Ga naar inhoud
NEVIIM

Ezechiël 22

יְחֶזְקֵאל
Hoofdstukken (48)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֥י דְבַר יְהוָ֖ה אֵלַ֥/י לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

2
וְ/אַתָּ֣ה בֶן אָדָ֔ם הֲ/תִשְׁפֹּ֥ט הֲ/תִשְׁפֹּ֖ט אֶת עִ֣יר הַ/דָּמִ֑ים וְ/ה֣וֹדַעְתָּ֔/הּ אֵ֖ת כָּל תּוֹעֲבוֹתֶֽי/הָ־־־׃
STATEN

Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.

3
וְ/אָמַרְתָּ֗ כֹּ֤ה אָמַר֙ אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֔ה עִ֣יר שֹׁפֶ֥כֶת דָּ֛ם בְּ/תוֹכָ֖/הּ לָ/ב֣וֹא עִתָּ֑/הּ וְ/עָשְׂתָ֧ה גִלּוּלִ֛ים עָלֶ֖י/הָ לְ/טָמְאָֽה׃
STATEN

En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!

4
בְּ/דָמֵ֨/ךְ אֲשֶׁר שָׁפַ֜כְתְּ אָשַׁ֗מְתְּ וּ/בְ/גִלּוּלַ֤יִ/ךְ אֲשֶׁר עָשִׂית֙ טָמֵ֔את וַ/תַּקְרִ֣יבִי יָמַ֔יִ/ךְ וַ/תָּב֖וֹא עַד שְׁנוֹתָ֑יִ/ךְ עַל כֵּ֗ן נְתַתִּ֤י/ךְ חֶרְפָּה֙ לַ/גּוֹיִ֔ם וְ/קַלָּסָ֖ה לְ/כָל הָ/אֲרָצֽוֹת־־־־־׃
STATEN

Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.

5
הַ/קְּרֹב֛וֹת וְ/הָ/רְחֹק֥וֹת מִמֵּ֖/ךְ יִתְקַלְּסוּ בָ֑/ךְ טְמֵאַ֣ת הַ/שֵּׁ֔ם רַבַּ֖ת הַ/מְּהוּמָֽה־׃
STATEN

Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!

6
הִנֵּה֙ נְשִׂיאֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל אִ֥ישׁ לִ/זְרֹע֖/וֹ הָ֣יוּ בָ֑/ךְ לְמַ֖עַן שְׁפָךְ דָּֽם־׃
STATEN

Ziet, de vorsten Israëls zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.

7
אָ֤ב וָ/אֵם֙ הֵקַ֣לּוּ בָ֔/ךְ לַ/גֵּ֛ר עָשׂ֥וּ בַ/עֹ֖שֶׁק בְּ/תוֹכֵ֑/ךְ יָת֥וֹם וְ/אַלְמָנָ֖ה ה֥וֹנוּ בָֽ/ךְ׃
STATEN

Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.

8
קָדָשַׁ֖/י בָּזִ֑ית וְ/אֶת שַׁבְּתֹתַ֖/י חִלָּֽלְתְּ־׃
STATEN

Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd.

9
אַנְשֵׁ֥י רָכִ֛יל הָ֥יוּ בָ֖/ךְ לְמַ֣עַן שְׁפָךְ דָּ֑ם וְ/אֶל הֶֽ/הָרִים֙ אָ֣כְלוּ בָ֔/ךְ זִמָּ֖ה עָשׂ֥וּ בְ/תוֹכֵֽ/ךְ־־׃
STATEN

Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.

10
עֶרְוַת אָ֖ב גִּלָּה בָ֑/ךְ טְמֵאַ֥ת הַ/נִּדָּ֖ה עִנּוּ בָֽ/ךְ־־־׃
STATEN

Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.

11
וְ/אִ֣ישׁ אֶת אֵ֣שֶׁת רֵעֵ֗/הוּ עָשָׂה֙ תּֽוֹעֵבָ֔ה וְ/אִ֥ישׁ אֶת כַּלָּת֖/וֹ טִמֵּ֣א בְ/זִמָּ֑ה וְ/אִ֛ישׁ אֶת אֲחֹת֥/וֹ בַת אָבִ֖י/ו עִנָּה בָֽ/ךְ׀־־־־־׃
STATEN

Daartoe heeft de een gruwel gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns vaders dochter; verkracht.

12
שֹׁ֥חַד לָֽקְחוּ בָ֖/ךְ לְמַ֣עַן שְׁפָךְ דָּ֑ם נֶ֧שֶׁךְ וְ/תַרְבִּ֣ית לָקַ֗חַתְּ וַ/תְּבַצְּעִ֤י רֵעַ֨יִ/ךְ֙ בַּ/עֹ֔שֶׁק וְ/אֹתִ֣/י שָׁכַ֔חַתְּ נְאֻ֖ם אֲדֹנָ֥/י יְהוִֽה־־׃
STATEN

Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.

Op De Naamdragers

Blogs over Ezechiël 22

Nog geen artikelen die specifiek naar Ezechiël 22 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →