Ga naar inhoud
NEVIIM

Ezechiël 45

יְחֶזְקֵאל
Hoofdstukken (48)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וּ/בְ/הַפִּֽילְ/כֶ֨ם אֶת הָ/אָ֜רֶץ בְּ/נַחֲלָ֗ה תָּרִימוּ֩ תְרוּמָ֨ה לַ/יהוָ֥ה קֹדֶשׁ֮ מִן הָ/אָרֶץ֒ אֹ֗רֶךְ חֲמִשָּׁ֨ה וְ/עֶשְׂרִ֥ים אֶ֨לֶף֙ אֹ֔רֶךְ וְ/רֹ֖חַב עֲשָׂ֣רָה אָ֑לֶף קֹדֶשׁ ה֥וּא בְ/כָל גְּבוּלָ֖/הּ סָבִֽיב־׀־־־׃
STATEN

Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn.

2
יִהְיֶ֤ה מִ/זֶּה֙ אֶל הַ/קֹּ֔דֶשׁ חֲמֵ֥שׁ מֵא֛וֹת בַּ/חֲמֵ֥שׁ מֵא֖וֹת מְרֻבָּ֣ע סָבִ֑יב וַ/חֲמִשִּׁ֣ים אַמָּ֔ה מִגְרָ֥שׁ ל֖/וֹ סָבִֽיב־׃
STATEN

Hiervan zullen tot het heiligdom zijn vijfhonderd met vijfhonderd, vierkant rondom; en het zal vijftig ellen hebben tot een buitenruim rondom.

3
וּ/מִן הַ/מִּדָּ֤ה הַ/זֹּאת֙ תָּמ֔וֹד אֹ֗רֶךְ חמש וְ/עֶשְׂרִים֙ אֶ֔לֶף וְ/רֹ֖חַב עֲשֶׂ֣רֶת אֲלָפִ֑ים וּ/בֽ/וֹ יִהְיֶ֥ה הַ/מִּקְדָּ֖שׁ קֹ֥דֶשׁ קָדָשִֽׁים־־׃ חֲמִשָּׁ֤ה
STATEN

Alzo zult gij meten van deze maat, de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; en daarin zal het heiligdom zijn met het heilige der heiligen.

4
קֹ֣דֶשׁ מִן הָ/אָ֜רֶץ ה֗וּא לַ/כֹּ֨הֲנִ֜ים מְשָׁרְתֵ֤י הַ/מִּקְדָּשׁ֙ יִֽהְיֶ֔ה הַ/קְּרֵבִ֖ים לְ/שָׁרֵ֣ת אֶת יְהוָ֑ה וְ/הָיָ֨ה לָ/הֶ֤ם מָקוֹם֙ לְ/בָ֣תִּ֔ים וּ/מִקְדָּ֖שׁ לַ/מִּקְדָּֽשׁ־־׃
STATEN

Dat zal een heilige plaats zijn van het land; zij zal zijn voor de priesteren, die het heiligdom bedienen, die naderen om den HEERE te dienen; en het zal hun een plaats zijn tot huizen, en een heilige plaats voor het heiligdom.

5
וַ/חֲמִשָּׁ֨ה וְ/עֶשְׂרִ֥ים אֶ֨לֶף֙ אֹ֔רֶךְ וַ/עֲשֶׂ֥רֶת אֲלָפִ֖ים רֹ֑חַב יהיה לַ/לְוִיִּם֩ מְשָׁרְתֵ֨י הַ/בַּ֧יִת לָ/הֶ֛ם לַ/אֲחֻזָּ֖ה עֶשְׂרִ֥ים לְשָׁכֹֽת וְֽ/הָיָ֡ה׃
STATEN

Voorts zullen de Levieten, die dienaars des huizes, ook de lengte hebben van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend, hunlieden tot een bezitting, voor twintig kameren.

6
וַ/אֲחֻזַּ֨ת הָ/עִ֜יר תִּתְּנ֗וּ חֲמֵ֤שֶׁת אֲלָפִים֙ רֹ֔חַב וְ/אֹ֗רֶךְ חֲמִשָּׁ֤ה וְ/עֶשְׂרִים֙ אֶ֔לֶף לְ/עֻמַּ֖ת תְּרוּמַ֣ת הַ/קֹּ֑דֶשׁ לְ/כָל בֵּ֥ית יִשְׂרָאֵ֖ל יִהְיֶֽה־׃
STATEN

En tot bezitting van de stad zult gij geven de breedte van vijf duizend en de lengte van vijf en twintig duizend, tegenover het heilig hefoffer; voor het ganse huis Israëls zal het zijn.

7
וְ/לַ/נָּשִׂ֡יא מִ/זֶּ֣ה וּ/מִ/זֶּה֩ לִ/תְרוּמַ֨ת הַ/קֹּ֜דֶשׁ וְ/לַ/אֲחֻזַּ֣ת הָ/עִ֗יר אֶל פְּנֵ֤י תְרֽוּמַת הַ/קֹּ֨דֶשׁ֙ וְ/אֶל פְּנֵי֙ אֲחֻזַּ֣ת הָ/עִ֔יר מִ/פְּאַת יָ֣ם יָ֔מָּ/ה וּ/מִ/פְּאַת קֵ֖דְמָ/ה קָדִ֑ימָ/ה וְ/אֹ֗רֶךְ לְ/עֻמּוֹת֙ אַחַ֣ד הַ/חֲלָקִ֔ים מִ/גְּב֥וּל יָ֖ם אֶל גְּב֥וּל קָדִֽימָ/ה־־־־־־׃
STATEN

De vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers en der bezitting der stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting der stad; van den westerhoek westwaarts, en van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe.

8
לָ/אָ֛רֶץ יִֽהְיֶה לּ֥/וֹ לַֽ/אֲחֻזָּ֖ה בְּ/יִשְׂרָאֵ֑ל וְ/לֹא יוֹנ֨וּ ע֤וֹד נְשִׂיאַ/י֙ אֶת עַמִּ֔/י וְ/הָ/אָ֛רֶץ יִתְּנ֥וּ לְ/בֵֽית יִשְׂרָאֵ֖ל לְ/שִׁבְטֵי/הֶֽם־־־־׃ס
STATEN

Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israël; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israëls het land laten, naar hun stammen.

9
כֹּֽה אָמַ֞ר אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֗ה רַב לָ/כֶם֙ נְשִׂיאֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל חָמָ֤ס וָ/שֹׁד֙ הָסִ֔ירוּ וּ/מִשְׁפָּ֥ט וּ/צְדָקָ֖ה עֲשׂ֑וּ הָרִ֤ימוּ גְרֻשֹֽׁתֵי/כֶם֙ מֵ/עַ֣ל עַמִּ֔/י נְאֻ֖ם אֲדֹנָ֥/י יְהוִֽה־־׃
STATEN

Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israëls! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstotingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE.

10
מֹֽאזְנֵי צֶ֧דֶק וְ/אֵֽיפַת צֶ֛דֶק וּ/בַת צֶ֖דֶק יְהִ֥י לָ/כֶֽם־־־׃
STATEN

Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.

11
הָ/אֵיפָ֣ה וְ/הַ/בַּ֗ת תֹּ֤כֶן אֶחָד֙ יִֽהְיֶ֔ה לָ/שֵׂ֕את מַעְשַׂ֥ר הַ/חֹ֖מֶר הַ/בָּ֑ת וַ/עֲשִׂירִ֤ת הַ/חֹ֨מֶר֙ הָֽ/אֵיפָ֔ה אֶל הַ/חֹ֖מֶר יִהְיֶ֥ה מַתְכֻּנְתּֽ/וֹ־׃
STATEN

Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.

12
וְ/הַ/שֶּׁ֖קֶל עֶשְׂרִ֣ים גֵּרָ֑ה עֶשְׂרִ֨ים שְׁקָלִ֜ים חֲמִשָּׁ֧ה וְ/עֶשְׂרִ֣ים שְׁקָלִ֗ים עֲשָׂרָ֤ה וַ/חֲמִשָּׁה֙ שֶׁ֔קֶל הַ/מָּנֶ֖ה יִֽהְיֶ֥ה לָ/כֶֽם׃
STATEN

En de sikkel zal zijn van twintig gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen, en vijftien sikkelen, zal ulieden een pond zijn.

Op De Naamdragers

Blogs over Ezechiël 45

Nog geen artikelen die specifiek naar Ezechiël 45 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →