Ga naar inhoud
KETUVIM

Spreuken 17

מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
ט֤וֹב פַּ֣ת חֲ֭רֵבָה וְ/שַׁלְוָה בָ֑/הּ מִ֝/בַּ֗יִת מָלֵ֥א זִבְחֵי רִֽיב־־׃
STATEN

Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist.

2
עֶֽבֶד מַשְׂכִּ֗יל יִ֭מְשֹׁל בְּ/בֵ֣ן מֵבִ֑ישׁ וּ/בְ/ת֥וֹךְ אַ֝חִ֗ים יַחֲלֹ֥ק נַחֲלָֽה־׃
STATEN

Een verstandig knecht zal heersen over een zoon, die beschaamd maakt, en in het midden der broederen zal hij erfenis delen.

3
מַצְרֵ֣ף לַ֭/כֶּסֶף וְ/כ֣וּר לַ/זָּהָ֑ב וּ/בֹחֵ֖ן לִבּ֣וֹת יְהוָֽה׃
STATEN

De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.

4
מֵ֭רַע מַקְשִׁ֣יב עַל שְׂפַת אָ֑וֶן שֶׁ֥קֶר מֵ֝זִין עַל לְשׁ֥וֹן הַוֺּֽת־־־׃
STATEN

De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.

5
לֹעֵ֣ג לָ֭/רָשׁ חֵרֵ֣ף עֹשֵׂ֑/הוּ שָׂמֵ֥חַ לְ֝/אֵ֗יד לֹ֣א יִנָּקֶֽה׃
STATEN

Die den arme bespot, smaadt deszelfs Maker; die zich verblijdt in het verderf, zal niet onschuldig zijn.

6
עֲטֶ֣רֶת זְ֭קֵנִים בְּנֵ֣י בָנִ֑ים וְ/תִפְאֶ֖רֶת בָּנִ֣ים אֲבוֹתָֽ/ם׃
STATEN

De kroon der ouden zijn de kindskinderen, en der kinderen sieraad zijn hun vaderen.

7
לֹא נָאוָ֣ה לְ/נָבָ֣ל שְׂפַת יֶ֑תֶר אַ֝֗ף כִּֽי לְ/נָדִ֥יב שְׂפַת שָֽׁקֶר־־־־׃
STATEN

Een voortreffelijke lip past een dwaze niet, veelmin een prins een leugenachtige lip.

8
אֶֽבֶן חֵ֣ן הַ֭/שֹּׁחַד בְּ/עֵינֵ֣י בְעָלָ֑י/ו אֶֽל כָּל אֲשֶׁ֖ר יִפְנֶ֣ה יַשְׂכִּֽיל־־־׃
STATEN

Het geschenk is in de ogen zijner heren een aangenaam gesteente; waarhenen het zich zal wenden, zal het wel gedijen.

9
מְֽכַסֶּה פֶּ֭שַׁע מְבַקֵּ֣שׁ אַהֲבָ֑ה וְ/שֹׁנֶ֥ה בְ֝/דָבָ֗ר מַפְרִ֥יד אַלּֽוּף־׃
STATEN

Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak weder ophaalt, scheidt den voornaamsten vriend.

10
תֵּ֣חַת גְּעָרָ֣ה בְ/מֵבִ֑ין מֵ/הַכּ֖וֹת כְּסִ֣יל מֵאָֽה׃
STATEN

De bestraffing gaat dieper in den verstandige, dan den zot honderdmaal te slaan.

11
אַךְ מְרִ֥י יְבַקֶּשׁ רָ֑ע וּ/מַלְאָ֥ךְ אַ֝כְזָרִ֗י יְשֻׁלַּח בּֽ/וֹ־־־׃
STATEN

Zekerlijk, de wederspannige zoekt het kwaad; maar een wrede bode zal tegen hem gezonden worden.

12
פָּג֬וֹשׁ דֹּ֣ב שַׁכּ֣וּל בְּ/אִ֑ישׁ וְ/אַל כְּ֝סִ֗יל בְּ/אִוַּלְתּֽ/וֹ־׃
STATEN

Dat een beer, die van jongen beroofd is, een man tegemoet kome, maar niet een zot in zijn dwaasheid.

Op De Naamdragers

Blogs over Spreuken 17

Nog geen artikelen die specifiek naar Spreuken 17 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →