵיתִ֥י עֲפָרָ֖/הּ מִמֶּ֑/נָּה וְ/נָתַתִּ֥י אוֹתָ֖/הּ לִ/צְחִ֥יחַ סָֽלַע׃
STATEN

Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken.

5
מִשְׁטַ֨ח חֲרָמִ֤ים תִּֽהְיֶה֙ בְּ/ת֣וֹךְ הַ/יָּ֔ם כִּ֚י אֲנִ֣י דִבַּ֔רְתִּי נְאֻ֖ם אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֑ה וְ/הָיְתָ֥ה לְ/בַ֖ז לַ/גּוֹיִֽם׃
STATEN

Zij zal in het midden der zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE; en zij zal den heidenen ten roof worden.

6
וּ/בְנוֹתֶ֨י/הָ֙ אֲשֶׁ֣ר בַּ/שָּׂדֶ֔ה בַּ/חֶ֖רֶב תֵּהָרַ֑גְנָה וְ/יָדְע֖וּ כִּי אֲנִ֥י יְהוָֽה־׃פ
STATEN

En haar dochteren, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

7
כִּ֣י כֹ֤ה אָמַר֙ אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֔ה הִנְ/נִ֧י מֵבִ֣יא אֶל צֹ֗ר נְבוּכַדְרֶאצַּ֧ר מֶֽלֶךְ בָּבֶ֛ל מִ/צָּפ֖וֹן מֶ֣לֶךְ מְלָכִ֑ים בְּ/ס֛וּס וּ/בְ/רֶ֥כֶב וּ/בְ/פָרָשִׁ֖ים וְ/קָהָ֥ל וְ/עַם רָֽב־־־׃
STATEN

Want alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Nebukadrézar, den koning van Babel, den koning der koningen, van het noorden tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagenen, en met ruiteren, en krijgsvergaderingen, en veel volks.

8
בְּנוֹתַ֥יִ/ךְ בַּ/שָּׂדֶ֖ה בַּ/חֶ֣רֶב יַהֲרֹ֑ג וְ/נָתַ֨ן עָלַ֜יִ/ךְ דָּיֵ֗ק וְ/שָׁפַ֤ךְ עָלַ֨יִ/ךְ֙ סֹֽלְלָ֔ה וְ/הֵקִ֥ים עָלַ֖יִ/ךְ צִנָּֽה׃
STATEN

Hij zal uw dochteren op het veld met het zwaard doden, en hij zal sterkten tegen u maken, en een wal tegen u opwerpen, en rondassen tegen u opheffen.

9
וּ/מְחִ֣י קָֽבָלּ֔/וֹ יִתֵּ֖ן בְּ/חֹֽמוֹתָ֑יִ/ךְ וּ/מִ֨גְדְּלֹתַ֔יִ/ךְ יִתֹּ֖ץ בְּ/חַרְבוֹתָֽי/ו׃
STATEN

En hij zal muurbrekers tegen uw muren stellen, en uw torens met zijn zwaarden afbreken.

10
מִ/שִּׁפְעַ֥ת סוּסָ֖י/ו יְכַסֵּ֣/ךְ אֲבָקָ֑/ם מִ/קּוֹל֩ פָּרַ֨שׁ וְ/גַלְגַּ֜ל וָ/רֶ֗כֶב תִּרְעַ֨שְׁנָה֙ חֽוֹמוֹתַ֔יִ/ךְ בְּ/בֹא/וֹ֙ בִּ/שְׁעָרַ֔יִ/ךְ כִּ/מְבוֹאֵ֖י עִ֥יר מְבֻקָּעָֽה׃
STATEN

Vanwege de menigte zijner paarden zal u derzelver stof bedekken; uw muren zullen beven vanwege het gedruis der ruiteren, en wielen, en wagenen, als hij door uw poorten zal intrekken, gelijk door de ingangen ener doorgebrokene stad.

11
בְּ/פַרְס֣וֹת סוּסָ֔י/ו יִרְמֹ֖ס אֶת כָּל חֽוּצוֹתָ֑יִ/ךְ עַמֵּ/ךְ֙ בַּ/חֶ֣רֶב יַהֲרֹ֔ג וּ/מַצְּב֥וֹת עֻזֵּ֖/ךְ לָ/אָ֥רֶץ תֵּרֵֽד־־׃
STATEN

Hij zal met de hoeven zijner paarden al uw straten vertreden; uw volk zal hij met het zwaard doden, en elk een van de kolommen uwer sterkten zal ter aarde nederstorten.

12
וְ/שָׁלְל֣וּ חֵילֵ֗/ךְ וּ/בָֽזְזוּ֙ רְכֻלָּתֵ֔/ךְ וְ/הָֽרְסוּ֙ חוֹמוֹתַ֔יִ/ךְ וּ/בָתֵּ֥י חֶמְדָּתֵ֖/ךְ יִתֹּ֑צוּ וַ/אֲבָנַ֤יִ/ךְ וְ/עֵצַ֨יִ/ךְ֙ וַֽ/עֲפָרֵ֔/ךְ בְּ/ת֥וֹךְ מַ֖יִם יָשִֽׂימוּ׃
STATEN

En zij zullen uw vermogen roven, en uw koopmanswaren plunderen, en uw muren afbreken, en uw kostelijke huizen omwerpen; en uw stenen, en uw hout, en uw stof zullen zij in het midden der wateren werpen.

Op De Naamdragers

Blogs over Ezechiël 26

Nog geen artikelen die specifiek naar Ezechiël 26 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →