Ga naar inhoud
NEVIIM

Ezechiël 39

יְחֶזְקֵאל
Hoofdstukken (48)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/אַתָּ֤ה בֶן אָדָם֙ הִנָּבֵ֣א עַל גּ֔וֹג וְ/אָ֣מַרְתָּ֔ כֹּ֥ה אָמַ֖ר אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֑ה הִנְ/נִ֤י אֵלֶ֨י/ךָ֙ גּ֔וֹג נְשִׂ֕יא רֹ֖אשׁ מֶ֥שֶׁךְ וְ/תֻבָֽל־־׃
STATEN

Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!

2
וְ/שֹׁבַבְתִּ֨י/ךָ֙ וְ/שִׁשֵּׁאתִ֔י/ךָ וְ/הַעֲלִיתִ֖י/ךָ מִ/יַּרְכְּתֵ֣י צָפ֑וֹן וַ/הֲבִאוֹתִ֖/ךָ עַל הָרֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־׃
STATEN

En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israëls.

3
וְ/הִכֵּיתִ֥י קַשְׁתְּ/ךָ֖ מִ/יַּ֣ד שְׂמֹאולֶ֑/ךָ וְ/חִצֶּ֕י/ךָ מִ/יַּ֥ד יְמִינְ/ךָ֖ אַפִּֽיל׃
STATEN

Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.

4
עַל הָרֵ֨י יִשְׂרָאֵ֜ל תִּפּ֗וֹל אַתָּה֙ וְ/כָל אֲגַפֶּ֔י/ךָ וְ/עַמִּ֖ים אֲשֶׁ֣ר אִתָּ֑/ךְ לְ/עֵ֨יט צִפּ֧וֹר כָּל כָּנָ֛ף וְ/חַיַּ֥ת הַ/שָּׂדֶ֖ה נְתַתִּ֥י/ךָ לְ/אָכְלָֽה־־־׃
STATEN

Op de bergen Israëls zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.

5
עַל פְּנֵ֥י הַ/שָּׂדֶ֖ה תִּפּ֑וֹל כִּ֚י אֲנִ֣י דִבַּ֔רְתִּי נְאֻ֖ם אֲדֹנָ֥/י יְהוִֽה־׃
STATEN

Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.

6
וְ/שִׁלַּחְתִּי אֵ֣שׁ בְּ/מָג֔וֹג וּ/בְ/יֹשְׁבֵ֥י הָ/אִיִּ֖ים לָ/בֶ֑טַח וְ/יָדְע֖וּ כִּי אֲנִ֥י יְהוָֽה־־׃
STATEN

En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

7
וְ/אֶת שֵׁ֨ם קָדְשִׁ֜/י אוֹדִ֗יעַ בְּ/תוֹךְ֙ עַמִּ֣/י יִשְׂרָאֵ֔ל וְ/לֹֽא אַחֵ֥ל אֶת שֵׁם קָדְשִׁ֖/י ע֑וֹד וְ/יָדְע֤וּ הַ/גּוֹיִם֙ כִּי אֲנִ֣י יְהוָ֔ה קָד֖וֹשׁ בְּ/יִשְׂרָאֵֽל־־־־־׃
STATEN

En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël.

8
הִנֵּ֤ה בָאָה֙ וְ/נִֽהְיָ֔תָה נְאֻ֖ם אֲדֹנָ֣/י יְהוִ֑ה ה֥וּא הַ/יּ֖וֹם אֲשֶׁ֥ר דִּבַּֽרְתִּי׃
STATEN

Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.

9
וְֽ/יָצְא֞וּ יֹשְׁבֵ֣י עָרֵ֣י יִשְׂרָאֵ֗ל וּ/בִעֲר֡וּ וְ֠/הִשִּׂיקוּ בְּ/נֶ֨שֶׁק וּ/מָגֵ֤ן וְ/צִנָּה֙ בְּ/קֶ֣שֶׁת וּ/בְ/חִצִּ֔ים וּ/בְ/מַקֵּ֥ל יָ֖ד וּ/בְ/רֹ֑מַח וּ/בִעֲר֥וּ בָ/הֶ֛ם אֵ֖שׁ שֶׁ֥בַע שָׁנִֽים׀׃
STATEN

En de inwoners der steden Israëls zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;

10
וְ/לֹֽא יִשְׂא֨וּ עֵצִ֜ים מִן הַ/שָּׂדֶ֗ה וְ/לֹ֤א יַחְטְבוּ֙ מִן הַ/יְּעָרִ֔ים כִּ֥י בַ/נֶּ֖שֶׁק יְבַֽעֲרוּ אֵ֑שׁ וְ/שָׁלְל֣וּ אֶת שֹׁלְלֵי/הֶ֗ם וּ/בָֽזְזוּ֙ אֶת בֹּ֣זְזֵי/הֶ֔ם נְאֻ֖ם אֲדֹנָ֥/י יְהוִֽה־־־־־־׃ס
STATEN

Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.

11
וְ/הָיָ֣ה בַ/יּ֣וֹם הַ/ה֡וּא אֶתֵּ֣ן לְ/גוֹג֩ מְקֽוֹם שָׁ֨ם קֶ֜בֶר בְּ/יִשְׂרָאֵ֗ל גֵּ֤י הָ/עֹֽבְרִים֙ קִדְמַ֣ת הַ/יָּ֔ם וְ/חֹסֶ֥מֶת הִ֖יא אֶת הָ/עֹֽבְרִ֑ים וְ/קָ֣בְרוּ שָׁ֗ם אֶת גּוֹג֙ וְ/אֶת כָּל הֲמוֹנֹ֔/ה וְ/קָ֣רְא֔וּ גֵּ֖יא הֲמ֥וֹן גּֽוֹג׀־־־־־׃
STATEN

En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israël zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.

12
וּ/קְבָרוּ/ם֙ בֵּ֣ית יִשְׂרָאֵ֔ל לְמַ֖עַן טַהֵ֣ר אֶת הָ/אָ֑רֶץ שִׁבְעָ֖ה חֳדָשִֽׁים־׃
STATEN

Het huis Israëls nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.

Op De Naamdragers

Blogs over Ezechiël 39

Nog geen artikelen die specifiek naar Ezechiël 39 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →