Ga naar inhoud
NEVIIM

Ezechiël 30

יְחֶזְקֵאל
Hoofdstukken (48)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֥י דְבַר יְהוָ֖ה אֵלַ֥/י לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

2
בֶּן אָדָ֕ם הִנָּבֵא֙ וְ/אָ֣מַרְתָּ֔ כֹּ֥ה אָמַ֖ר אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֑ה הֵילִ֖ילוּ הָ֥הּ לַ/יּֽוֹם־׃
STATEN

Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag!

3
כִּֽי קָר֣וֹב י֔וֹם וְ/קָר֥וֹב י֖וֹם לַֽ/יהוָ֑ה י֣וֹם עָנָ֔ן עֵ֥ת גּוֹיִ֖ם יִֽהְיֶֽה־׃
STATEN

Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.

4
וּ/בָאָ֥ה חֶ֨רֶב֙ בְּ/מִצְרַ֔יִם וְ/הָיְתָ֤ה חַלְחָלָה֙ בְּ/כ֔וּשׁ בִּ/נְפֹ֥ל חָלָ֖ל בְּ/מִצְרָ֑יִם וְ/לָקְח֣וּ הֲמוֹנָ֔/הּ וְ/נֶהֶרְס֖וּ יְסוֹדֹתֶֽי/הָ׃
STATEN

En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.

5
כּ֣וּשׁ וּ/פ֤וּט וְ/לוּד֙ וְ/כָל הָ/עֶ֣רֶב וְ/כ֔וּב וּ/בְנֵ֖י אֶ֣רֶץ הַ/בְּרִ֑ית אִתָּ֖/ם בַּ/חֶ֥רֶב יִפֹּֽלוּ־׃פ
STATEN

Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.

6
כֹּ֚ה אָמַ֣ר יְהוָ֔ה וְ/נָֽפְלוּ֙ סֹמְכֵ֣י מִצְרַ֔יִם וְ/יָרַ֖ד גְּא֣וֹן עֻזָּ֑/הּ מִ/מִּגְדֹּ֣ל סְוֵנֵ֗ה בַּ/חֶ֨רֶב֙ יִפְּלוּ בָ֔/הּ נְאֻ֖ם אֲדֹנָ֥/י יְהוִֽה־׃
STATEN

Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.

7
וְ/נָשַׁ֕מּוּ בְּ/ת֖וֹךְ אֲרָצ֣וֹת נְשַׁמּ֑וֹת וְ/עָרָ֕י/ו בְּ/תוֹךְ עָרִ֥ים נַחֲרָב֖וֹת תִּֽהְיֶֽינָה־׃
STATEN

En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.

8
וְ/יָדְע֖וּ כִּֽי אֲנִ֣י יְהוָ֑ה בְּ/תִתִּ/י אֵ֣שׁ בְּ/מִצְרַ֔יִם וְ/נִשְׁבְּר֖וּ כָּל עֹזְרֶֽי/הָ־־־׃
STATEN

En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.

9
בַּ/יּ֣וֹם הַ/ה֗וּא יֵצְא֨וּ מַלְאָכִ֤ים מִ/לְּ/פָנַ/י֙ בַּ/צִּ֔ים לְ/הַחֲרִ֖יד אֶת כּ֣וּשׁ בֶּ֑טַח וְ/הָיְתָ֨ה חַלְחָלָ֤ה בָ/הֶם֙ בְּ/י֣וֹם מִצְרַ֔יִם כִּ֥י הִנֵּ֖ה בָּאָֽה־׃ס
STATEN

Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!

10
כֹּ֥ה אָמַ֖ר אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֑ה וְ/הִשְׁבַּתִּי֙ אֶת הֲמ֣וֹן מִצְרַ֔יִם בְּ/יַ֖ד נְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר מֶלֶךְ בָּבֶֽל־־׃
STATEN

Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrézar, den koning van Babel.

11
ה֠וּא וְ/עַמּ֤/וֹ אִתּ/וֹ֙ עָרִיצֵ֣י גוֹיִ֔ם מֽוּבָאִ֖ים לְ/שַׁחֵ֣ת הָ/אָ֑רֶץ וְ/הֵרִ֤יקוּ חַרְבוֹתָ/ם֙ עַל מִצְרַ֔יִם וּ/מָלְא֥וּ אֶת הָ/אָ֖רֶץ חָלָֽל־־׃
STATEN

Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.

12
וְ/נָתַתִּ֤י יְאֹרִים֙ חָֽרָבָ֔ה וּ/מָכַרְתִּ֥י אֶת הָ/אָ֖רֶץ בְּ/יַד רָעִ֑ים וַ/הֲשִׁמֹּתִ֞י אֶ֤רֶץ וּ/מְלֹאָ/הּ֙ בְּ/יַד זָרִ֔ים אֲנִ֥י יְהוָ֖ה דִּבַּֽרְתִּי־־־׃ס
STATEN

En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.

Op De Naamdragers

Blogs over Ezechiël 30

Nog geen artikelen die specifiek naar Ezechiël 30 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →